U heeft een browser uit het stenen tijdperk!
Update deze
taboe, genant, taboeziekte, probleem, problemen, ongerust, huisarts,
huisartsen, huisartsenpraktijk, huisartsenzorg, huisartsgeneeskunde, huisartsengeneeskunde,
gezondheidszorg, arts, artsen, geneeskunde, medisch, medicijnen, medicus, spreekuur, ziekte, ziekten,
Dikke benen, depressie, SOA, seks na baarmoederverwijdering, erectiele dysfunctie, fluor vaginalis, abortus, hersteloperatie maagdenvlies, morning after pil, rectaal bloedverlies, plasklachten bij mannen, seksualiteit na baarmoederoperatie, winderigheid, voorhuidvernauwing, anaal bloedverlies, transpiratie, diverse onderwerpen plastische chirurgie, opvliegers, acne.
hoofdpijn en seks, te nauwe vagina, vaginisme, geen zin in seks, seks en ouderdom, seks tijdens de menstruatie, te vroeg klaarkomen, urineverlies en seks, orgasme, voorwerpen, masturberen, anaal, droge vagina, impotentie, relatieproblemen.
Anale problemen: incontinentie, obstipatie
Psychische problemen: angst – paniekstoornis, burn out
Anticonceptie: oraal, vroeg in de pubertijd, condoom
Borsten: afscheiding, bij de man
Slechte adem
Flaporen: flaporen
Genitaal: zwelling geslachtsdelen bij man, zwelling geslachtsdelen bij vrouw, genitale infecties bij de man, genitale infecties bij de vrouw, genitale wratten, jeuk en genitaliën, vaginisme, schaamlippen; te groot, te klein ,verkleefd, penis; te groot. te klein ,standafwijking
Dermatologie: overbehaard, haarverlies, blozen,
littekens, striae, tatoering, veroudering, wratten
Incontinentie: kinderen, puberteit en volwassenen
Kanker
Privacy patient, communicatie arts-patiënt.
diagnose, dokter,gezond,gezondheid,internetarts,internetdokter,medisch,medische,
medisch advies, onlinedokter, onlinehuisarts, digitale dokter, dokters, dokteronline, second opinion, zelfzorg"
Aambeien (latijnse naam hemorroïden) zijn uitgestulpte bloedvaten rond de anus.
Voorkomen
Aambeien is een veel voorkomende aandoening, exacte gegevens ontbreken echter. De huisartsen met een normpraktijk ziet op zijn spreekuur ongeveer 30 nieuwe gevallen per jaar.
Ontstaanswijze
Rond de anus ligt een netwerk van sponsachtige bloedvaten, die als ze vol bloed gelopen zijn, de anus door het vormen van een zwellichaam afsluiten. Samen met de kringspier van de anus zorgt dit ervoor dat ontlasting niet naar buiten kan lekken. Aambeien worden wel eens vergeleken met spataderen.
De uitstulpingen van de zwellichamen ontstaan bijna altijd door te hoge druk in de anale regio. Dit kan komen door langdurig en/of hard persen, b.v. bij obstipatie en bevalling. Daarnaast spelen veel zitten, overgewicht, weinig lichaamsbeweging, gebrek aan vezels in ons eten (met als gevolg ingedikte, droge ontlasting) een belangrijke rol. Chronisch hoesten (astma) kan eveneens een verhoogde druk geven in het anale kanaal.
Klachten
Als het kluwen bloedvaatjes uitzakt, spreken we van uitwendige aambeien. Dit kan aanleiding geven tot een pijnlijk gevoel. Er kan dan een geringe hoeveelheid ''vers bloed'' op de ontlasting komen, afscheiding van slijm ontstaan, irritatie en jeuk. Soms vormt zich een stolsel in de adertjes. Dit is voelbaar als een klein knobbeltje en is pijnlijk. Men noemt dit een getromboseerd hemorroïd.
Aambeien zijn onschuldig, maar vaak hinderlijk. Vaak verdwijnen ze vanzelf. Een enkele keer kan een ontsteking optreden of een stolsel ontstaan, er is dan heftige pijn ter plaatse.
Wat kunt u er zelf aan doen
Bij jeuk of irritatie geen toiletpapier maar een vochtig doekje gebruiken, evt. afspoelen met water. Bij pijn of jeuk zijn zalf of zetpillen handig, te koop bij apotheek of drogist. Hier zitten als werkzame bestanddelen zink en/of lidocaïne in. Uiteraard is het van belang om te zorgen voor een soepele stoelgang. De ontlasting wordt zachter door vezelrijke voedingsmiddelen, deze blijven in de ontlasting achter en trekken vocht aan waardoor de ontlasting zachter wordt. Voorbeelden zijn zemelen, bruinbrood, zilvervliesrijst, peulvruchten, groenten, vruchten. Verder is het van belang voldoende te drinken om de ontlasting zacht te houden. Regelmatige lichaamsbeweging is noodzakelijk. Ook regulering van toiletbezoek is belangrijk. Zodra u aandrang voelt, ga naar het toilet, en stel dit niet te lang uit, neem hier ook rustig de tijd voor. Haast leidt vaak tot persen.
Wanneer naar de huisarts gaan
Als u bloed en/of slijm bij of in de ontlasting hebt is het verstandig naar de huisarts te gaan, ook als u een zwelling voelt en niet zeker weet of dit een aambei is.
Als er een uitpuilende aambei is die u niet kan terugduwen.
Bij ernstige pijn (kan duiden op ontsteking en/of trombosering).
Bij een verandering van uw stoelgang en klachten van loze aandrang.
Wat doet de huisarts
Er bestaan nog veel taboes rondom dit onderwerp, toch is het voor de huisarts haast dagelijks werk. Omdat de klachten van aambeien ook door andere afwijkingen in endeldarm en anus veroorzaakt kunnen worden zal de arts een zgn. 'rectaal toucher '' verrichten, gericht op het uitsluiten van andere oorzaken. Dit kan gebeuren in zijligging met opgetrokken knieën. Hierbij onderzoekt hij inwendig met een vinger de anus en een stukje van de endeldarm, daarbij zal de arts de anusregio inspecteren.
Bij jongere patiënten is dit meestal voldoende. Bij oudere patiënten zal soms aanvullend onderzoek nodig zijn (endoscopie van de endeldarm of röntgenfoto), omdat bij hen de kans op andere afwijkingen als oorzaak van de klacht groter is. Bij trombose in een aambei zal de huisarts na een verdoving het stolsel verwijderen middels een sneetje in de aambei, hierna verdwijnen de klachten snel.
Behandeling
Naast de al genoemde algemene adviezen en zalven en zetpillen zijn er ook andere (chirurgische) mogelijkheden.
Het uitgezakte slijmvlies met behulp van een rubberbandje afbinden. Het overtollig weefsel sterft dan na enkele dagen af.
Het verkleven van het zwellichaam met de onderlaag door het inspuiten van een irriterende vloeistof.
Het dichtschroeien van de adertjes met infrarood licht. Deze behandelingen vinden poliklinisch in een ziekenhuis plaats. Heel zelden is een operatie nodig.
Links
Aambeien Ziekenhuis.nl
Aambeien NHG Patiëntenfolder
Aambeien Kringapotheek
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatovenerologie voor de eerste lijn. Sillevis Smitt JH, Everdingen JJE van, Haan M de. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum 1998
Ziekten in de huisartspraktijk. Lisdonk EH van, Bosch WJHM van den, Huygen FJA, Lagro-Janssen ALM. 3e druk. Elsevier/Bunge 1999
Auteur
W.L. Schaafsma, huisarts te Emmeloord
Perianaal eczeem betekent letterlijk: eczeem rondom de anus. Aanvankelijk wordt de huid rood, later - als het eczeem chronisch wordt - gaat de huid zich verdikken en ontstaat meestal wat schilfering. Door de jeuk kunnen er door krabben kleine wondjes ontstaan. Op den duur vinden er kleurveranderingen plaats; de huid kan lichter worden (dat heet officieel hypopigmentatie) dan wel donkerder (hyperpigmentatie).
Oorzaken
Perianaal eczeem kan door verschillende oorzaken zijn ontstaan:
Onvoldoende anale hygiëne, een sterke beharing, een trechtervormige anus en afwijkingen zoals een mariske.
In die gevallen kan er faeces op het slijmvlies achterblijven. In de ontlasting bevinden zich irriterende stoffen zoals onverteerde voedingsbestanddelen en spijsverteringsstoffen die de klachten kunnen veroorzaken. Dat wordt nog versterkt door bepaalde voedingsmiddelen zoals koffie, sambal en alcohol.
Overmatig gebruik van zeep, en ontsmettingsmiddelen zoals chloorhexidine en povidon-jood.
Transpiratievocht vaak in combinatie met overgewicht of lichamelijk inspanning. Dit geeft verweking (maceratie) van de huid waardoor smetplekken (intertrigo) ontstaan. hierbij raakt de huid vaak besmet met een gist (candida).
Overmatige afscheiding uit de vagina
Incontinentie (het onvermogen om urine of faeces op te houden)
Worminfecties
Geneesmiddelengebruik zoals antibiotica en laxerende middelen. Deze kunnen diarree veroorzaken en daardoor de huid rond de anus irriteren.
Gebruik van geparfumeerde vochtige toiletdoekjes
Crèmes voor anaal gebruik zoals aambeizalven.
Eczeem die elders ook op de huid voorkomt. Dan is het perianaal eczeem gewoon een onderdeel van een ander eczeem. Bekend zijn onder meer constitutioneel eczeem (dat vaak op kinderleeftijd ontstaat) en psoriasis (een schilferende huidafwijking).
Krabben, en andere oorzaken die het gevolg zijn van psychologische redenen (bijvoorbeeld nervositeit of vreemde gewoontes)
Infecties zoals die voorkomen bij bepaalde geslachtsziektes
Darmziektes zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
Wat kunt u zelf er aan doen
Ga na of één van de bovenstaande oorzaken een rol kan spelen. Pas zo nodig uw voeding aan en voorkom op die manier onnodige irritatie als gevolg van ‘scherpe’ ontlasting. Overweeg om te stoppen met het gebruik van zalfjes, en gebruik alleen vochtige doekjes die niet geparfumeerd zijn. Het kan ook helpen om kleding te dragen die de huid niet te erg afsluit, dus die niet te strak is. Vermijd synthetisch ondergoed, gebruik katoen.
Spoel na wassen zeepresten goed weg en droog het gebied goed, deppen is beter dan vegen. Reinig na de stoelgang de anus goed. Voorkom hard en veelvuldig afvegen, zodat de huid niet beschadigt. Met een bidet kan de anus goed gereinigd worden.
Probeer niet te krabben.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen stellen om er achter te komen of één van de bovenstaande oorzaken een rol speelt. Daarna zal hij de huid rond de anus inspecteren. Die gebeurt vaak in zijligging onder goede belichting.
Behandeling door de huisarts
De huisarts zal allereerst proberen een oorzaak te vinden voor het eczeem zodat hij gericht kan behandelen.
Er kan zinkzalf voorgeschreven worden of een crème met een hormoon erin zoals hydrocortison crème of triamcinolon crème. Op verdenking van een overgroei van gist, een candida infectie, kan de huisarts miconazol voorschrijven.
Links
Huidarts.com website over huidziekten
Aandoeningen van de anus American Academy of Family Physicians (engels)
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Fokke HE, Bartelsman JFWM, Henquet CJM. Jeuk rond en afscheiding uit de anus. In: Laar MJW van de, Avonts D, Fokke HE, Everdingen JJE van, red. SOA Vademecum. Kliniek, diagnostiek, therapie, epidemiologie, preventie en bestrijding van seksueel overdraagbare aandoeningen. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1993: A16-1 t/m A16-10.
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Jeuk aan de anus wordt ook wel pruritus ani genoemd. Het bevindt zich meestal direct aan de anus zelf maar kan zich uitbreiden in de hele omgeving hiervan. Door krabben beschadigt de huid en zo kan een huidontsteking (dermatitis) ontstaan die op zich weer aanleiding geeft tot jeuk.
Oorzaken
De grootste oorzaak van jeuk is de ontlasting zelf. Ontlasting is alkalisch en kan zo de huid etsen en beschadigen. Door afname van de huidweerstand kunnen bacteriën en schimmels gemakkelijker in de huid dringen en zo een infectie geven.
Een aantal omstandigheden kunnen dit bevorderen:
overmatig reinigen van de anus b.v. met zeep, of juist te weinig reinigen
gebruik van vochtige doekjes kunnen door b.v. parfums, irritatie of zelf allergieën veroorzaken
onvoldoende ventilatie en transpiratie, b.v. door nauw sluitende kleding, plastic stoelen, overgewicht
incontinentie voor urine of faeces, overmatig vaginale afscheiding (fluor vaginalis)
allergie door gebruik van crèmes b.v. tegen aambeien, maar ook crèmes met corticosteroïden voorgeschreven door de huisarts kan de huid dunner maken en zo klachten geven
aambeien kunnen anale jeuk geven
schimmelinfecties die door een warm en vochtig milieu rond de anus ontstaan
SOA-ziekten; Genitaal wratten kunnen erg jeuken. Herpes genitalis kan beginnen met jeuk
worminfecties, meestal gezien bij kinderen dit geeft vaak jeuk en krabben
voedingsmiddelen zoals gebruik van scherp gekruide spijzen, koffie of thee
huidziekten zoals contact eczeem
ziekten zoals suikerziekte (diabetes), te langzaam werkende schildklier, lever- en nierziekten
Voorkomen
Jeuk is een veel voorkomende klacht. Er wordt geschat dat een kwart van de volwassenen last heeft van anale jeuk, waarvan mannen vier keer zoveel als vrouwen.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen naar oorzaken die jeuk kunnen geven alvorens onderzoek te doen.
Bij het onderzoek zal de huisarts de anus inspecteren. Dit kan gebeuren in zijligging met opgetrokken knieën. Er wordt gekeken naar eventuele oorzaken die jeuk kunnen geven zoals aambeien.
De huisarts kan ook een rectaal onderzoek doen. Hierbij wordt met de vinger gevoeld of er afwijkingen zijn aan de binnenkant van de anus en het einde van de endeldarm (rectum).
Behandeling
Alvorens de huisarts te raadplegen zou uzelf ook een aantal maatregelen kunnen nemen om te kijken of zo de jeuk afneemt.
Na de stoelgang de anus goed spoelen met water of natte doekjes gebruiken, het liefst niet geparfumeerd. Nadien de huid goed drogen, probeer niet te hard te wrijven, maar te deppen
Vermijd zeepgebruik of spoel goed na met water zodat er geen zeepresten achterblijven.
Draag katoenen ondergoed, vermijd nauwe kleding m.n. van synthetisch materiaal
Krabben verergerd vaak de klachten, probeer dit te voorkomen
Kijk in de ontlasting of er wormpjes zijn, wormkuren zijn in drogist en apotheek te krijgen zonder recept
Wees voorzichtig met crèmes en vaseline dit kan het probleem verergeren
Let op de voeding, minder koffie drinken of scherp eten kan de klachten al doen verbeteren
Mochten bovenstaande adviezen geen effect hebben dan kan de huisarts crèmes voorschrijven tegen bacteriën of schimmels. Indien de nachtrust verstoord wordt door het krabben dan kan de huisarts promethazine voorschrijven wat tegen jeuk helpt en slaapverwekkend is.
Links
Anal Itching Embarrassingproblems.com
Wormen NHG Patiënten folder
Fluor vaginalis NHG Standaard
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Anaalkloven
Een kloofje in de anus (fissura ani) is een pijnlijk scheurtje in het anus slijmvlies. Meestal ontstaat het bij een te snelle rekking van het anus slijmvlies zoals bij harde ontlasting. Het kloofje verloopt in de lengterichting van de anus en vaak in de middellijn aan de voorkant of achterkant van de anus.
De meeste kloofjes gaan snel over echter kunnen ook chronisch worden (na 3-4 weken). Meestal is de spanning van de sluitspier (sfincter ani) dan te hoog en ontstaat er een gestoorde bloedvoorziening van het anus slijmvlies. Hierdoor kan een klein zweertje (ulcus) ontstaan. De chronische kloofjes zitten dieper in het slijmvlies dan de acute kloofjes.
Voorkomen
Anaal kloven kunnen op elke leeftijd voorkomen maar worden meestal gezien bij jonge kinderen, jong volwassenen en mensen van middelbare leeftijd. Op kinderleeftijd wordt het vaker gezien bij meisjes. Anale kloofjes kunnen ook voorkomen bij darmziekten die chronisch zijn zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Bij deze ziekten zijn er tal van andere klachten zoals diarree, buikpijn en vermagering.
Klachten
Vaak ontstaat er een scherpe pijn tijdens of na de stoelgang waarbij bloedverlies kan voorkomen. Het bloedverlies zit aan de buitenkant van de ontlasting of aan het toiletpapier bij afvegen.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen naar de klachten alvorens onderzoek te doen. Van belang is hoelang de klachten al aanwezig zijn, of er obstipatie is en hoe het ontlastingspatroon is. Er zal tevens gevraagd worden naar het bloedverlies.
Bij het onderzoek zal de huisarts de anus inspecteren. Dit kan gebeuren in zijligging met opgetrokken knieën. Er zal gekeken worden naar een klein kloofje in het anus slijmvlies. Dit ziet eruit als een scheurtje. Zeker als er bloedverlies is zal de huisarts ook een rectaal onderzoek doen. Hierbij wordt met de vinger gevoeld of er afwijkingen zijn aan de binnenkant van de anus en het einde van de endeldarm (rectum).
Behandeling
Bij de plotseling (acute) ontstane kloofjes zal worden volstaan met adviezen over de stoelgang. Indien er aandrang is dient men ook naar het toilet te gaan en dit niet uit te stellen. Vezelrijke voeding is van belang, (zoals fruit, bruinbrood, verse groente) en ruim drinken.
Soms kunnen laxantia, medicijnen die de stoelgang bevorderen nodig zijn.
Een warm bad na de stoelgang kan helpen de hoge spanning van de sluitspier te doen verminderen.
Bij veel pijn kan de huisarts verdovende zalf, lidocaïne zalf, voorschrijven. Ook de toediening van isosorbide nitraat 1% rectale zalf heeft vaak goed effect.
Meestal zijn bovenstaande (conservatieve) behandelingen afdoende.
Bij een chronische anaal kloof die niet reageert op bovenstaande behandeling wordt vaak verwezen naar de chirurg. Het gebruik van botulinetoxine wat ingespoten wordt in de kringspier heeft een goed effect. De chirurg kan ook d.m.v. een kleine operatie of de sluitspier oprekken, of een gedeelte van de sluitspier inknippen. Meestal is er echter dan al sprake van ernstige chronische kloof.
Links:
Kloofjes in de anus - Ziekenhuis.nl
Fissura ani - Huidinfo.nl
Fissura ani (pdf) – Huidziekten.nl
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
De etiologie van fissura ani. Een literatuuronderzoek. Thoonsen, JHN; Giesen, PHJ; Mokkink, HGA; Elbers ME, Nessen R;
Huisarts en Wetenschap, 1999
De therapie van fissura ani. Een literatuuronderzoek. Giesen, PHJ; Thoonsen, JHN; Mokkink, HGA; Elbers, ME; Nessen, R;
Huisarts en Wetenschap, 1999
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Marisken
Een mariske is een huidplooi bij de anus ook wel ‘skintag’ genoemd.
Klachten
De mariske veroorzaakt vaak geen klachten, kan echter wel hinderlijk zijn bij het reinigen van de anus na de stoelgang. Door veel wrijven bij het reinigen kan irritatie en jeuk ontstaan. Een mariske wordt vaak verward met een aambei.
Oorzaken
De oorzaak van een mariske is meestal onbekend. Het kan soms voorkomen als rest van een aambei waarin trombose is opgetreden. Ook komt het voor in combinatie met een anaal kloofje.
Wat kunt u zelf eraan doen
Van belang is het goed reinigen van het anaal gebied na de stoelgang. Probeer niet te hard te wrijven. Het is beter het met een vochtig doekje schoon te maken of door gebruik te maken van een bidet. Aambei middelen helpen niet.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen naar de klachten alvorens onderzoek te doen. Van belang is hoe lang de klachten al bestaan. Ook is het van belang te weten of u last hebt van verstopping (obstipatie) en hoe vaak u dagelijks naar het toilet moet (‘het ontlastingspatroon’, noemt de dokter dat). Er zal tevens gevraagd worden naar eventueel bloedverlies bij de ontlasting.
Bij het onderzoek zal de huisarts de anus inspecteren. Dit kan gebeuren als u op uw zij op de onderzoekstafel ligt, met opgetrokken knieën. De huisarts kan ook een zogenaamd ‘rectaal’ onderzoek doen. Hierbij wordt met de vinger via de anus gevoeld of er afwijkingen zijn aan de binnenkant, dus aan het einde van de endeldarm (rectum). Het onderzoek is voor de patient vooral vervelend, maar in het algemeen niet pijnlijk.
Behandeling
In principe hoeven marisken niet behandeld te worden. Als ze groot zijn en steeds klachten geven kan een mariske verwijderd worden. Vaak doet de chirurg dit, poliklinisch, onder lokale verdoving.
Links
Coloproktologen Duitsland (Duits)
Hemorrhoid.net (Engels)
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Anale pijn anaal
Proctalgia fugax is een krampachtige pijn diep in het anale kanaal. Het anale kanaal is het laatste deel van de darm voor de anus.
Klachten
De pijn kan kortdurend zijn (van seconden tot minuten) maar kan ook een half uur aanhouden. De pijn kan zo heftig zijn iemand flauwvalt. Vaak is er valse aandrang: je voelt dat je naar toilet moet, maar er komt dan geen ontlasting. Een aanval kan worden uitgelokt door persen bij de stoelgang of zelfs bij het klaarkomen (een orgasme na een coïtus).
Toch vinden de klachten meestal ’s nachts plaats, waardoor iemand wakker wordt, vaak met een angstig en onrustig gevoel. Door drukken op de anus met de eigen vuist wordt vaak getracht de pijn te minderen.
Oorzaken
Het is onbekend hoe deze pijn komt, een afwijking wordt vaak niet gevonden.
Voorkomen
De klacht komt evenveel bij mannen als vrouwen voor. Meestal hebben mensen met proctalgia minder dan 6 aanvallen per jaar. De meeste mensen bezoeken geen arts voor deze klacht.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen naar de stoelgang, is deze regelmatig, is er bloed of slijm. Zit er bloed aan het toiletpapier. Daarnaast zal hij nog een aantal andere vragen stellen om uit te maken of er sprake kan zijn van een bepaalde oorzaak voor de pijn.
Zowel de onderbuik als de anus wordt onderzocht. Bij het onderzoek zal de huisarts de anus inspecteren. Dit kan gebeuren als u op uw zij op de onderzoekstafel ligt, met opgetrokken knieën. De huisarts kan ook een zogenaamd ‘rectaal’ onderzoek doen. Hierbij wordt met de vinger via de anus gevoeld of er afwijkingen zijn aan de binnenkant bestaan, dus aan het einde van de endeldarm (rectum). Het onderzoek is voor de patient vooral vervelend, maar in het algemeen niet pijnlijk.
Behandeling
Omdat de pijn vaak zeer kortdurend is hebben medicijnen vaak geen zin. De pijn gaat spontaan over.
Een aantal methoden kunnen helpen de pijn te doen verlichten
Drukken tegen de anus aan met een gesloten vuist, of gaan zitten op een tennisbal om zo druk op de anus uit te oefenen.
Een warm zitbad nemen.
Oprekken van de anus met de vinger .
In de literatuur zijn nog een aantal behandelingen beschreven. Het gebruik van een pompje met salbutamol zoals die bij astma gebruikt wordt zou de duur van de pijn verminderen. Daarnaast het gebruik van verdovende zalf (nitroglycerine) of medicijnen (o.a. calcium antagonisten).
Het meest belangrijke voor de behandeling is echter het wegnemen van de angst voor een ernstige aandoening. Dat is dan ook wat de huisarts zal doen. Proctalgia fugax is erg vervelend maar niet iets om ongerust over te zijn.
Links
Proctalgia fugax (Engels)
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Whitehead WE, Wald A, Diamant NE, Enck P, Rao SSC. Functional disorders of the anus and rectum. Gut 1999; 45: II55-59.
Potter MA, Bartolo DC. Proctalgia fugax.Eur J Gastroenterol Hepatol. 2001 Nov;13(11):1289-90.
Eckardt VF, Dodt O, Kanzler G, Bernhard G. Treatment of proctalgia fugax with salbutamol inhalation.
Am J Gastroenterol. 1996 Apr;91(4):686-9.
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Naveluitslag navelafscheiding
Afscheiding uit de navel wordt vaak veroorzaakt door een schimmel infectie, candida albicans. Door de warme vochtige omgeving kunnen deze schimmels goed groeien en zo klachten veroorzaken.
De huid is rood en kan iets jeuken.
Doordat de huidbarrière doorbroken is door deze schimmel kan er secundair een bacteriële infectie ontstaan. Hierdoor ontstaat er korstvorming en een gelige afscheiding. Vaak ontstaat er een vieze geur.
Ontstaanswijze
Warmte en zweten kunnen schimmelvorming bevorderen. Door achtergebleven zeepresten en onvoldoende drogen van de navel neemt dit toe.
Psoriasis, een schilferende huidziekte, kan hier erg op lijken. Vaak zijn er dan ook rode plekken met veel schilfering op andere gedeelten van het lichaam zoals op armen en benen.
Wanneer naar de huisarts
Meestal is het niet nodig de huisarts te bezoeken. Echter bij pijn, gelige afscheiding met daarbij toename van roodheid ook om de navel heen is het raadzaam de huisarts te raadplegen.
Preventie
Goed reinigen met lauw water en nadien goed drogen is vaak voldoende om de afwijking te voorkomen.
Behandeling
Binnen enkele dagen neemt de afwijkingen af indien er goed gedroogd en gespoeld wordt met lauw water. Een candida infectie geneest goed door miconazol crème die bij drogist op apotheek vrij te verkrijgen is.
Bij verergering van de afwijking schrijft de huisarts een anti-bacteriële crème voor.
Geraadpleegde literatuur
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Hoofdroos is een droge schilfering van de behaarde hoofdhuid die soms gepaard kan gaan met jeuk. Roos komt niet vaker voor bij mensen met donker haar alleen het valt hierbij sneller op. Roos zorgt voor veel psychosociaal ongemak.
Ontstaanswijze
Huidcellen worden steeds opnieuw aangemaakt en schuiven zo van de basis van de huid naar de buitenzijde. Deze hoorncellen worden uiteindelijk afgestoten en klitten aan elkaar vast in deeltjes die ca 2 mm groot zijn. Bij hoofdroos vindt er meer productie plaats van deze hoorncellen en zijn de deeltjes groter en gaan samenklonteren tot zichtbare schilfers. Een rol speelt hierbij een gist (Pityrosporum ovale) die ook bij mensen voorkomt die geen roos hebben. Gunstig voor de groei van deze gist is o.a. warmte en vocht waardoor de roos verergerd. Door afsluiting zoals een muts of hoed kan ook de roos doen verergeren.
In de zon groeit de gist minder goed. Slechte hygiëne heeft geen invloed.
Klachten
Roos geeft voornamelijk cosmetische klachten door witte schilfering op het haar en op de kleding. Daarnaast kan jeuk voorkomen. Door veelvuldig krabben kunnen wondjes ontstaan.
Wat doet de huisarts
De huisarts vraagt eerst of er geen sprake is van factoren die roos kunnen bevorderen zoals veelvuldig haren wassen, hoofddeksels etc.
Hij zal de hoofdhuid bekijken en andere huidafwijkingen willen uitsluiten. Er kan nl. ook sprake zijn van hoofdschimmel of (seborroïsch) eczeem. Er is dan vaak sprake van roodheid van de huid, wondjes en puistjes. Bij het (seborroïsch) eczeem zijn vaak ook de wenkbrauwen, de haargrenzen, in en achter de oren en naast de neusvleugels rood met geel-witte schilfering.
Naast het kijken naar de hoofdhuid wordt geen verder onderzoek verricht indien er sprake is van uitsluitend hoofdroos.
Wat is de behandeling
Roos is goed te behandelen met shampoos tegen roos. De shampoo bevat stoffen die de gisten bestrijden zoals zinkpyrithon. De shampoo is vrij verkrijgbaar.
Het kan nodig zijn bij onvoldoende effect een andere shampoo te gebruiken b.v. met de stof ketoconazol die de huisarts dan voorschrijft.
Links
Dandruff Embarrassingproblems.com
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
Auteur:
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Smetplekken (intertrigo) worden veroorzaakt door een gist, candida albicans. Er ontstaan rode vlekken van de huid voornamelijk in huidplooien zoals onder de borsten en in de liezen
Voorkomen
Smetplekken is een veel voorkomende afwijking. Exacte gegevens hierover zijn niet bekend.
Ontstaanswijze
Door een combinatie van warmte, vocht en wrijving van huidplooien ontstaat er overgroei van de gist, candida albicans. Deze geeft vervolgens klachten. Candida albicans is bij iedereen op de huid aanwezig en geeft op zich geen klachten.
Voornamelijk ten gevolge van overgewicht, zware hangende borsten, dikken bovenbenen, overmatige transpiratie, nauwe kleding en onvoldoende hygiëne kan de gist gaan groeien en zo een ontsteking van de huid geven.
Vaak begint het met een klein rood plekje wat zich langzamerhand uitbreid tot grotere gebieden. Zo kan ook buiten de huidplooien roodheid ontstaan. Vaak is de huidafwijking wat vochtig, ziet er wat brokkelig en vuil wit uit. De afwijking breidt zich uit door eilandjes voor de kust, kleine rode plekjes die steeds groter worden en met elkaar vervloeien tot een grote rode plek. Ook tussen de vingers en tenen (vaak 3e en 4e vinger of teen), komt de afwijking voor, vaak onstaat er dan een kloofje in het centrum van de huidplooi.
Klachten
Smetplekken geven vaak klachten van jeuk en branderigheid. Als de infectie ernstiger wordt ontstaan kleine wondjes en kloofjes van de huid (vaak in het centrum van een huidplooi) en pijnklachten. Tevens kan een vieze geur ontstaan. Veel mensen schamen zich hiervoor en willen daarom liever niet de huisarts bezoeken.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal eerst een aantal vragen stellen over de aard van gedragen kleding, hygiëne, en een aantal vragen die zouden kunnen wijzen op andere ziekten. Zo komen smetplekken ook voor bij suikerziekte (diabetes mellitus).
Daarna zal een lichamelijk onderzoek plaatsvinden. Ook andere huidafwijkingen kunnen op dezelfde plaatsen zich voordoen zoals erythrasma hetgeen scherp begrensd is zonder eilandjes voor de kust en vaak roodbruin van kleur.
Het beeld is voldoende om de diagnose te stellen, verder onderzoek is niet noodzakelijk mits er geen aanwijzingen zijn voor andere ziektes.
Preventie
Veel aandacht moet besteed worden aan de oorzaak van smetplekken. Gedacht moet worden aan gewichtsvermindering bij overgewicht, niet dragen van strakke kleding. Gebruik bij voorkeur katoenen ondergoed en kleding.
Lichaamshygiëne is zeer belangrijk, de huid moet dagelijks gewassen wordt. Teveel zeepgebruik echter kan door de lage zuurgraad het zuurgehalte van de huid verlagen en de kans op smetten weer vergroten. Babyzeep (pH-verlagend) en goed naspoelen en drogen (evt. föhnen) geven juist minder kans op smetten.
Behandeling
Naast bovengenoemde maatregelen die ook van belang zijn tijdens de behandeling, kunnen de huidplooien bedekt worden met scheurlinnen. Scheurlinnen kunt u maken van een goed gereinigd oud laken, hier reepjes van af te knippen en dit tussen de huidplooien te plaatsen om zo de huid droog te houden.
Bij een felrode en nattende huid gaat de voorkeur uit naar een schudmengsel zoals lotia alba.
Daarnaast kan antigistcreme gebruikt worden, zoals miconazol, hetgeen vrij verkrijgbaar is bij de apotheek.
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
De hoofdluis (pediculosis humanus var. capitis) is een parasiet, een klein beestje, dat voorkomt op de behaarde hoofdhuid. De hoofdluis is ca. 3 mm groot en legt ’s nachts ca. 5 eitjes (neten) van ca. 0,6 mm vnl. aan de basis van de haren (<0,5cm).
Na ongeveer 7-10 dagen lopen deze neten uit en 7-10 dagen daarna zijn ze volwassen luizen. De luizen overleven ca. 30 dagen. De lege omhulsels blijven achter op de haar en groeien zo mee, elke centimeter komt zo overeen met 1 maand aanwezigheid. Zo is de duur van de infectie dan ook te bepalen, 1 cm is één maand, 2 cm zijn 2 maanden etc.
De luis wordt overgedragen door gewoon contact zoals het gebruik van kleding zoals een muts, shawl. Ook door direct hoofdcontact kunnen luizen overgebracht worden. Ze kunnen niet ‘overspringen’.
In ongeveer 60% van de besmette mensen is het aantal luizen minder dan 10. De ziekte komt in 50% van de gevallen bij kinderen voor.
Het voorkomen van hoofdluis heeft niets te maken met slechte hygiëne en komt in alle lagen van de bevolking voor en is erg besmettelijk. De hoofdluis gaat niet weg door veelvuldig haren wassen. Ook de lengte van het haar maakt geen verschil, de hoofdluis blijft meestal dicht bij de hoofdhuid. Het enige voordeel van kort haar is dat ze eenvoudiger te zien zijn.
Hoofdluis is geen ernstige ziekte, wel hinderlijk met name door de jeuk.
Jeuk is de voornaamste reden voor bezoek aan de huisarts. Scholen hebben soms een actief beleid in het opsporen van hoofdluis waardoor het zich minder kan uitbreiden.
Hoe wordt hoofdluis herkend
De voornaamste klacht van hoofdluis is jeuk. Echter niet iedereen met hoofdluis krijgt jeuk. De jeuk ontstaat doordat de luis bloed opzuigt van de hoofdhuid, dit geeft irritatie.
Door de jeuk en het krabben kunnen kleine wondjes ontstaan.
De neten komen vnl. voor op haar van de zachtere gedeelten van de hoofdhuid zoals boven de oren en in de nek. De hoofdluizen zijn zelf vaak moeilijk te vinden en gaan vaak weg van haargebieden die onderzocht worden.
De neten zijn moeilijk herkenbaar omdat ze zo klein zijn, maar zien eruit als roos echter vaak dicht bij de hoofdhuid en vast aan de haar. Roos ligt vaak los van haren.
Preventie
Hoofdluis is moeilijk te voorkomen zeker bij kinderen. Door het intensieve contact kan de hoofdluis snel overgedragen worden. Een protocol en adviezen omtrent behandeling op school voor snelle herkenning kan helpen dat het voorkomen van hoofdluis verminderd.
Deel haarkammen en borstels niet met anderen. Vertel ouders van kinderen waar uw kind veel contact mee heeft gehad dat ze kinderen moeten controleren op hoofdluis.
Gebruik geen kleding van anderen, zoals shawls, mutsen en jassen.
Wanneer naar de huisarts
Hoofdluis kunt u zelf goed behandelen met middelen van de apotheek of drogist, het is niet nodig hiervoor naar de huisarts te gaan.
Bij steeds terugkerende klachten is het aan te raden de huisarts te bezoeken om te laten vaststellen of de klachten wel door hoofdluis veroorzaakt worden. Ook indien er vele wondjes en ontsteking van de hoofdhuid ontstaat, dient u naar de huisarts te gaan.
Wat doet de huisarts
De huisarts inspecteert de hoofdhuid en kijkt naar neten. Ook zal gezocht worden naar luizen. Zowel neten als luizen kunnen onder de microscoop bekeken worden. Eenmaal vastgesteld is verder onderzoek niet noodzakelijk.
Behandeling
Behandeling zonder bestrijdingsmiddelen is vaak teleurstellend. De behandeling is intensief, de neten zijn moeilijk allemaal te verwijderen en blijven zo opnieuw steeds luizen te geven. Een onderzoek uitgevoerd bij meer dan 4000 schoolkinderen in Wales (Engeland) liet een genezing zien bij alleen maar 38% van de kinderen die behandeld waren door het kammen van nat haar met een netenkam.
Behandeling ter voorkoming van hoofdluis is niet zinvol, alleen indien hoofdluis geconstateerd is dient dit met een bestrijdingsmiddel behandeld te worden.
Aanbevolen wordt een combinatie van wassen, kammen en een bestrijdingsmiddel zoals malathion.
Behandel indien meerdere mensen in een gezin besmet zijn ieder in één keer. Controleer voordat u begint ieder gezinslid nauwkeurig op hoofdluis. Meldt aan de school dat er hoofdluis geconstateerd is.
Lees zorgvuldig de bijsluiter van het bestrijdingsmiddel. Malathion dient 12 uur na aanbrengen uitgewassen te worden (breng dit begin van de avond aan), permetrine kan reeds na 10 minuten uitgewassen worden. Nadien het haar zorgvuldig uitkammen met een luizenkam.
Bij de behandeling van malathion niet zwemmen in chloorhoudend zwemwater dit inactiveert het middel.
Eitjes die niet gedood zijn kunnen na 7-10 dagen uitkomen en opnieuw klachten geven. Het wordt aanbevolen een week na de eerste keer de wasbeurt te herhalen. Een eenmalige behandeling kan echter wel al effectief zijn.
Dagelijks het haar uitkammen met een luizenkam (Nisska) tot 14 dagen na starten van de behandeling om de neten zodoende te verwijderen. Laat nadien de kam een uur weken in bestrijdingsmiddel.
Op de eerste behandeldag dient u diverse materialen te reinigen:
Was kleding zoals jassen shawls, mutsen maar ook beddengoed, knuffels en alles wat regelmatig contact maakt met de behaarde hoofdhuid op 60 graden.
Bewaar wat niet gewassen kan worden in een afgesloten plastic zak minimaal een week of 24 uur in de diepvries. De luizen zijn dan dood. Nadien goed uitborstelen en uitkloppen.
Meubilair en autobekleding eenmalig goed stofzuigen.
Het effect van een behandeling is te zien aan afwezigheid van neten aan de basis van de haar (<0,5cm).
Indien de jeuk niet opnieuw terugkomt is de behandeling geslaagd.
Herbesmetting
Herbesmetting kan optreden als er opnieuw contact is met b.v. een ander kind die hoofdluis heeft.
Ook door onjuiste behandeling kunnen de klachten terug komen.
Herhaling van behandeling is dan gewenst. De voorkeur verdient dan een ander bestrijdingsmiddel.
Veelvuldig behandelen van de behaarde hoofdhuid kan echter ontsteking van de hoofdhuid geven. Raadpleeg dan uw huisarts ook indien de klachten met regelmaat terugkomen.
Links
Veel internet sites over hoofdluis zijn gericht op verkoop van producten en bevatten derhalve vaak gekleurde onjuiste informatie.
Onderstaande links geven aanvullende informatie en zijn betrouwbaar.
Nederland:
Hoofdluis; Landelijk Coördinatiestructuur Infectieziektenbestrijding (LCI)
De LCI is een samenwerking van bestaande instellingen en organisaties, GGD'en, VWS, RIVM, IGZ, GGD Nederland en VNG en richt zich uitdrukkelijk in eerste instantie op collectieve preventie en directe bestrijding.
Hoofdluis / Schaamluis, patiëntenfolders die meegegeven worden door de huisarts, ontwikkeld door het Nederlands Huisartsen Genootschap
Hoofdluis; Kringapotheek folder m.n. gericht op de behandeling van hoofdluis
Buitenland:
Headlice.org, site van de National Pediculosis Association geeft een overzicht over alle aspecten van hoofdluis m.n. gericht op ouders
Head Lice information, Harvard School of Public Health, Boston, geeft uitvoerige informatie over hoofdluis
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en Venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
Relevante artikelen
Behandeling van hoofdluis, Geneesmiddelenbulletin 2002; 36: 97-102, Bijl D.
Treatment of head lice, British Medical Journal 2001;323:1084 ( 10 November ), Dodd C.
Head Lice, N Engl J Med; 346:1645-1650, May 23, 2002 R. J. Roberts
Auteur:
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
De schaamluis wordt overgebracht via direct lichamelijk contact of het dragen van besmette kleding of via beddengoed. De engelse benaming is crab lice.
De schaamluis (Phtirus pubis) is iets groter (1,5 - 2 mm) dan de hoofdluis en met het blote oog waarneembaar. De schaamluis wordt ook wel platje genoemd.
Voorkomen
Het voorkomen van schaamluis, pediculosis pubis is in Nederland 3 op de 100.000 mensen, echter dit getal kan hoger zijn omdat mensen vaak niet naar de huisarts gaan en de schaamluis zelf behandelen.
Onder alle luisinfecties komt schaamluis het meeste voor, ca. in 50-80% van de gevallen.
Ontstaanswijze
De luizen kunnen 2 dagen buiten de gastheer overleven, b.v. in beddengoed. Aan het schaamhaar worden hun eitjes geplakt die na 5-8 dagen uitkomen en na 3-4 week volwassen luizen geven. De luis beweegt zich alleen om zich te voeden, hetgeen direct de jeukklachten veroorzaakt. In ca. 30 dagen legt de vrouwelijke luis 25-50 eitjes.
Klachten
Schaamluis geeft meestal jeuk in de schaamstreek. Vaak zijn de luizen te zien. Door het krabben kunnen kleine wondjes ontstaan en een beeld wat lijkt op eczeem, rode en iets verdikte huid..
Schaamluis kan ook voorkomen op andere behaarde gedeelten van de mens zoals baardstreek, okselstreek , wenkbrauwen en wimpers.
Na langere tijd kunnen op de huid staalblauwe vlekken van ca 1 cm ontstaan, mogelijk door bloedpigment.
Wat doet de huisarts
Naast het vragen naar de klachten kan de huisarts ook vragen naar klachten passend bij evt. andere seksueel overdraagbare aandoeningen.
De huisarts kijkt naar de schaamstreek, onderzoek de huid. Een luis indien gevonden kan onder de microscoop gebracht worden en zo wordt de diagnose bevestigd. Schurft (scabies) kan ook een dergelijk beeld geven echter zit vaak op andere plekken (handen en rond de navel, penis). Schurft is zichtbaar door kleine gangetjes die van enkele millimeters tot 1 ½ cm lang zijn.
Preventie
Verstandig omgaan met intieme contacten is van belang. Onbekende en vaak wisselende sexuele contacten geven grotere kans op schaamluis en andere sexueel overdraagbare ziekten (SOA). Mocht de partner klachten hebben van jeuk in de schaamstreek is de kans groot dat dit veroorzaakt wordt door schaamluis en zo kan besmetting optreden. Ook slapen in ongewassen beddengoed kan een oorzaak zijn.
Behandeling
Voor behandeling hoeft u niet naar de huisarts. Indien u twijfelt of er inderdaad sprake is van schaamluis, of bent u bang voor een andere seksueel overdraagbare aandoening is het raadzaam de huisarts te bezoeken. Ook indien de behandeling niet effectief is dient u de huisarts te bezoeken.
Behandeling met een bestrijdingsmiddel is noodzakelijk. Malathion is het middel van eerste keus. In malathion zit alcohol hetgeen bij behandeling irritatie van de huid kan geven. Een eenmalige behandeling is voldoende.
Het schaamhaar kan ook afgeschoren worden, daarmee verdwijnen de meeste neten (eitjes). Echter ook na scheren is behandeling met een bestrijdingsmiddel nodig. De luis kan ook aanwezig zijn in gebieden zoals onderbuik, tussen de billen en bovenbenen. Houdt rekening daarmee bij de behandeling.
Een partner met dezelfde klachten dient gelijktijdig meebehandeld te worden.
Beddengoed en kleding dient op minstens 60°C gewassen te worden.
Voor behandeling zie verder hoofdluis.
Herbesmetting
Herbesmetting treedt op
-indien de partner niet gelijktijdig meebehandeld is
-de behandeladviezen niet zorgvuldig zijn opgevolgd
-kleding of beddengoed niet gereinigd is
-alleen volstaan is met scheren van het schaamhaar, achtergebleven eitjes kunnen zo opnieuw weer luizen geven
Links
Hoofdluis / Schaamluis, patiëntenfolders die meegegeven worden door de huisarts, ontwikkeld door het Nederlands Huisartsen Genootschap
Pubic Lice or "Crabs", informatie folder van Centers for Disease Control and Prevention
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
De hoofdschimmel (tinea capitis) is een besmettelijke schimmelinfectie van de hoofdhuid en de haren. Vooral bij kinderen (4-11 jaar) komt deze schimmel voor.
Ontstaanswijze
Er zijn een aantal verschillende schimmelsoorten die een infectie geven van de hoofdhuid. Sommige schimmels worden van mens tot mens overgedragen, anderen kunnen alleen van een dier op de mens overgedragen worden. Via besmette kammen, hoofddeksels, beddengoed en kleren kan de schimmel overgedragen worden.
Bij mensen met een gestoorde immuunafweer (AIDS, prednisolon gebruik, niertransplantatie) verloopt de infectie vaak heftiger.
De tijd van besmetting tot het krijgen van verschijnselen (incubatietijd) is 10 – 14 dagen.
De schimmels dringen de haarschacht binnen en winden zich om de haar die op den duur afbreekt. Er ontstaat tevens een ontstekingsreactie van de huid.
Klachten
De infectie begint vaak als een klein bultje dat zich uitbreidt tot grotere gebieden. Zo ontstaan er plaques waarbij de haren tot enkele millimeters boven de huid afbrokkelen en zo kale plekken geven. Alleen bij zeer diepe infecties is de kaalheid blijvend.
De huid gaat schilferen en raakt ontstoken, wordt dik en rood. Er kunnen meerdere kale plekjes zijn die op den duur met elkaar kunnen vervloeien tot één groter gebied.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal vragen naar de duur van de klachten en of er mensen of dieren in de omgeving dezelfde klachten hebben. Er zal naar de behaarde hoofdhuid gekeken worden. Het beeld is vaak erg typisch, kale plekken met afgebroken haren met een ontstoken huid. Bepaalde schimmelsoorten lichten door middel van het gebruik maken van een speciale lamp (Wood’s lamp) geelgroen op. Haren kunnen ook onder de microscoop bekeken worden of opgestuurd worden om te kweken zodat precies bekend wordt om welke schimmelsoort het gaat.
Besmettelijkheid
Voornamelijk de schimmels die van mens op mens overgedragen worden kunnen zeer besmettelijk zijn. Ook kunnen mensen dragers zijn van het schimmel, die dan geen klachten geeft maar wel zo iemand anders kan besmetten. Binnen een gezin of school kan dan snel verspreiding plaats vinden.
Preventie
Gebruik een eigen kam en zorg dat die met regelmaat gereinigd wordt. Gebruik geen haardoekjes, mutsen, petten van iemand anders. Laat besmette dieren goed door een dierenarts behandelen.
Behandeling
Hoofdschimmel kan spontaan genezen echter de kans op littekens en kale plekken is daarbij groter.
Hoofdschimmel wordt behandeld met een kuur van tabletten van 4 week (b.v. itraconozal of terbinafine). Na één week is de huidafwijking dan niet meer besmettelijk.
Het nut van het thuis houden van besmette kinderen is omstreden omdat ook besmetting kan plaatsvinden door dragers die geen klachten hebben.
Gezinsleden dienen goed onderzocht te worden op hoofdschimmel. Een ieder met hoofdschimmel dient gelijktijdig behandeld te worden.
Links
Hoofdschimmel NHG Patiëntenbrief
Hoofdschimmel LCI
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
Zelfbevrediging, erectieproblemen en geslachtsziekten zijn de grootste seksuele taboes van ons land. Dat blijkt uit een groot onderzoek dat in 2003 in Nederland is uitgevoerd door de Universiteit van Tilburg en het TNS NIPO. Een kleine 20.000 mensen zijn o.a. via internet ondervraagd over seksualiteit vroeger en nu.Ook is onderzoek gedaan naar wat men eigelijk niet meer als een taboe zou moeten zien in de huidige tijd. Dit waren gebruik van voorbehoedsmiddelen, homo- en biseksualiteit, geslachtsziekten en zelfbevrediging.
Grootste taboe is zelfbevrediging
Zelfbevrediging is het grootste taboe, 4 van de 10 mensen doen het wel maar willen er nooit met anderen over spreken. Ze zien het als hun “grootste persoonlijke taboe”. 6 van de 10 mensen heeft moeite om erover te praten.
Op de tweede plaats komen erectieproblemen. Bijna de helft van de mensen vindt het moeilijk dit te bespreken en maar 10% van de mannen met deze problemen zoekt hiervoor hulp. Op de derde plaats komen tot slot de geslachtsziekten.
Andere taboeonderwerpen zijn incontinentie en seks, geen zin in seks en seks op oudere leeftijd.
Wat is geen taboe meer
Gebruik van voorbehoedsmiddelen worden nauwelijks meer gezien als een taboeonderwerp. Maar 4 % vindt het lastig om hierover te praten. Niemand ziet dit meer als het grootste persoonlijke taboe.
Verschillen tussen mannen en vrouwen
Door beide geslachten worden seksuele taboes verschillend ervaren. Mannen vinden het moeilijker over erectieproblemen te praten dan vrouwen. Vrouwen vinden het echter weer moeilijker te praten over zelfbevrediging. Mannen vinden het moeilijker (12%) over geen zin in seks te praten dan vrouwen (4%).
Taboe en leeftijd
Praten over ”geen zin in seks” en over erectieproblemen is vooral een probleem van 40-60 jarigen. 60-plussers hebben meer moeite om over “seks op oudere leeftijd” te praten, uiteraard omdat het henzelf betreft. Praten over anderen is altijd gemakkelijker dan over jezelf.
Wat is in elke leeftijdscategorie de top drie van taboes?
Bij de jongeren tot 20 jaar zijn dat respectievelijk zelfbevrediging (34%), geslachtsziektes (14%) en erectieproblemen (11%).
Bij de 20-40 jarigen dezelfde drie: zelfbevrediging (27%), geslachtsziektes (19%) en erectieproblemen (13%).
In de leeftijdsgroep 40 tot 60 jaar dringen problemen met incontinentie de top drie binnen: zelfbevrediging (18%), geslachtsziektes en incontinentie en seks (16%) en erectieproblemen (15%) (incontinentie is het onvermogen om urine of ontlasting op te houden).
Boven de 60 jaar staan erectieproblemen (21%) op de eerste plaats, gevolgd door zelfbevrediging (18%) en geen zin in seks (13%).
Taboe en milieu
Maakt het uit hoe hoog je opleiding of inkomen is? Wel degelijk! Hoe lager inkomen of opleiding hoe moeilijker mensen het vinden om te praten over erectieproblemen. Seks en incontinentie zijn vooral een taboe voor de hoger opgeleiden.
Links
Belgische Vereniging Seksuologie
Nederlandse Vereniging voor Seksuologie
Netdokter
NVSH
Rutgers Nisso Groep
Geraadpleegde literatuur
Seksuele taboes in Nederland, oktober 2003 TNS/NIPO
Tijdens de zwangerschap zijn er vrouwen die minder en vrouwen die meer zin in vrijen hebben dan gebruikelijk.
Het plezier in seks hangt af van de relatie, sociale factoren, psychische factoren en in veel mindere mate van medisch factoren.
Voorkomen
Er is weinig literatuur over de “normale” sexualiteitsbeleving tijdens zwangerschap en het eerste jaar na de geboorte van het kind.
Uit enkele onderzoeken komt naar voren dat seksuele activiteit tijdens de zwangerschap afneemt. Ook de tevredenheid in de seksbeleving neemt af1.
Het verlangen naar seks en coïtus neemt eerder bij vrouwen dan bij mannen af tijdens de zwangerschap. Dit neem steeds verder af naargelang de zwangerschap vordert2.
In een in Canada gehouden onderzoek3 bleek dat de helft van de vrouwen bang is dat seks de zwangerschap kan schaden. Voornamelijk aan het eind van de zwangerschap is er angst voor voortijdige weëen en breken van de vliezen. Alleen een derde van de vrouwen besprak dit op eigen initiatief met de arts, die de zwangerschap begeleidde. De meeste vrouwen, die er niet over hadden gesproken, vonden dat het onderwerp besproken diende te worden.
Vaak wordt aan het einde van de zwangerschap de coïtus vermeden. 6-8 week na de bevalling vindt meestal weer gemeenschap plaats. Hoe meer problemen er opgetreden zijn tijdens de bevalling (ingeknipt zijn, uitgescheurd zijn), des te groter is de kans dat de gemeenschap pijnlijk is (dyspareunie).
Ook bij borstvoeding vindt er later seks plaats en bij de helft van de vrouwen is de zin in seks verminderd2.
Is seks tijdens de zwangerschap gevaarlijk?
Seks tijdens de zwangerschap is niet gevaarlijk, tenzij het wordt afgeraden door uw arts bij speciale omstandigheden. Te denken valt dan aan b.v. voortijdige weeën, vaginaal bloedverlies, gevordere ontsluiting bij het begin van de bevalling.
De baby bevindt zich goed verpakt door de vruchtvliezen in de baarmoeder. De baarmoedermond is afgesloten door een slijmprop en op geen enkele manier kan er zo direct contact ontstaan tussen de penis en de baby.
Als de vliezen gebroken zijn bij het begin van de bevalling wordt coïtus afgeraden wegens infectiegevaar voor het kind.
Een orgasme is ook ongevaarlijk voor de baby. De baarmoeder trekt dan samen, echter dat doet hij vaker tijdens de zwangerschap en is dus niet gevaarlijk. In de tweede helft van de zwangerschap wordt dat gevoeld als harde buiken.
Seks aan het eind van de zwangerschap kan helpen de bevalling op te wekken door het hormoon prostaglandine wat zich in sperma bevindt.
Wel moet rekening gehouden worden met het veilig vrijen. Bij wisselende contacten is het zeer verstandig een condoom te gebruiken ter voorkoming van sexueel overdraagbare aandoeningen (SOA).
Houdingen tijdens seks bij een zwangerschap
Een advies voor de houding tijdens seks is moeilijk te geven. In het algemeen geldt, doe datgene niet wat niet prettig voelt of pijnlijk is.
Door de groei van de buik kan het lastig zijn dat de man bovenop ligt. Andere methoden zijn b.v. de vrouw zit bovenop, de lepeltjeshouding.
Het belangrijkste is dit goed met elkaar te bespreken en uit te proberen wat het fijnste is.
Conclusie
Zoals ook buiten de zwangerschap: doe waar je als partners beide plezier in hebt. Alleen in uitzonderlijke situaties als bloedverlies en voortijdig gebroken vliezen wordt gemeenschap afgeraden.
Links
NHG patiëntenbrief Zwangerschap
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie Folders Zwangerschap
Links van de NVOG betreffende Gynaecologie en Zwangerschap
Links van Dromedaris.nl Gynaecologie en Zwangerschap
Geraadpleegde Literatuur
1 Bartellas E, Crane JMG, Daley M, Bennett KA,Hutchens D. Sexuality and sexual activity in pregnancy. Br J Obstet Gynaecol 2000;107:964-8.
2 J.P.C. Moors Huisarts en Wetenschap 43 (2000), p. 213-218 Seks tijdens zwangerschap en periode post partum. Een literatuuroverzicht
3 Bartellas E, Crane JM, Daley M, Bennett KA, Hutchens D. Department of Obstetrics and Gynaecology, Memorial University of Newfoundland, St. John's, Canada. BJOG. 2000 Aug;107(8):964-8.
Sexuality and sexual activity in pregnancy.
4 NHG Standaard Zwangerschap en Kraamperiode (pdf)Huisarts en Wetenschap 2003;46(7):369-87.
Schurft (scabies) is al in de oudheid bekend. Het wordt veroorzaakt door een mijt, Sarcoptes Scabies Hominis. Schurft wordt gerekend tot de SOA groep.
Voorkomen
De besmetting komt in golven voor, b.v. na de tweede wereldoorlog en in de jaren zestig, gelijke tred houdend met ander voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA).
Het komt bij 2,2-3,8 van de 1000 mensen voor en hangt samen met hygiënische en sociaal-economische omstandigheden.
Ontstaanswijze
Om besmet te worden met de schurftmijt is langdurig contact nodig. Overdracht via beddengoed speelt eigenlijk geen rol. Lang huidcontact (b.v. 15 minuten) is nodig om besmet te worden. Dit kan door sexueel contact maar ook door beddengoed mits onder de goede omstandigheden (hoge luchtvochtigheid en een temperatuur boven de 15 graden).
De mijt is gevoelig voor uitdrogen en kan moeilijk buiten zijn gastheer overleven.
De vrouwelijke mijt graaft een gangetje in de huid alwaar ze eitjes legt. Eenmaal uitgekomen begeven zich de mijten over de rest van de huid.
Nieuwe vrouwtjes die besmet zijn graven nieuwe gangetjes, leggen daar eitjes waar vervolgens andere mijten uitkomen.
Op het hoogtepunt ca. na 3 maand kunnen zich er een vijftigtal mijten in de huid bevinden. Door mogelijk een immuunrespons tegen de mijten neemt hun aantal nadien af.
Vermoedelijk geeft het secreet zoals uitwerpselen van de mijt, en substanties aan het oppervlakte van de mijt aanleiding tot een allergische reactie.
Schurft bij dieren is een andere vorm. Deze schurftmijt kan wel bij de mens op de huid voorkomen en graaft geen gangetjes. Behandeling van het besmette dier is dan voldoende om de klachten bij de mens te doen verdwijnen.
Klachten
Na ongeveer 4 week na besmetting ontstaat er jeuk die toeneemt in de loop der maanden en uiteindelijk na ca. 3 maand m.n. ’s nachts op zijn hevigst is.
De gangetjes zijn zeer klein, verlopen kronkelig en zijn van enkele millimeters tot ca. 1 ½ cm groot. De vrouwelijk mijt zit vaak aan het uiteinde en is soms zichtbaar als een klein zwart stipje. Daaromheen is de huid vaak rood. De gangetjes bevinden zich meestal tussen de vingers, zijkant van de handpalm, buigzijde van de pols, strekzijde van de elleboog en binnenzijde van voet en enkel.
Ook op andere plaatsen kan het voorkomen en zal dan vaak zichtbaar zijn als rode plekken van de huid, zoals in de okselplooi, rond de tepels (van de vrouw), billen en dijen. Mannen hebben vaak grote verdikte plekken aan de geslachtsdelen. De rug en het hoofd blijft vaak vrij van klachten.
Door krabben ontstaan vaak secundair huidinfecties, puistjes.
Bij kinderen en zuigelingen komen de afwijkingen ook op het hoofd voor.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal een aantal vragen stellen over het ontstaan van de klachten, maar ook of er in de omgeving iemand is met dezelfde klachten. De huisarts zal de aangedane huiddelen bekijken. Een gangetje kan open gemaakt worden om zo de mijt onder een microscoop te leggen waarna de diagnose gesteld kan worden. Dit kan lastig zijn omdat iemand met een goede lichaamshygiëne vaak niet meer dan 5-10 mijten heeft. Daarnaast zijn in slechts minder dan de helft van de gevallen de gangetjes niet zichtbaar. Om deze reden kan de diagnose gemist worden.
Ernstige vorm van Scabies
Een ernstige vorm van scabies (Scabies Norvegica) wordt bij een aantal groepen gezien:
-mensen met een onderliggende ziekte: suikerziekte (diabetes), AIDS
-mensen met een incontinentie probleem, zoals bij een hersenbeschadiging of verstandelijk gehandicapten
-mensen met een immuunstoornis zoals tijdens behandeling van cytostatica bij diverse vormen van kanker
Vaak is de jeuk afwezig. Er zijn enorm veel mijten die zich over het gehele lichaam uitbreiden. De huid wordt schilferig vaak met korsten, m.n. aan de handen maar kan ook op het gehele lichaam voorkomen.
Besmettelijkheid
Zolang er mijten en eitjes aanwezig zijn is de mens besmettelijk. Bij juiste behandeling door een bestrijdingsmiddel is iemand na 24 uur niet meer besmettelijk.
De grootste kans op besmetting zijn die personen die langdurig contact hebben met iemand die besmet is, b.v. gezinsleden, of verzorging van ziek iemand die besmet is.
Lage kans is er bij kortdurend lichaamscontact, of indirect contact zoals beddengoed.
De ernstige vorm van scabies (Scabies Norvegica) is zeer besmettelijk, huidcontact geeft een hoog risico op besmetting.
Buiten het lichaam kan de mijt slecht overleven, bij kamertemperatuur overleven ze ca. 3 dagen.
Behandeling
De behandeling kan plaatsvinden door lindaan smeersel of permetrine creme. Tussen beide is geen verschil. Bij kleine kinderen verdient permetrine de voorkeur wegens het gevaar om het middel via de mond binnen te krijgen.
Zwangeren worden behandeld met benzylbenzoaat smeersel. Nadeel wel is dat dit minder effectief is.
Het lichaam wordt vanaf de kaakrand tot en met de tenen ingesmeerd en na een bepaalde tijd (10-24 uur,afhankelijk van het product) weer afgewassen.
Beddengoed en gedragen kleding worden gewassen. (langer dan 10 minuten bij 50-60 graden)
Alle besmette personen moeten tegelijk behandeld worden.
Alleen bij de ernstige vorm van scabies is het noodzakelijk de directe omgeving te reinigen. Huishoudelijk reinigen is dan voldoende. Schoonmaken bij de gewone vorm van scabies is niet nodig.
Links:
Scabies; Landelijk Coördinatiestructuur Infectieziektenbestrijding (LCI)
De LCI is een samenwerking van bestaande instellingen en organisaties, GGD'en, VWS, RIVM, IGZ, GGD Nederland en VNG en richt zich uitdrukkelijk in eerste instantie op collectieve preventie en directe bestrijding.
Scabies, informatie folder van Centers for Disease Control and Prevention
Geraadpleegde Literatuur:
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Dermatologie en venereologie. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000
Farmacotherapie voor de huisarts. Achtergronden. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht: 1996
Het maagdenvlies (hymen) is niet een echt vlies, het sluit namelijk niet de vagina af. Indien het wel helemaal de vagina afsluit ontstaat er een probleem bij de menstruatie die dan erg pijnlijk is, het bloed kan dan niet weg, en een bezoek aan de huisarts is dan nodig. Dit is echter een zeldzame aandoening.
Het maagdenvlies zit aan het begin van de vagina even dieper dan de binnenste schaamlippen. De aanleg van het maagdenvlies kan zeer verschillend zijn, het is een randje weefsel dat bij de één dik en stug is en bij de ander dun en soepel.
Door voorzichtig naar binnen te gaan met de vinger kan voorbij de kleine schaamlippen een randje gevoeld worden bij de ingang van de vagina, dit is het maagdenvlies.
De meeste meisjes hebben geen bloedverlies als de penis de eerste keer in de vagina gaat (ontmaagding). Bij ontmaagding hoeft bij een soepel maagdenvlies helemaal geen bloed vrij te komen, zeker als het randje maagdenvlies soepel is, het rekt dan gewoon op. Soms ontstaat pas bij volgende keren als de penis in de vagina gaat wat bloed.
Het bloedverlies kan ook ontstaan doordat de vagina wat droog is zeker als er spanning is tijdens het vrijen. In het slijmvlies van de vagina kunnen dan wat scheurtjes komen en zo bloedverlies geven.
Tampongebruik kan het maagdenvlies een beetje doen inscheuren als het niet goed ingebracht wordt. Het inbrengen is dan ook pijnlijk. Meestel is er echter genoeg ruimte om de tampon in te brengen zodat dit dan ook geen problemen geeft.
Sporten geeft geen beschadiging van het maagdenvlies.
Links
Feiten & fabels over het maagdenvlies (pdf)
Rutger Nisso Groep
Rutgers huizen, adressen
Anticonceptie allochtonen
Geraadpleegde literatuur
Heineman MJ, Bleker OP, Evers JLH, Heintz APM, redactie. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Maarssen: Elsevier/Bunge, 1999
Auteur
J.H. Huizinga, huisarts te Grootegast
In de Arabische wereld en de moslimcultuur in het algemeen, is het van groot belang dat meisjes "kuis" blijven tot de voltrekking van het huwelijk. De bruid moet die kuisheid bewijzen door middel van bloed aan het laken na de eerste huwelijksnacht. Geen seks dus tot dat moment. Deze kuisheid wordt door traditionele moslimmannen van vrouwen geëist, en is gebaseerd op koranteksten, die overigens voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
In ons land geboren moslimmeisjes willen echter vaak, net als hun Nederlandse vriendinnen, toch ervaring opdoen met seks op de daarvoor in onze cultuur normale manier.
Sommige Moslimmannen zijn minder terughoudend. Heftige en romantische liefdesrelaties kunnen na een paar weken alweer zijn afgelopen.
Het meisje heeft dan met haar maagdenvlies ook haar "eerbaarheid" ingeleverd en zit met een probleem. Dat is niet voor alle vrouwen en meisjes even ernstig. Sommigen kunnen er mee leven. Anderen voelen zich ernstig beschadigd en hebben, naast hun verdriet, last van schuldgevoelens en zelfverwijt. Hun "geheim" leidt vaak tot het gevoel geen respect meer te verdienen. Uit schaamte menen ze er met niemand over te kunnen praten. Vaak zullen ze ook hun ouders niet meer onder ogen durven te komen.
Maagdenvlieshersteloperatie
Het herstellen van het maagdenvlies is op zich een eenvoudige medische operatie. Die wordt poliklinisch gedaan, wat betekent dat je na een paar uur alweer naar huis kan. Voor er met de ingreep wordt begonnen wordt alles je goed uitgelegd. Het gebeurt onder lokale verdoving, of als je dat liever hebt onder algehele anesthesie.
Bij de lokale verdoving wordt er eerst een verdovende vloeistof gespoten op de plaats waar je een prikje krijgt. Daar voel je dus ook niets van. Bij de ingreep die vijf tot tien minuten duurt wordt met klein deel van het slijmvlies van de vaginawand losgemaakt en wat "ingekort", zodat een nieuw maagdenvlies ontstaat. Hoe dat precies gaat laten ze je nog zien in de kliniek.
Als je na de ingreep naar huis gaat, bloed je niet en heb je ook geen pijn. Je kan met de bus of trein naar huis. Fietsen kan schrijnen en is de eerste dagen af te raden. Het herstel moet gebeuren in de week voor het voorgenomen huwelijk. Wanneer het door een bekwame arts wordt gedaan, is het resultaat uitstekend. Complicaties zijn er eigenlijk niet. Je krijgt soms antibiotica mee om infectie te voorkomen. Last heb je er ook niet van.
In ons land is een kliniek waar de ingreep veelvuldig wordt gedaan door een Arabische vrouwelijke arts. De privacy van de meisjes en vrouwen is daar gegarandeerd. Je kan, zoals dat je recht is, alle medische gegevens laten verwijderen, zowel bij de (huis-)arts als die je verwezen heeft, als bij de instelling waar je behandeld wordt. Niemand komt dus te weten dat je in die kliniek geweest bent, en waarvoor.
Links
Feiten & fabels over het maagdenvlies (pdf)
Rutger Nisso Groep
Rutgers huizen, adressen
Anticonceptie allochtonen
Geraadpleegde Literatuur
Ethical dilemma: Should doctors reconstruct the vaginal introitus of adolescent girls to mimic the virginal state? A Logmans, A Verhoeff, R Bol Raap, F Creighton, M van Lent, BMJ 1998;316:459-460
Auteur: J. van den Bergh, arts
Voor nadere info mail: lisad@xs4all.nl
Overmatig zweten
Overmatig zweten wordt ook wel hyperhidrosis genoemd. Hyperhidrosis komt niet alleen voor in de oksels, maar ook aan de handen, voetzolen en elders op het lichaam. Vaak zijn de zweetplekken de gehele dag nat waardoor grote problemen kunnen ontstaan voor het dagelijks functioneren. Soms treedt overmatig zweten aanvalsgewijs op, maar het kan ook continu bestaan. "Gewoon zweten" is belangrijk voor de temperatuurregulatie van de huid en houdt de huid vochtig.
Voorkomen
Overmatig zweten begint meestal tussen het tiende en twintigste jaar, maar kan al vanaf de geboorte aanwezig zijn. Er zijn grote verschillen tussen de mate van het zweten, en het gevoel om teveel te zweten heeft ook met je eigen normen te maken: wat de één normaal vindt, vindt de ander teveel. Geschat wordt dat 0,6 tot 1 % van de mensen echt lijdt aan "overmatig zweten". Overigens bestaat er ook nog een ander probleem: te weinig of in het geheel niet zweten. 1)
Mechanisme
We hebben op de huid 2 soorten zweetkliertjes.
1. apocriene zweetklieren
Dit zijn kleine zweetkliertjes die uitmonden in de haarfollikel (dat is het plekje in de huid waar een haar ontstaat). Haarfollikels bevinden zich over bijna de gehele huid. Maar op handpalmen en voetzolen komen ze niet voor, en verder wisselt de dichtheid heel sterk. Apocriene zweetklieren bevinden zich vooral rond de anus, de schede, de oksels en de tepels.
Het zweet hiervan is olieachtig en geurloos maar wordt aan het huidoppervlak d.m.v. bacteriën omgezet in de typische zweetgeur. Dit zweet wordt door de gehele dag aangemaakt en wordt nauwelijks beïnvloed door inspanning of door emoties.
2. eccriene zweetklieren
Dit zijn zweetkliertjes die direct uitmonden op de huid zelf. Deze zweetklieren hebben een functie in de warmteregeling van het lichaam. De klieren worden aangestuurd door het (onwillekeurig) zenuwstelsel. Bij toename van de temperatuur in het lichaam worden de zweetklieren aangezet tot meer zweetproductie, door verdamping van het zweet ontstaat zo afkoeling van de huid en kan de lichaamstemperatuur weer dalen. Eccriene zweetklieren komen over het hele lichaam voor, maar het aantal varieert sterk: van 120 tot 620 per cm2. Ze komen vooral voor op de voetzolen.
Oorzaken
De exacte oorzaak van overmatig zweten is niet bekend. Vroeger dacht men dat het een psychische oorzaak had, maar dit werd niet ondersteund door wetenschappelijk psychologisch onderzoek. De oorzaak is dus puur lichamelijk. In de hersenen - om precies te zijn 'in de hypothalamus - ontstaat de prikkel om te gaan zweten. En ook om overmatig te gaan zweten. Ook blijkt dat overmatig zweten deels erfelijk is bepaald.
Er zijn twee vormen:
1. Primaire hyperhidrosis.
Hierbij is de oorzaak niet bekend. Het overmatig zweten treedt vooral op in de oksels, handpalmen en voetzoelen.
2. Secundaire hyperhidrosis.
Hierbij kunnen wel oorzaken worden aangegeven, bijvoorbeeld overgewicht, overgang, suikerziekte, schildklierziektes, kanker, bepaalde medicijnen en tuberculose. Ook kunnen psychische ziektebeelden zoals fobieën (ziekelijke angsten) aanleiding zijn tot overmatig transpireren.
Wanneer naar de huisarts
Overmatig zweten kan sociaal heel belemmerend zijn. Het kan leiden tot problemen op het werk of in de relatie. Dit kan een reden zijn om de huisarts te bezoeken. Zeker als het onderdeel uitmaakt van andere symptomen zoals dorst en afvallen (bijvoorbeeld bij suikerziekte) of aanhoudende koorts (bij infectieziekten).
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen naar de ernst van de klachten. Hoe erg is het? Wat geeft de meeste problemen, de geur of het vochtverlies? Komt het zweten vooral 's nachts of overdag voor? vaak voor bij infectie ziekten of ernstige ziekten zoals kanker of tuberculose. Daarnaast zal de huisarts vragen stellen over symptomen van andere ziekten om te kijken of er een oorzaak gevonden kan worden voor het overmatig zweten. Suikerziekte of gebruik van geneesmiddelen kunnen bijvoorbeeld ook een oorzaak zijn..
Ook is van belang te weten wat u zelf al hebt ondernomen om van het probleem af te komen. En wat wel of niet geholpen heeft.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal kijken naar de huid of er sprake is van overmatig zweten en of er mogelijk sprake is van schimmelinfecties (zoals voetschimmel of smetplekken die een vieze geur afgeven).
Er kan ook gebruik gemaakt worden van de jodiumzetmeeltest, maar meestal wordt dit onderzoek uitgevoerd door de specialist, veelal de huidarts (dermatoloog). Hierbij wordt de huid goed afgedroogd en ingesmeerd met 20% jodium in alcohol. Na droging wordt dan zetmeel over de gehele huid aangebracht. Het zetmeel reageert met het jodium als er water bijkomt. Op de plaatsen waar iemand zweet ontstaan dan donkerblauw-zwarte verkleuringen.
Wat kunt er u zelf aan doen
Belangrijk is het lichaam regelmatig te wassen en zeepresten goed weg te spoelen en het lichaam nadien goed af te drogen. De kleding kan regelmatig verwisseld te worden. Het is beter om geen synthetische kleding te dragen, maar katoen en wol zijn wel goed. Leren schoenen zijn goed, laarzen en schoenen gevoerd met synthetisch materiaal geven aanleiding tot zweetvoeten.
Therapie
Er kan worden behandeld met vloeistoffen op basis van aluminiumzout en alcohol. Dit kan voor de nacht opgebracht worden en 's ochtends weer afgewassen, dit een aantal malen per week.
Iontoforese
Iontoforese kan gebruikt worden bij handen en voeten. Hierbij worden handen of voeten in waterbak gedompeld waar een zwakke elektrische stroom doorheen loopt. In het begin wordt er heel vaak behandeld (bijvoorbeeld 3 keer per week), maar bij goed resultaat kan de behandeling minder vaak worden uitgevoerd.
Botuline injecties
Deze behandeling kan ingezet worden als andere behandelingen niet werken en wordt meestal uitgevoerd in een dermatologisch centrum. Met behulp van botuline-injecties (botox) wordt de zweetafscheiding geblokkeerd. Het vrijgekomen eiwit blokkeert de werking tussen zenuw en zweetklier zodat de klier minder gaat produceren. Meestal is er een tijdelijk effect (6-8 maand) zodat de behandeling vaker herhaald dient te worden.
De botuline wordt op die plaatsen ingespoten waar overmatig zweten plaatsvindt. Om die plekken te bepalen wordt de jodium zetmeel test gebruikt. Op de natte plaatsen die dan donker aankleuren, worden dan de injecties gegeven. De behandeling is duur en wordt meestal niet vergoed en vindt vaak plaats in privéklinieken.
Daarnaast zijn andere therapieën mogelijk zoals bepaalde geneesmiddelen, huidtransplantatie, bevriezing van de huid (cryotherapie), verwijdering van de apocriene klieren en zenuwbehandeling (sympathectomie). Deze therapievormen zijn echter zelden nodig.
1)Te weinig zweten
Bij hypohidrosis is er weinig zweetproductie, en soms kan de zweetproductie helemaal afwezig zijn (anhydrosis). Dit kan komen door afwijkingen in de zweetklieren zelf, aangeboren door grotendeels afwezigheid van deze klieren (zweetklieraplasie) of verworven bij ziekten als suikerziekte of huidziekten zoals sclerodermie waarbij de huid erg dun wordt (atrofie).
Links:
Hyperhidrosis.org http://www.hyperhidrosis.org/
End Sweat, The Californian Institute of Hyperhidrosis and Facial Flushing http://www.endsweat.com/
Hyperhidrosis support group http://www.hyperhidrosisuk.org/
Embarrassingproblems.com Sweating http://www.embarrassingproblems.com/pages2/sweating.htm
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Management of primary hyperhidrosis: a summary of the different treatment modalities. Connolly M, de Berker D. Am J Clin Dermatol. 2003;4(10):681-97.
Hyperhidrosis. Leung AK, Chan PY, Choi MC. Int J Dermatol. 1999 Aug;38(8):561-7.
Vernauwing van de voorhuid wordt ook wel phimosis genoemd: de opening van de voorhuid is hierbij te nauw.
Voorkomen
Het is niet bekend hoeveel mannen last hebben van vernauwing van de voorhuid. In sommige onderzoeken schat men in 0,3%, in andere 3%.
Ontstaan
Bij de meeste pasgeborenen kan de voorhuid (preputium) niet worden teruggeschoven. De voorhuid zit dan nog vast aan de eikel. In de loop van de ontwikkeling is de voorhuid steeds verder over de eikel te schuiven totdat hij uiteindelijk volledig over de eikel heen geschoven kan worden. Op 3 jarige leeftijd kan bij 20% de voorhuid niet teruggeschoven worden, maar het wordt zelfs nog niet als afwijkend gezien als dit voorkomt bij kinderen van 5 jaar. Op 10 jarige leeftijd kan in 99% de voorhuid volledig worden teruggeschoven.
Klachten
In de meeste gevallen geeft een voorhuid die niet teruggeschoven kan worden geen klachten. Maar soms is het toch meer dan hinderlijk. Door de te nauwe opening van de voorhuid kan het plassen moeilijk gaan. De voorhuid kan dan als een ballonnetje opbollen, daarna komt de urine pas naar buiten. Dit kan pijnlijk zijn en is terecht een reden om de huisarts te bezoeken.
De voorhuid kan ook gaan ontsteken. Vaak door een gist, candida albicans, en door opeenhoping van smeersel (smegma) tussen de voorhuid en eikel. Er ontstaat zo een pijnlijke rode zwelling van de voorhuid. Overigens is het aanmaken van smegma heel normaal: het dient om de voorhuid gemakkelijk over de eikel heen te laten glijden.
Door het krijgen van een erectie kunnen oudere kinderen of volwassenen pijn krijgen wanneer de voorhuid te nauw is. Er kunnen kleine scheurtjes van de voorhuid optreden.
Indien de te nauwe voorhuid met moeite over de eikel kan worden geschoven kan in sommige gevallen de voorhuid achter de eikel blijven zitten en niet meer teruggaan. Dit is het gevolg van een zwelling die in de voorhuid optreedt en wordt in de volksmond aangeduid met ‘spaanse kraag’ (paraphimosis).
Wat kunt u er zelf aan doen
Indien de voorhuid te nauw is hoeft u er meestal niets aan te doen. Het onnodig oprekken van de voorhuid is niet verstandig, want het geeft vaak kleine wondjes waardoor de klachten juist kunnen verergeren, bijvoorbeeld door littekenvorming. Indien er zich regelmatig materiaal ophoopt rond de eikel is het verstandig dit te reinigen. Dit kunt u doen met een spuitje met lauw water. Door het spuiten tussen de eikel en voorhuid kan deze ruimte schoongespoeld worden.
Wanneer naar de huisarts
Veelal komen ouders van een jongetje naar de huisarts omdat ze denken dat de voorhuid van hun zoontje volledig naar beneden geschoven moet kunnen worden. Dat is echter niet het geval. Het niet terug kunnen schuiven van de voorhuid is normaal en hoeft op zich geen aanleiding te zijn voor ongerustheid.
Indien de voorhuid op gaat bollen bij het plassen of wanneer er ontsteking van de voorhuid ontstaat, is het nodig de huisarts te bezoeken.
Mocht er bij het krijgen van een erectie pijn ontstaan of geeft het pijnklachten tijdens seks dan is het raadzaam de huisarts te bezoeken.
In het geval van een ‘spaanse kraag’ dient men ook de huisarts te bezoeken; deze zal u dan in de meeste gevallen doorverwijzen naar de chirurg.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal vragen naar klachten, zoals moeite met plassen of ontstekingen.
De huisarts kan bij zijn onderzoek kijken of de opening die overblijft voldoende groot is. Ook zal hij letten op tekenen van ontsteking.
Behandeling
Een voorhuid die niet geheel kan worden teruggeschoven en geen klachten geeft behoeft geen verdere behandeling.Vaak zal er sprake zijn van een normale ontwikkeling van de voorhuid. Het eventueel reinigen van de voorhuid met een injectiespuitje is dan vaak al voldoende.
Zitbaden en schoonspoelen bij ontsteking van de voorhuid
Aanbevolen wordt driemaal daags een zitbad met een enzymhoudend voorwas- of inweekmiddel gedurende 5 minuten. Daarna met een injectiespuitje met lauw water de ruimte tussen de voorhuid en de eikel voorzichtig schoonspoelen.
Zalftherapie
Phimosis kan behandeld worden met zalftherapie (clobetasol). Gedurende 1 maand wordt de zalf op de voorhuid aangebracht. Na 2 weken kan geprobeerd worden de voorhuid voorzichtig terug te trekken. Na 4 weken kan het eindresultaat bekeken worden, evt. kan bij verbetering nog een aantal weken worden doorgesmeerd. Meer dan 70% bereikt zo een verbetering van de klachten. Deze behandeling wordt begeleid door de huisarts.
Operatieve behandeling (circumcisie)
Zowel bij terugkomende ontstekingen als bij plasproblemen (waarbij de voorhuid opbolt) en indien zalftherapie niet helpt, kan het nodig zijn dat de huisarts doorverwijst naar de chirurg. Andere redenen voor een operatie kunnen culturele of religieuze gronden zijn: de behandeling is gebruikelijk in islamitische en joodse kringen.
De behandeling bestaat uit een gehele of gedeeltelijke verwijdering van de voorhuid.
Bij een volledige verwijdering blijft de eikel volledig ontbloot achter en kan dus niet meer door de voorhuid worden bedekt.
Bij een gedeeltelijke verwijdering zijn er twee manieren.
1 - De voorhuid bestaat uit een binnenblad en een buitenblad. Het binnenblad en de te nauwe opening van de voorhuid worden verwijderd en van het overblijvende buitenblad wordt een nieuwe voorhuid gemaakt. Hierdoor blijft de eikel bijna volledig bedekt.
2 - Door een speciale operatietechniek (‘Z-plastiek’) wordt de voorhuid opgerekt zodat de eikel volledig bedekt blijft.
In beide gevallen kan het resultaat te wensen overlaten. Zo kan de eikel te weinig bedekt blijven waardoor het lijkt alsof er een volledige verwijdering heeft plaatsgevonden. En er kan door littekenvorming een nieuwe vernauwing optreden waardoor de eikel opnieuw niet geheel ontbloot kan worden.
Seksualiteit na verwijdering van de voorhuid
Er is weinig bekend over seksualiteit na een verwijdering van de voorhuid.
De ingreep is niet van invloed op de erectie, pijn tijdens de gemeenschap, de zaadlozing en de kwaliteit van het orgasme.
Masturberen blijft mogelijk, zij het een beetje aangepast. Normaliter wordt bij zelfbevrediging de voorhuid hierbij over de eikel bewogen, na circumcisie gebruikt men vaak glijmiddel om dit effect na te bootsen.
Links
Circumcision Information Pages (Engels)
Besnijdenis info
Circumcisie Ziekenhuis.nl
Urolog patiënteninformatie Penis
Urolog patiëntenfolder Circumcisie
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Rickwood AMK, Walker J. Is phimosis over diagnosed in boys and are too many circumcisions performed in consequence? Ann R Coll Surg Engl 1989; 71: 275-77
Monsour MA, Rabinowitch HH, Dean GE. Medical management of phimosis in children: our experience with topical steroids. J Urol 1999; 162: 1162-64.
Laumann EO, Masi CM, Zuckerman EW. Circumcision in the United States. Prevalence, prophylactic effects and sexual practice. JAMA 1997; 277: 1052-57.
Auteur
Dhr. G. Geerts huisarts te Leek
Winderigheid (flatulentie) ontstaat door toename van hoeveelheden gas in de darm waardoor je overmatig winden laat. Dat gas kan in de darm komen door het inslikken van lucht; zo gaat er bij elke keer slikken 2 tot 3 millilieter lucht mee naar binnen. Maar ook kan het gas ontstaan door de spijsvertering in de darm.
De gassen in de darmen bestaan vrijwel geheel uit zuurstof, waterstof, kooldioxide, stikstof en methaan. 1% van het darmgas bestaat uit stinkende gassen (zoals zwavel). Het vervelende van die stinkende gassen is dat onze neus er erg gevoelig voor is: zelf een heel klein beetje ruiken we al.
Het gas dat in de darmen terecht komt kan op twee manieren het lichaam verlaten. Sommige gassen worden door de darmen opgenomen, en uiteindelijk weer uitgeademd (bijvoorbeeld knoflookgas). En de rest verlaat het lichaam via de anus. Dat is gemiddeld 0,7 liter ‘wind’ per dag (variërend van minder dan een halve, tot bijna twee en halve liter!). Een normale ‘wind’ is ongeveer 100 ml (= 0,1 liter) gas.
Voorkomen
Iedereen laat winden. Dus dat is heel gewoon. Het is niet goed bekend hoeveel mensen last hebben van overmatige winderigheid. Volgens één recent wetenschappelijk onderzoek heeft ongeveer één op de vijf mensen (21%) last van winderigheid. De meeste mensen schamen zich ervoor om voor deze klacht naar de dokter te gaan.
Oorzaken
De oorzaken van winderigheid kunnen te maken hebben met de beide manieren waarop gas in de darmen terecht komt: hetzij doordat er teveel gas binnenkomt door slikken, of doordat het lichaam zelf te veel produceert.
Om bij het eerste te beginnen. Het overmatig inslikken van lucht (aërofagie) neemt toe door bijvoorbeeld kauwgom kauwen of door het drinken door een rietje. Ook bevatten sommige producten veel lucht; zo bestaat een appel voor één vijfde (20%) uit gas. Ook vers brood en koolzuurhoudende dranken bevatten veel lucht. Mensen kunnen uit gewoonte teveel lucht slikken; dit kan optreden bij bepaalde psychiatrische aandoeningen.
De tweede oorzaak zit in de spijsvertering. De meeste gasvorming ontstaat door gisting van koolhydraten (suikers). Die gisting kan sterk toenemen bij bepaalde ziekten, zoals lactase deficiëntie – waarbij een bepaald enzym in het lichaam ontbreekt. Bepaalde darmziekten geven aanleiding tot winderigheid zoals chronisch darmontsteking (de ziekte van Crohn, en colitis ulcerosa) galsteenlijden en darmkanker.
Ook kunnen bepaalde medicijnen - zoals lactose, gebruikt bij obstipatie – er toe leiden dat de gisting en daarmee de gasvorming toeneemt. Bepaalde diëten (zoals om af te vallen) kunnen extra problemen opleveren, evenals bepaalde voedingstoffen (bonen, uien en broccoli bijvoorbeeld).
Verstopping (obstipatie) kan er toe leiden dat de normale afgifte van gas door het laten van windjes niet meer plaats vindt. Gas hoopt zich zo op en geeft een vol gevoel in de buik. Als de verstopping zich opheft komt het gas vrij via veel winderigheid.
Wat kunt u er zelf aan doen
Ook hier maken we weer de tweedeling. Om minder gas binnen te krijgen kunt u de voeding aanpassen: vermijd koolzuurhoudende dranken, het eten van bonen en appels en het gebruik van kauwgom. Boeren laten is goed: indien u de neiging hebt om te boeren doe dit dan ook want anders gaat het lucht in de darmen en kan zo aanleiding geven tot meer gasvorming. Probeer rustig te eten, omdat haastig eten leidt tot het inslikken van meer lucht.
Om gasvorming in de spijsvertering in de hand te houden kunt u bepaalde voedingsmiddelen (zie boven) beter niet innemen. Dat geldt ook voor diëten en koolhydraten – vraag zonodig advies bij deskundigen. Goed kauwen geeft een betere spijsvertering.
Heeft u last van obstipatie, zorg dan voor een vezelrijk dieet, drink veel, en ga zo snel mogelijk naar het toilet als u aandrang krijgt. Houd winden niet in. Vaak is dit lastig in bepaalde omstandigheden zoals vergaderingen, maar dit kan wel een oorzaak zijn van klachten, zoals een pijnlijk opgezette buik. Loop desnoods even “de gang op”, maar inhouden is niet goed en verergert uiteindelijk de klachten.
Wanneer naar de huisarts
Overmatige winderigheid is eerder lastig dan gevaarlijk. Sommige mensen kunnen echter in een sociaal isolement komen, onder meer doordat het problemen geeft op het werk. Dat kan dan een aanleiding zijn om de huisarts te bezoeken.
Indien er andere symptomen bijkomen zoals vermagering, diarree, slijm en/of pus bij de ontlasting aanhoudende buikpijnklachten, een veranderd ontlastingspatroon is het raadzaam de huisarts te bezoeken. Ook als u bang bent voor een ernstige ziekte die de oorzaak kan zijn van de winderigheid kunt u het best de huisarts raadplegen.
Wat doet de huisarts
Allereerst zal de huisarts vragen stellen over de mate waarin de klachten voorkomen. Of het een sociaal of juist lichamelijk probleem is. Daarnaast zullen vragen gesteld worden om er achter te komen of voeding of symptomen passend bij een bepaalde ziekte de oorzaak kunnen zijn van de winderigheid.
De huisarts kan uw gewicht meten en/of de buik onderzoeken om te kijken of die opgezet is en of er zwellingen te voelen zijn. Er kan een inwendig anaal onderzoek gedaan worden (rectaal toucher). Dit kan gebeuren in zijligging met opgetrokken knieën. Hierbij onderzoekt de huisarts inwendig met een vinger de anus en een stukje van de endeldarm.
Behandeling
Bij het overmatig luchtslikken kan een uitleg hierover voldoende zijn zodat u de maatregelen die hiervoor al zijn beschreven genomen kunnen worden. De huisarts zal verwijzen naar de diëtiste als er gedacht wordt dat eenzijdige of verkeerde voeding de oorzaak is.
Indien angst voor een ernstige ziekte de grootste factor is voor de problemen zal de huisarts hier verder op ingaan.
Indien winderigheid komt van een ziekte dan zal die ziekte behandeld moeten worden. In bepaalde gevallen zoals darmkanker of chronische darmontsteking zal de huisarts iemand doorverwijzen naar de specialist.
Links
Wind; embarrassing problems (Engels)
Flatulence (Engels)
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Tomlin J, Lowis C, Read NW: Investigation of normal flatus production in healthy volunteers. Gut 1991 Jun; 32(6): 665-9[Medline].
Auteur
Mevr. Dr. K. Dekker; huisarts te Grootegast
Slechte adem (foetor ex ore of halitosis) is een onaangename geur bij de uitademing die vaak door de persoon zelf niet geroken wordt. Het is niet tijdelijk maar chronisch aanwezig.
Voorkomen
Het is niet bekend hoeveel mensen last hebben van een slechte adem. Veel mensen schamen zich ervoor, of weten niet dat ze een slechte adem hebben omdat ze het zelf niet ruiken.
De slechte adem wordt meestal veroorzaakt door bacteriën achter op de tong, die een zwavelachtige stof produceren. Deze bacteriën gedijen het best in een zuurstofarm gebied, zoals achter op de tong en tussen tanden en kiezen.
Oorzaak
Er zijn verschillende oorzaken voor een slechte adem:
veranderde samenstelling van bacteriën in de mondholte gedurende de nacht, die leidt tot een slechte adem die ’s ochtends te ruiken is (tijdelijke mondgeur)
ontstekingen in de mondholte zoals tandvleesontsteking, carieuze gebitselementen, ontstoken verstandskiezen.
keelontsteking, zoals bij een amandelklierontsteking (tonsillitis)
afwijkingen in de neus, zoals kinderen die kleine dingen in de neus stoppen zoals een pinda of kraaltjes
kanker in de bovenste luchtwegen, slokdarm, maag of long
een niet goed werkende kringspier aan de bovenzijde van de maag waardoor slecht ruikende lucht uit de maag kan ontsnappen
het gebruik van geneesmiddelen zoals penicilline (slechts bij langdurig gebruik) en bloeddrukverlagende middelen (geven soms een drogere mond en daardoor mondgeur).
alcoholgebruik, of inname van voedingsmiddelen zoals knoflook en koffie
roken
bepaalde ziekten zoals lever- en nieraandoeningen of suikerziekte
hongeren zoals bij bepaalde diëten
Hoe weet ik dat ik een slechte adem heb
Het allerbeste is iemand anders te vragen om aan de adem te ruiken om te testen of er inderdaad sprake is van slechte adem. Een wit/gelige plaklaag op de tong is zeer kenmerkend voor een slechte adem.
Ook is het mogelijk op de achterzijde van de hand te likken, even te wachten en dan te ruiken. Bij een slechte geur ruikt u vaak een zwavellucht. Tenslotte kan met een wattenstaafje over de tong worden gestreken. Aan dit staafje kan men dan zelf ruiken of er een nare geur aanwezig is.
Er is een apparaat, de Halimeter, die de hoeveelheid zwaveldeeltjes kan bepalen en zo kan vaststellen of er sprake is van frisse of slechte adem.
Wat kunt u er zelf aan doen
Het reinigen van de mondholte door poetsen of flossen is belangrijk. Poets minstens tweemaal per dag de tanden. Vermijd knoflook en alcoholgebruik. In de drogisterij zijn vele middelen te verkrijgen ter verbetering van de geur van de adem. Aan te raden is ook een tongreiniger te gebruiken.
Wanneer naar de huisarts of tandarts
Veel mensen gaan naar de huisarts omdat ze opmerkingen over hun mondgeur door hun omgeving hebben gekregen. Ook vinden sommige mensen zelf dat ze een slechte adem hebben, hoewel de omgeving dit niet merkt. Als dit problemen geeft is het goed de huisarts of de tandarts te bezoeken.
Wat doet de huisarts
De huisarts of tandarts zal allereerst een aantal vragen stellen om er proberen achter te komen wat de oorzaak kan zijn voor de halitosis. Ook belangrijk is in welke mate het voorkomt en in welke omstandigheden het problemen kan geven.
Als iemand andere ziekten heeft zoals suikerziekte zal de huisarts of tandarts daar gericht op ingaan.
Daarna zal de huisarts of tandarts de mondholte onderzoeken en ook gaan ruiken of er inderdaad sprake is van een slechte adem. Het gebit zal bekeken worden of hier de oorzaak ligt.
Afhankelijk van de klachten die iemand verder nog heeft bijvoorbeeld het hebben van maagzuur kan een huisarts gerichter onderzoek aanvragen, bijvoorbeeld een maagonderzoek.
Behandeling
De behandeling is verschillend en afhankelijk van de oorzaak.
Bij slechte adem bij het opstaan is het advies de vorige avond veel water te drinken.
Bij slechte mondhygiëne is het advies beter te poetsen dan wel de tandarts of de mondhygiënist te bezoeken.
Soms is het nodig van geneesmiddel te veranderen als dit de oorzaak is.
Mondspoelmiddelen hebben een zeer tijdelijk effect en lossen het onderliggende probleem niet op.
Veel andere genoemde oorzaken zullen dienovereenkomstig behandeld moeten worden.
In het Dijkzicht Ziekenhuis te Rotterdam is een speciaal spreekuur voor halitosis ingesteld, telefoon 010-4633230.
Links
Bad Breath (Engels)
Oral health Information American Dental Association (Engels)
Tandarts.nl
Tandarts.be
Tandartsplein
Geraadpleegde literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Auteur Dhr. J. Hektor, tandarts te Grootegast
Duits
Arabisch
Turks
Het laten doen van de abortus is voor iedere vrouw, die daartoe besluit, een vervelende en trieste gebeurtenis. Toch kiezen jaarlijks ±18.000 vrouwen en meisjes in ons land daarvoor. Het zijn bijna altijd de omstandigheden die maken dat een vrouw voor een abortus kiest.
Waarom?
Veel vrouwen kiezen voor een abortus omdat ze een goede moeder willen zijn. Zij menen dat ze een baby, in de levensfase waarin ze verkeren, onvoldoende kunnen bieden. Soms geen woonruimte, geen vader, geen mogelijkheid tot verzorging of voldoende aandacht.
Bij het besluiten tot abortus moeten zoveel factoren meegewogen worden dat vrouwen er soms, zonder hulp, niet alleen uitkomen. In de meeste abortusklinieken wordt dan uitvoerig op de persoonlijke voor- en nadelen ingegaan. Soms wordt besloten de ingreep uit te stellen of hulp in te roepen van het FIOM waar hulpverleensters zijn die juist deze problemen alle aandacht kunnen geven.
Methode
Sinds 1983 is abortus in ons land toegestaan tot een zwangerschapsduur van 22 weken. Maar het is beter zolang niet te wachten. De privacy is uiteraard beschermd en niemand komt te weten wie er in de kliniek is geweest. Indien de vrouw dit niet wenst wordt de huisarts i.v.m. de nazorg niet ingelicht over de abortus.
De ingreep moet door een arts worden uitgevoerd en duurt bij jonge zwangerschappen maar en paar minuten. Abortus in de kliniek of in een ziekenhuis wordt, voor vrouwen die langer dan 3 maanden in Nederland verblijven, vergoed door de AWBZ. In het buitenland wonenden moeten de abortus zelf betalen. Dat kost in de abortusklinieken dan ongeveer 250 euro voor een behandeling onder de dertien weken, en ± 600 euro voor de ingreep boven de 13 weken. In de algemene ziekenhuizen is het zeer veel duurder.
Hoe kan je om een abortus vragen?
Als een vrouw haar zwangerschap wil laten afbreken kan ze bij haar huisarts of een arts van de Rutgersstichting een verwijsbrief krijgen naar een ziekenhuis of een abortuskliniek. Ook kunnen vrouwen rechtstreeks contact opnemen met een abortuskliniek.
Wat gaat er aan de behandeling vooraf
Er is een wettelijk verplichte wachttijd van vijf dagen tussen het eerste contact met de arts en de afbreking van de zwangerschap. Doel van deze wachttijd is om de vrouw (samen met haar eventuele partner) de tijd te geven de beslissing tot zwangerschapbeëindiging nogmaals te overwegen. Bij het maken van een beslissing kan de FIOM behulpzaam zijn. Vrouwen die 16 jaar en ouder zijn kunnen zonder toestemming van de ouders een behandeling krijgen. Vrouwen die jonger zijn hebben toestemming nodig van tenminste één van hun ouders. Een (huis)arts heeft beroepsgeheim, d.w.z. dat zonder jouw toestemming de medische gegevens niet aan anderen gegeven mogen worden. Ook niet aan je ouders. Het is wel verstandig hierover goede en duidelijke afspraken te maken met de arts.
De behandeling
Allereerst doet de arts een vooronderzoek waarbij met o.a. een ECHO-foto de zwangerschapsduur wordt vastgesteld. Ook wordt gevraagd naar de voorgeschiedenis om vast te stellen of er medische bezwaren zijn om de ingreep uit te voeren. Hij zal nagaan of de vrouw vrijwillig is gekomen en of ze andere oplossingen heeft overwogen.
Curettage
Curettage is het gemakkelijkste beneden de 10 weken zwangerschapsduur. Tot de 13e week wordt de ingreep gedaan met een zuigcurettage. Bij deze behandeling wordt de inhoud van de baardmoeder weggezogen d.m.v. zuigcurettage ook wel vacuümaspiratie genoemd. Een dun buisje wordt in de baarmoeder gebracht nadat het gebied rond de baarmoeder verdoofd is. Dan wordt de inhoud uit de baarmoeder weggezogen. De zwangerschap is daarmee afgebroken.
Normalerwijze treedt daarbij geen ernstig bloedverlies op. Na de dertiende week is de ingreep ingewikkelder en komen er andere instrumenten aan te pas. Ook dan is de ingreep veilig.
Een abortus kan goed verdoofd worden, dus de ingreep is meestal niet pijnlijk. In de meeste klinieken en ziekenhuizen kan ook voor algehele anesthesie worden gekozen. Dan merk je helemaal niets van de ingreep.
Na de ingreep krijgt de vrouw ruim de tijd - een aantal uren - om weer wat bij te komen en uit te rusten. Bij het nagesprek zal de arts wijzen op mogelijke complicaties die op kunnen treden en wat er vervolgens gedaan moet worden. Complicaties zijn gelukkig heel zeldzaam. Doordat iedereen antibiotica krijgt komen ontstekingen eigenlijk niet meer voor.
Alarmsymptomen na een behandeling die het nodig maakt een (huis)arts te bezoeken zijn koorts hoger dan 38 graden, flauwvallen en hevige duizeligheid door bloedverlies. Bij hevig bloedverlies zijn 4 maandverbanden of meer nodig in de eerste 2 uur na de behandeling. Ook heftige buikpijn moet meteen gemeld worden. Na de behandeling mag iemand 3 week geen seks hebben. Na 2-3 weken vindt een nacontrole plaats in de kliniek, het ziekenhuis of bij de huisarts.
De abortuspil
Sinds een paar jaar bestaat er de abortuspil. Sommige vrouwen vinden het gemanipuleer aan hun onderlijf zo vervelend dat zij kiezen voor deze pil. Het is dan nodig meerdere malen de abortuskliniek te bezoeken. Vrouwen worden begeleid door de abortusarts. Eerst wordt een pil gegeven om het vruchtje te laten afsterven en twee tot drie dagen later krijg je andere medicijnen om de baarmoeder te laten samentrekken zodat het vruchtje naar buiten komt. Na 14 dagen volgt een nacontrole. Het risico op flink bloedverlies is bij de pil behandeling veel groter dan bij een curettage en het is daarom noodzakelijk dat je niet alleen bent tijdens deze behandeling. Pijnlijke krampen kunnen vele uren duren.
Na de abortus
Nacontrole wordt in de klinieken aangeboden, maar kan ook door de huisarts worden gedaan.
Napijn varieert van helemaal geen pijn tot het gevoel van pijnlijke menstruatiekrampen. Je kunt daar zo nodig een eenvoudige pijnstiller als paracetamol voor nemen; geen aspirine-houdende preparaten, want die maken dat je meer bloedverlies krijgt.
Na een abortus kan iemand al weer vlug opnieuw zwanger worden. Het idee dat iemand na een abortus geen kinderen meer kan krijgen klopt niet. Het is dan ook het beste zo vlug mogelijk weer met de anticonceptie te beginnen. De meeste vrouwen zijn opgelucht na een abortus, waarbij een klein aantal last blijft houden van schuldgevoelens. Voor de verwerking is het erg belangrijk met een vertrouwenspersoon over de abortus te praten. Mocht de vrouw er zelf niet uit komen dan kan de abortuskliniek of huisarts naar iemand verwijzen die hulp kan bieden bij dit verwerkingsproces.
Links
Abortus.pagina.nl
FIOM
Stichting Anticonceptie Nederland
Veel gestelde vragen Nederlandse Vereniging voor Abortusartsen (NvGA)
Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind
Auteur: Dhr. Dr. Joeri van den Bergh, Nijeveen (erelid NGvA)
Niederländisch
Arabisch
Turkisch
Einen Schwangerschaftsabbruch vornehmen zu lassen ist für jede Frau die sich dazu entschließt ein unangenehmes und trauriges Ereignis. Und doch entscheiden sich in unserem Land jährlich ± 18.000 Frauen und Mädchen dafür.
Es sind beinahe immer die äußeren Umstände, die dazu führen, dass eine Frau sich zum Schwangerschaftsabbruch entschließt. Sie entscheidet sich dann für den Schwangerschaftsabbruch, weil sie eine gute Mutter sein will. Sie meint, dass sie einem Baby in der Lebensphase, in der sie sich befindet, zu wenig bieten kann. Manchmal fehlt es an Wohnraum, ist kein Vater anwesend oder fehlt es an genügend Sorge und Zuwendung.
Bei dem Entschluss zu einem Schwangerschaftsabbruch müssen so viele Faktoren mitbedacht werden, dass Frauen es ohne Hilfe manchmal nicht schaffen, eine Entscheidung zu fällen. In den meisten Kliniken, in denen Schwangerschaftsabbrüche durchgeführt werden, wird ausführlich auf die persönlichen Vor- und Nachteile eingegangen. Manchmal wird beschlossen, den Abbruch auszustellen oder die Hilfe des FIOM in Anspruch zu nehmen, wo Mitarbeiter gerade für diese Probleme Zeit und Erfahrung haben.
Seit 1983 ist in unserem Land der Schwangerschaftsabbruch bis zur 22. Schwangerschaftswoche legal. Aber es ist besser, nicht so lange zu warten.
Der Datenschutz ist selbstverständlich gewährleistet und niemand weiß, wer in der Klinik gewesen ist. Wenn die Frau es nicht wünscht, wird auch der Hausarzt - dies im Verband mit der evtl. nötigen Nachsorge - nicht über den Schwangerschaftsabbruch informiert.
Der Eingriff wird durch einen Arzt ausgeführt und dauert bei jungen Schwangerschaften nur ein paar Minuten. Schwangerschaftsabbruch im Krankenhaus oder in der Klinik wird für Frauen, die länger als 3 Monate in den Niederlanden wohnen, durch die AWBZ bezahlt. Frauen, die im Ausland wohnen, müssen den Eingriff selbst bezahlen. Das kostet in den Kliniken ungefähr 250.- Euro für einen Schwangerschaftsabbruch vor der 13. Woche und ca. 600.- Euro für den Eingriff nach der 13. Woche. In den Krankenhäusern ist es sehr viel teurer.
Wie kann man einen Schwangerschaftsabbruch anfragen?
Wenn eine Frau einen Schwangerschaftsabbruch machen lassen will, kann sie von ihrem Hausarzt oder von einem Arzt der Rurgersstichting eine Überweisung für eine Klinik oder ein Krankenhaus bekommen.
Frauen können auch direkt Kontakt mit einer Klinik für Schwangerschaftsabbrüche aufnehmen.
Was geht dem Schwangerschaftsabbruch voraus?
Es gibt eine gesetzlich vorgeschriebene Wartezeit von 5 Tagen zwischen dem ersten Kontakt mit einem Arzt und dem Schwangerschaftsabbruch. Ziel dieser Wartezeit ist es, der Frau (und evtl. auch dem Partner) Zeit zu geben, die Entscheidung zum Schwangerschaftsabbruch nochmals zu überdenken. Bei der Entscheidungsfindung kann evtl. die FIOM helfen.
Frauen, die 16 Jahre oder älter sind, können ohne Zustimmung der Eltern einen Schwangerschaftsabbruch machen lassen. Frauen, die jünger als 16 sind, haben die Zustimmung von mindestens einem Elternteil nötig.
Ein (Haus)arzt unterliegt dem Berufsgeheimnis, das heißt, dass ohne die Zustimmung der Frau die medizinischen Informationen nicht an andere weitergegeben werden dürfen, auch nicht an die Eltern. Wenn jemand dies ausdrücklich nicht wünscht, ist es gut, dies deutlich zu sagen.
Die Behandelung
Zuerst macht der Arzt eine Untersuchung, wobei u.a. auch die Schwangerschaftsdauer mittels Ultraschall festgestellt wird. Auch wird nach der Vorgeschichte gefragt um evtl. medizinische Risiken, die gegen den Eingriff sprechen, festzustellen. Er wird auch fragen, ob die Frau freiwillig kommt und andere Lösungen für das Problem überwogen hat.
Die Abortuspille
Seit ein paar Jahren gibt es eine Abortuspille. Manche Frauen finden das Manipulieren an ihrem Unterleib so unangenehm, dass sie sich für diese Pille entscheiden. Dazu sind mehrmalige Klinikbesuche nötig. Die Frauen werden durch einen Abortusarzt begleitet.
Erst wird eine Pille gegeben um die Frucht absterben zu lassen, 2-3 Tage später werden andere Tabletten gegeben, so dass sich die Gebärmutter zusammenzieht und die Frucht ausgestoßen wird. Nach 14 Tagen erfolgt eine Kontrolle. Das Risiko, viel Blut zu verlieren, ist bei der Behandlung mit der Pille viel größer als bei der Kürettage und es ist darum wichtig, bei dieser Behandelmethode nicht allein zu sein. Schmerzhafte Krämpfe können Stunden anhalten.
Kürettage
Kürettage ist die einfachste Methode bei einer Schwangerschaftsdauer von weniger als 10 Wochen. Bis zur 13. Woche wird der Eingriff mit einer Saugkürettage getan. Bei dieser Behandlung wird der Inhalt der Gebärmutter durch die Saugkürettage weggesaugt. Ein dünnes Röhrchen wird in die Gebärmutter gebracht, nachdem das Gebiet rund um die Gebärmutter betäubt worden ist. Dann wird der Inhalt aus der Gebärmutter weggesogen.
Die Schwangerschaft ist damit abgebrochen.
Normalerweise tritt dabei kein großer Blutverlust auf. Nach der 13. Woche ist der Eingriff komplizierter und werden andere Instrumente benutzt. Auch dann ist der Eingriff sicher.
Ein Schwangerschaftsabbruch kann gut unter lokaler Narkose durchgeführt werden, so dass der Eingriff meist nicht schmerzhaft ist. In den meisten Kliniken und Krankenhäusern kann auch eine Vollnarkose gewählt werden, dann merkt man gar nichts von dem Eingriff.
Nach dem Eingriff bekommt die Frau genug Zeit um sich von der Narkose zu erholen und etwas auszuruhen. Beim abschließenden Gespräch soll der Arzt auf mögliche Komplikationen weisen, wie sie erkannt werden und was die Frau dagegen tun kann. Komplikationen sind glücklicher Weise sehr selten. Dadurch dass alle Frauen Antibiotika bekommen, kommen Infektionen eigentlich nicht mehr vor.
Alarmsymptome, die es nötig machen einen (Haus)arzt aufzusuchen, sind Fieber > 38 Grad, in Ohnmacht fallen oder heftige Schwindelanfälle durch großen Blutverlust. Bei großem Blutverlust sind in den ersten 2 Stunden nach der Behandlung 4 oder mehr Binden nötig. Auch heftige Bauchschmerzen müssen sofort gemeldet werden.
Nach dem Schwangerschaftsabbruch darf man 3 Wochen keinen Sex haben.
Nach 2-3 Wochen findet eine Kontrolle in der Klinik, dem Krankenhaus oder beim Hausarzt statt.
Nach dem Schwangerschaftsabbruch
Nachkontrolle wird in den Kliniken angeboten aber kann auch durch den Hausarzt durchgeführt werden.
Schmerzen nach dem Eingriff variieren von Schmerzfreiheit bis zu schmerzhaften Menstruationskrämpfen. Wenn nötig kann dagegen ein einfaches Schmerzmittel wie Paracetamol eingenommen werden. Keine aspirinhaltigen Schmerzmittel, weil die den Blutverlust verstärken können.
Nach einem Schwangerschaftsabbruch kann eine Frau schnell wieder schwanger werden.
Die Annahme, dass man nach einem Schwangerschaftsabbruch keine Kinder mehr bekommen kann stimmt nicht. Es ist dann auch das beste, um sofort mit Verhütungsmitteln zu beginnen.
Die meisten Frauen sind nach einem Schwangerschaftsabbruch erleichtert. Nicht nur, weil es meist nicht so schlimm war, wie sie es befürchtet hatten, sondern auch, dass sie eine so wichtige Entscheidung schließlich selbst getroffen haben.
Einige Frauen können Last von Schuldgefühlen bekommen. Für die Verarbeitung dieser Schuldgefühle ist es wichtig, mit einer Vertrauensperson über den Schwangerschaftsabbruch zu sprechen. Gelingt das der Frau selbst nicht, kann vielleicht die Klinik oder der Hausarzt helfen oder evtl. zu speziellen Therapeuten überweisen.
Links
Schwangerschaftsabbruch
Autor: Dr.med. Joeri van den Bergh, Nijeveen (NL)
Übersetzung: Frau Dr.med. K. Dekker Hausarzt Grootegast (NL)
Snurken is het maken van geluid tijdens de slaap. Het ontstaat uit de bovenste luchtwegen. Klachten ontstaan in het algemeen pas wanneer mensen in de omgeving uit hun slaap gehouden worden.
Voorkomen
Snurken komt veel voor, vaker bij mannen dan bij vrouwen. Uit een onderzoek bleek dat 23% van mannen boven de 35 jaar dagelijks snurkt, bij vrouwen ligt dat percentage lager. Er zijn aanwijzingen dat snurken vaker voorkomt bij mensen die last hebben van hart- en vaatziekten.
Oorzaak
Het snurken ontstaat doordat in de slaap de keelholte verslapt is. Hierdoor is de ruimte waardoor de lucht zich kan bewegen vernauwd, wat tot gevolg heeft dat de lucht in afwijkende circulaties terecht komt (turbulentie). Deze turbulentie veroorzaakt het geluid. De vernauwing ontstaat vooral in rugligging waarbij de tong naar achteren in de keel zakt en gaat trillen tegen het gehemelte en keelholte.
Er zijn een aantal oorzaken die het ontstaan van snurkgeluiden kunnen versterken:
alcohol geneesmiddelen die spierverslappend werken zoals slaapmiddelen en rustgevende middelen
overgewicht, waardoor ook in de keelholte meer vetophoping plaatsvindt
grote keel- en of neus-amandelen neusverkoudheid en hooikoorts die kunnen leiden tot afsluiting van de neusholte; dit versterkt de vernauwing van de keelholte, waardoor zelfs mensen die normaliter niet snurken dat wel doen bij verkoudheid.
afwijkingen van de bouw van het gehemelte zeldzamere afwijkingen zoals een te langzaam werkende schildklier en bepaalde neurologische ziekten (ziekten van het zenuwstelsel)
Klachten
Snurken is niet gevaarlijk. Meestal heeft de omgeving last van snurken en niet de persoon zelf. Het geluid kan erg hard zijn bij sommigen soms tot 50-70 decibel wat overeenkomt met een laag vliegende straaljager. Niet alleen de eigen partner, maar ook buren kunnen last hebben van het gesnurk van een buurman (of –vrouw). En medekampeerders op een camping zullen hun ongenoegen wellicht ook uiten.
Heel vaak heeft de partner meer klachten dan de snurker zelf: slecht slapen en vermoeidheid overdag. Dit kan leiden tot grote spanningen in de relatie.
Snurken kan soms ook leiden tot slaapstoornissen bij de snurker zelf, doordat het problemen geeft bij de ademhaling. Dit wordt slaapapnoe genoemd (a-pnoe betekent ‘geen-ademhaling’). Hierbij ontstaat er korte tijd een ademhalingsstilstand wat vooral voor de partner erg beangstigend en alarmerend is. Verder kan de snurker regelmatig zelf wakker worden van zijn eigen gesnurk, wat tot moeheid en concentratieverlies overdag kan leiden.
Wat kunt u er zelf aan doen
Vermijd rugligging omdat snurken meestal optreedt in deze ligging. Het vastmaken van een tennisbal aan de achterzijde van de pyama is een eenvoudige maar goede manier om te voorkomen dat je op je rug gaat liggen.
Andere manieren liggen voor de hand. Ben je te zwaar, val dan af. Drink niet te veel alcohol, en vermijd zo veel mogelijk gebruik van slaapmiddelen en rustgevende middelen die spierverslappend zijn.
Bij een verstopte neus kunnen xylomethazine neusdruppels helpen (druppelen vlak voor het slapen gaan). Chronisch gebruik is echter slecht en moet worden voorkomen.
Wanneer naar de huisarts
Als het snurken gepaard gaat met klachten van vermoeidheid, slecht kunnen concentreren overdag of wanneer het problemen geeft binnen de relatie of voor de omgeving is het raadzaam de huisarts te bezoeken.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal eerst vragen stellen om te bepalen hoe erg het snurken is en waar precies het grootste probleem ligt: bij de snurker zelf, bij zijn partner of bij de omgeving. Ook zal er gevraagd worden naar kenmerken van de “slaap-apnoe”, zoals perioden met een ademhalingsstilstand. Daarnaast is het geneesmiddelgebruik van belang.
De huisarts zal de mond en keelholte onderzoeken, bijvoorbeeld om te kijken of er vergrote keelamandelen zijn. Ook in de neus zal naar vernauwingen worden gezocht. Soms is aanvullend bloedonderzoek nodig als er gedacht wordt aan - bijvoorbeeld - een langzaam werkende schildklier.
Behandeling
De huisarts zal adviseren rugligging te vermijden.
Een eventuele allergie (zoals hooikoorts) kan worden behandeld met tabletten tegen de allergie of neusdruppels.
Bij overgewicht zult u worden verwezen worden naar de diëtiste - om af te vallen. Geneesmiddelen kunnen aangepast of gestaakt worden.
Bij verdenking aan afwijkingen in de neus en of keelholte kan iemand verwezen worden naar de Keel Neus en Oor (KNO)arts.
Als u wellicht lijdt aan “slaapapnoe” wordt u misschien verwezen worden naar een slaapcentrum, waar men kan onderzoeken of u wel of niet aan deze kwaal lijdt. Mocht dat het geval zijn, dan kunt u wellicht worden behandeld met een apparaatje dat zorgt dat er een positieve druk in de keelholte. In medische termen heet dat een “Continuous Positive Airways Pressure” of CPAP). Hierdoor sluiten de luchtwegen niet meer af tijdens de slaap.
Bij afwijkingen in de bouw van de bovenste luchtwegen kan soms een operatie nodig zijn om het probleem te verhelpen.
Link
Snurken - Embarrassingproblem.com (Engels)
KNO - snurken en het slaap apneu syndroom
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Auteur
Dhr. E. Toxopeus, huisarts te Leek
SOA staat voor seksueel overdraagbare aandoeningen, dat wil zeggen aandoeningen ofwel ziektes, die via seksueel contact kunnen worden overdragen. Vroeger sprak men van geslachtsziekten, maar deze term is in feite niet juist omdat deze ziektes zich niet alleen hoeven te beperken tot de geslachtsorganen. Ze kunnen zich ook elders in en op het lichaam kunnen openbaren.
Infecties die tot de seksueel overdraagbare aandoeningen worden gerekend zijn: chlamydia, gonorroe, syfilis (= lues), herpes, genitale wratten (condylomata acuminata) , schaamluis, scabies (=schurft), hepatitis B en HIV/AIDS.
Voorkomen
Het grote probleem met SOA is dat er niet altijd klachten hoeven te ontstaan. Je kunt de ziekten onder de leden hebben, maar er niets van merken. Het is bekend dat vrouwen met een SOA in meer dan 50 % van de gevallen geen of nauwelijks klachten hebben. De ellende is dat je vaak wel besmettelijk bent in die situaties; en de ziekte die je hebt maar niet merkt kan wel leiden tot complicaties, zoals eileiderontsteking, onvruchtbaarheid, buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) en/ of chronische buikpijn. Het verloop van een SOA zonder klachten of verschijnselen blijkt bij mannen ook vaker voor te komen dan vroeger werd aangenomen.
Naar schatting ontstaan jaarlijks in Nederland 110.000 nieuwe SOA’s, waarvan meer dan 1/3 bij jongeren tussen 15 en 24 jaar. Chlamydia is de belangrijkste: met ruim 60.000 geschatte infecties per jaar. Het wordt veroorzaakt door een bacterie.
Daarna volgen de SOA, die door een virus veroorzaakt worden. Dat zijn herpes (12.000) en genitale wratten (25.000). Van gonorroe komen ongeveer 6000 nieuwe infecties per jaar voor, van hepatitis B 3000 nieuwe infecties per jaar, van HIV infecties 500 nieuwe gevallen per jaar en van syfilis 750 nieuwe infecties per jaar. Van de overige SOA zoals schurft, schaamluis en enkele andere zeldzame infecties komen ongeveer 3000 nieuwe gevallen per jaar voor.
Vooral besmettingen van gonorroe en syfilis zijn de laatste 3 – 4 jaar aanzienlijk toegenomen, vooral binnen de groep mannen met vele seksuele (anonieme) contacten.
Hoe kan een SOA worden aangetoond
De meeste SOA kunnen door middel van eenvoudig onderzoek worden aangetoond: bloed, urine of een strijkje met een wattenstokje van slijm van de baarmoedermond, de pisbuisopening of de anus. Het onderzoek kan door de huisarts gedaan worden en als men om wat voor reden dan ook niet naar de huisarts wil gaan, dan kan men zich wenden tot de plaatselijke GGD’en.
Behandeling
De meeste SOA zijn goed te behandelen. Chlamydia en gonorroe worden behandeld met antibiotica – vaak een ééndaagse kuur, syfilis met een antibioticum, dat per injectie in de beide billen wordt toegediend.
Enkele SOA kunnen niet afdoende behandeld worden. Hepatitis B is een infectie van de lever, die vanzelf overgaat. Jammer genoeg is 1% van de mensen met hepatitis B ook na de ziekte nog ‘drager’ van het virus, waardoor ze op den duur een leververvetting kunnen krijgen. Voor zogenaamde risicogroepen wordt vaccinatie geadviseerd. In veel plaatsen in Nederland vindt dit plaats via de GGD’en.
HIV/AIDS kan (nog) niet afdoende behandeld worden. Maar de vooruitzichten zijn veel beter dan tien jaar geleden. Overleed men tot midden jaren negentig aan AIDS, tegenwoordig kan men via combinaties van antivirale middelen in leven blijven.
Eenmaal herpes, altijd herpes. Geen bestaand spreekwoord, maar het zou er wel een kunnen zijn…. Herpes van de geslachtsorganen neigt tot steeds terugkomen. De eerste verschijnselen van herpes zijn meestal heftig. Als het terugkomt zijn de verschijnselen meestal milder. Na enige tijd – soms wel jaren – dooft herpes uit. Men kan de duur en de ernst van de infectie verkorten en verlichten door middel van antiherpes middelen.
Genitale wratten neigen ook tot terugkomen. Ze kunnen evenwel behandeld worden met een aanstipvloeistof of vloeibare stikstof.
Schurft en schaamluis kunnen goed met een smeersel of lotion behandeld worden.
Wanneer naar de arts
Het is van belang om bij twijfel of vermoeden van een SOA contact met de huisarts of de GGD op te nemen. Diagnostiek en behandeling kunnen en moeten plaatsvinden, maar veel belangrijker is dat verdere verspreiding van de SOA wordt tegengegaan. Daarom is het belangrijk en noodzakelijk dat partners en/of sekscontacten worden gewaarschuwd. Eventueel kan daarbij de hulp van een verpleegkundige van de GGD worden ingeroepen. Deze partners en/of sekscontacten dienen zich ook te laten onderzoeken op SOA.
SOA.nl
Sensoa.be
GGD Nederland
Syfilis in Europa neemt toe; RIVM jaargang 14 nummer 6 2003 (pagina 197 - 199)
Laar MJW van de, Veen MG van. Hoe vaak komt syfilis voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, 5 december 2003
SOA Bulletin. 20 jaar SOA Bestrijding. De stand van zaken. November 1999
Auteur
Dhr. Dr. L.J.G. Veehof, huisarts te Groningen
Vrouwen : OPVLIEGERS
Opvliegers ontstaan meestal voor tijdens de overgangsjaren van de vrouw. Ze zijn fameus, en berucht. Niet alleen bij vrouwen, maar ook bij mannen die het merken aan hun echtgenote. Het is een plotseling opkomend gevoel van hitte en transpireren. Het gelaat, nek en voorkant van de romp kleuren dan meestal rood aan. Het duurt meestal kort, 1-3 minuten maar kan per persoon erg verschillen.
Voorkomen
De opvliegers kunnen al vroeg voorkomen, zelfs voordat de overgang begint. Opvliegers zijn eerder regel dan uitzondering: 80% van de vrouwen heeft een jaar na de laatste menstruatie last van opvliegers.
Eén vijfde van deze vrouwen heeft meer dan 6 opvliegers per dag, en hetzelfde aantal vrouwen wordt er ’s nachts wakker van.
Op den duur nemen de opvliegers langzaam af. 10 jaar na de laatste menstruatie heeft altijd nog 5% last van opvliegers.
Ontstaanswijze
Door afname van het vrouwelijk geslachtshormoon, oestrogeen, tijdens de overgang wordt het warmtecentrum in de hersenen beïnvloed. De exacte werking hierop is echter niet goed bekend.
Dit centrum werkt als een soort thermostaat voor het lichaam en geeft een signaal af alsof het lichaam te warm zou zijn. In het lichaam gaan dan diverse processen een rol spelen om de temperatuur naar beneden te krijgen. Door het openzetten van de huidvaten neemt de doorbloeding van de huid toe, de huid wordt rood, en zo kan er meer warmte afgegeven worden. Tevens neemt de transpiratie toe en ontstaan er hartkloppingen.
Door deze warmte afgifte daalt de temperatuur van het lichaam weer zodat na een opvlieger iemand zich koud en rillerig kan voelen. Hoewel het ontstaan dus een natuurlijk proces is – eigenlijk doet het lichaam niks verkeerd – is de mate waarin het proces optreedt buiten proportie. En dat maakt het nu juist zo vervelend.
Klachten
De klachten bestaan meestal uit overmatig transpireren en rood worden van de huid met daarbij hartkloppingen. In het sociale contact kan dit als zeer storend ervaren worden en mensen kunnen er zich voor schamen.
Daarnaast kunnen andere klachten voorkomen die passen bij de overgang zoals, gedeprimeerd zijn, moeheid, gejaagd zijn, prikkelbaarheid, vaginale afscheiding, droge vagina en seksuele problemen.
Andere psychische klachten passend bij de verwerking van het ouder worden kunnen een rol gaan spelen. Vaak is het een periode waar veel veranderd zoals kinderen die het huis uitgaan of verlies van ouders. Kortom, opvliegers staan meestal niet op zichzelf: hun negatieve effect kan versterkt worden door de omstandigheden.
Wat kunt u er zelf aan doen
Er zijn een aantal maatregelen die u kunt nemen om minder aanvallen te krijgen.
Draag geen synthetische kleding maar katoen, dit absorbeert het transpiratievocht beter.
Probeer warme ruimtes zoveel mogelijk te vermijden.
Gebruik minder producten die opvliegers versterken of opwekken: koffie, thee, alcohol en kruidig voedsel.
Maak de slaapkamertemperatuur lager als u last heeft van nachtelijke opvliegers; gebruik dan ook geen synthetisch dekbed
Zorg voor meer lichamelijke inspanning, omdat de klachten hierdoor meestal afnemen.
wanneer naar de huisarts
Opvliegers zijn medisch gezien ongevaarlijk, maar kunnen wel heel lastig zijn en sociaal belemmerend. Bij vrouwen is er veel verschil wanneer opvliegers als hinderlijk worden ervaren. De één accepteert veel klachten als passend bij de overgang, de ander kan al geringe klachten als zeer storend ervaren. Het is daarom moeilijk aan te geven wanneer het verstandig is de huisarts te bezoeken omdat het individueel sterk verschillend is.
Uit een Schots onderzoek blijkt dat 57% van de vrouwen in de overgang last heeft van ‘hot flushes’ en nachtelijk zweten. Maar slechts 22% geeft aan dit als een groot probleem te ervaren.
Ook cultureel gezien worden de klachten als zeer verschillend ervaren. Vooral in de westerse cultuur is het een probleem: in andere culturele en etnische groepen komt het veel minder voor.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal informeren naar de exacte aard van uw klachten. Hoe vaak treden de opvliegers op, in welke omstandigheden en hoe lang vinden ze plaats. Verder kunt u vragen verwachten over het menstruatiepatroon, moeheid en psychische klachten.
Lichamelijk onderzoek zal meestal niet plaatsvinden of de huisarts moet al denken aan andere ziekten zoals hoge bloeddruk of te snel werkende schildklier.
Behandeling
Op zich behoeven opvliegers geen behandeling met medicijnen. Soms kan uitleg van een (huis)arts over de klachten voldoende zijn.
Medicijnen tegen opvliegers hebben voor- en nadelen dit moet in goed overleg afgewogen worden. Maar als patiënt neemt u uiteindelijk zelf de beslissing.
Er zijn verschillende medicijnen tegen opvliegers. Oestrogeen (het vrouwelijk geslachtshormoon) komt voor in de anticonceptiepil en helpt opvliegers voorkomen. De klachten van de opvliegers kunnen dan ook juist optreden in de stopweek van de pil. Is de baarmoeder nog aanwezig dat dient er ook een ander hormoon, progesteron, in het voorgeschreven medicijn te zitten om de baarmoeder te beschermen. Is de baarmoeder verwijderd dan kan worden volstaan met oestrogeen. Deze medicijnen zijn er in tablet vorm of in pleistervorm. Hormonen kunnen de kans op een aantal ziekten verhogen zoals borstkanker, baarmoederkanker en hart- en vaatziekten. Daarom wordt meestal na een half jaar geprobeerd of het gebruik van de medicijnen kan worden afgerond. Hoer korter deze middelen worden gebruikt, hoe beter.
Een ander medicijn is clonidine. Dit is geen hormoon maar moet 2-3 keer daags geslikt worden. Het heeft minder bijwerkingen en heeft het voordeel dat er geen verhoogd risico is op het ontstaan van sommige soorten kanker. Het effect op de klachten kan echter wisselend zijn.
Links
NHG patiënten brieven De overgang algemeen
NHG patiënten brieven Aanpak van de overgang
NHG patiënten brieven Hormoongebruik in de overgang
ANU, landelijk centrum voor vrouwenzelfhulp te Utrecht
North American Menopause Society (Engels)
Literatuur
De overgang; NHG Standaard
Standpunt NHG Hormoongebruik in de overgang
Porter M, Penney GC, Russell D, Russell E, Templeton A. A population based survey of women's experience of the menopause. Br J Obstet Gynaecol 1996; 103: 1025-28.
Welke factoren spelen een rol bij het wel/niet ontstaan van overgangsklachten?
H.A.I.M. van Leusden, gynaecoloog te Oosterbeek. Vademecum, 4 mei 1999
Auteur Mevr. M. Sewüster, huisarts te Veendam
Anus : BLOEDVERLIES
Bloedverlies uit de anus (rectaal bloedverlies) komt vaak voor en geeft bij veel mensen ongerustheid. Het bloed kan helderrood zijn maar ook donker (teerzwart).
Voorkomen.
Rectaal bloedverlies komt relatief veel voor. Waarschijnlijk gaat maar een betrekkelijk klein deel van alle mensen met deze klacht naar de huisarts. De reden is dat men het niet ernstig genoeg vindt, of omdat men zich schaamt. Soms merk je het bovendien helemaal niet – dat is ook afhankelijk van de vorm van de toiletpot (kun je de ontlasting wel of niet zien). Het is dan ook moeilijk om te schatten hoeveel het voorkomt, maar waarschijnlijk heeft 1 tot 1,5% van alle mensen er wel eens last van. Gelukkig is er lang niet altijd sprake van een kwaadaardige aandoening. Van iedereen die wel naar de huisarts gaat blijkt het bij 3% om een kwaadaardige tumor te gaan.
Klachten
Het bloedverlies kan pijnloos zijn of juist met veel pijn gepaard gaan. Dit is afhankelijk van de oorzaak.
De kleur van het bloed zegt ook vrij veel. Als het bloed helderrood is ligt de oorzaak van de bloeding vrij dicht bij de anus – in medische termen: “laag in het spijsverteringskanaal”. Dat is dus in de endeldarm of in de anus. Als het bloed donkerder is ligt de aandoening verder af van de anus, dus “hoger in het spijsverteringskanaal”. Het bloed kan zelfs zwart gekleurd zijn.
Ook belangrijk is of het bloed in de ontlasting zit, of voornamelijk aan de buitenkant ervan. In het eerste geval komt het bloed al vroeg in de ontlasting terecht en mengt zich daarmee. In het tweede geval gebeurt dit “laag in het spijsverteringskanaal”.
Verder kan het bloed leiden tot diarree: medici spreken dan van “meleana”.
De manier waarop het bloedverlies optreedt geeft ook aanwijzingen over de oorzaak. In 90% van de gevallen treedt het bloedverlies niet plotseling op, maar met tussenpozen. Het is dan ook niet erg heftig. Maar er kan ook ineens veel bloedverlies optreden, wat uiteraard wijst op een grotere interne bloeding.
Oorzaken
Bloedverlies kan verschillende oorzaken hebben.
Afwijkingen aan de anus
Bij afwijkingen aan de anus is het bloed helder van kleur, zit het rondom de ontlasting en is stoelgang erg pijnlijk. Het komt vaak door een aambei of een scheurtje in de wand van de anus. Ook van eczeem rond de anus kun je bloedverlies krijgen. Het bloed bevindt zich vaak aan het toiletpapier of in het ondergoed.
Verlies van helderrood bloed kan optreden als vreemde voorwerpen zijn ingebracht via de anus, bijvoorbeeld een thermometer of voorwerpen die gebruikt kunnen worden bij seksuele activiteiten.
Ontstekingen
Een ontsteking van de darm (colitis) geeft eveneens vaak helderrood bloedverlies. Darmontsteking kan ontstaan door infecties (zoals een voedselvergifiging) of door een chronische aandoening van de dikke darm met zweren (colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn).
Darmuitstulpels
Darmpoliepen – die op zich ongevaarlijk zijn - zijn uitstulpingen van de darmwand. Omdat ze veel bloedvaten hebben kunnen ze gemakkelijk beschadigen door langskomende ontlasting en zo gaan bloeden. Zeker bij mensen die bloedverdunners gebruiken kan er zo heftig bloedverlies ontstaan. De kleur van het bloed hangt af van de ‘hoogte’ in het spijsverteringskanaal waarin de poliep zich bevindt, hoe hoger hoe donkerder. Divertikels zijn uitstulpingen door de spierlaag van de darm. Het is te vergelijken met een oude fietsband die te hard wordt opgepompt en zo op zwakke plekken gaat uitstulpen. Ze komen vooral voor op oudere leeftijd: 35% van de mensen ouder dan 50 jaar hebben divertikels. Als bijverschijnsel leiden divertikels soms tot verstopping (obstipatie) of diarree, dikwijls gepaard met buikpijn links onder. Divertikels kunnen ook bloedverlies geven, zeker als ze ontstoken zijn (dat heet diverticulitis).
Darmkanker
Kanker van de dikke darm ontstaat bijna altijd door het ontaarden van een poliep (zie boven). Het bloedverlies kan zichtbaar zijn, maar soms is er zo weinig bloedverlies dat het met het blote oog niet te zien is (occult bloedverlies). Maar je raakt wel bloed kwijt, en op den duur geeft dit bloedarmoede. Dikke darm kanker leidt dan ook na verloop van tijd tot oververmoeidheid door dit tekort aan bloed. Een aanwijzing dat er iets mis kan zijn dat het patroon van de ontlasting verandert. Zo kan opeens verstopping (obstipatie) optreden zonder dat er iets aan de leefgewoonten is veranderd. De vorm kan veranderen (dun, of potlood-dikte). Ook slijm bij de ontlasting duidt op onregelmatigheden van de dikke darm.
Afwijkingen aan het begin van het spijsverteringskanaal
Ziekten in de slokdarm, maag en twaalfvingerige darm, bijvoorbeeld kanker, ontstekingen en zweren geven verlies van heel donker bloed.
Wanneer naar de huisarts
Bloedverlies uit de anus is altijd een reden om advies te vragen aan de huisarts, ook al denkt u dat het aambeien zullen zijn. De reden om het in ieder geval te bespreken is, dat bloedverlies een ‘vroeg’ teken kan zijn van een ernstige ziekte, zoals darmkanker. Vrouwen moeten bovendien zeker weten of het bloedverlies optreedt uit de vagina of de anus.
Als je ouder bent dan 45 jaar zal de dokter altijd uitzoeken wat precies de oorzaak is. Zo hoeft het ‘zelf voelen van een aambei’ niet te betekenen dat die aambei ook echt de oorzaak is van het bloedverlies. Jongeren kunnen ongeveer drie weken afwachten om naar de dokter te gaan, als er sprake is van gering bloedverlies (enkele druppels).
Wat doet de huisarts
Je dokter zal vragen stellen over het bloedverlies. Hij zal zeker vragen naar de kleur van het bloed. Ook is het belangrijk te weten of de ontlasting zich in of rond de ontlasting bevindt, of er pijn is, op welk tijdstip van de dag er bloedverlies is etc. Ook zal hij vragen naar ziekten die in de familie voorkomen (poliepen, darmkanker) en medicijngebruik.
Welk onderzoek doet de huisarts
Veel mensen zien op tegen het onderzoek. Bedenk echter: de huis(arts) probeert de oorzaak te vinden en dat kan alleen maar door goed lichamelijk onderzoek te doen. Daarnaast kunt u zelf aangeven tot hoever het onderzoek gaat. Als u in eerste instantie alleen over het probleem wilt praten, zonder lichamelijk onderzoek, dan zal dat gerespecteerd worden door uw (huis)arts. Het is uw eigen beslissing of u wel of geen nader lichamelijk onderzoek toelaat.
Wat het onderzoek zelf betreft. Onderzoek van de anus valt meestal wel mee. De (huis)arts zal vragen om te gaan liggen, meestal op de linker zij, en trekt een handschoen aan. Daarop komt een beetje glijmiddel, en dan gaat de vinger voorzichtig de anus in. Ontspannen is daarbij belangrijk.
Als er gedacht wordt dat bij vrouwen het bloedverlies niet uit de anus komt kan er nog een vaginaal onderzoek gebeuren.
Sommige huisartsen gebruiken ook een instrument, om nog iets verder te kunnen kijken in de darm: de proctoscoop. Dat is een dunne buis, ongeveer zo lang als een hand, met een lampje erin. Hiermee is een groter deel van anus en endeldarm te zien. Andere huisartsen laten dit onderzoek – als het nodig is – over aan het ziekenhuis.
De huisarts kan bloedonderzoek doen om te onderzoeken of sprake is van bloedarmoede. De ontlasting kan ook op kweek gezet worden om te kijken of er een infectie is, of om te zien of er sprake is van onzichtbaar (occult) bloedverlies.
Welk onderzoek vindt er plaats in het ziekenhuis
Bij endoscopie wordt met een flexibel kijkbuisje (endoscoop) in de dikke darm gekeken. Tijdens het onderzoek kunnen door de endoscoop instrumenten ingebracht worden om kleine stukjes weefsel weg te nemen voor onderzoek of om b.v.poliepen te verwijderen. Dat wegnemen voelt u niet. Bij endoscopie wordt dieper in de darm gekeken dan bij proctoscopie.
Als er een coloninloopfoto wordt gemaakt, zal vloeistof in de darm worden gebracht, meestal via een slangetje in de anus. De vloeistof laat geen röntgenstraling door, waardoor de darmwand heel goed te zien is: uitstulpingen kun je bijvoorbeeld heel gemakkelijk vinden op deze manier. Verder worden andere methoden gebruikt om oorzaken op andere plaatsen op te sporen: contrastvloeistof in de bloedvaten, CT-scan of MRI. Allemaal methoden die je niet voelt.
Videocapsule Endoscopie (VCE) is een methode waarbij het slijmvlies van de dunne darmwand onderzocht wordt. Door het inslikken van een kleine capsule die lijkt op een medicijn worden video opnames gemaakt.
De capsule weegt nog geen 4 gram en is ongeveer 10 x 30mm. In de capsule zit een kwalitatief hoogwaardige camera met flitslampjes, batterijen, een zender en een antenne. ’t Is ongelooflijk, maar waar!
De capsule maakt twee beeldjes per seconde en zendt deze beeldjes naar ontvangende sensoren die op de buik van de patiënt bevestigd wordt. De techniek is nieuw. De camera komt gewoon met de ontlasting weer naar buiten.
Behandeling
De behandeling van bloedverlies is gericht op de oorzaak. Er zijn zoveel behandelmethoden (van niets doen tot behandeling van kanker) dat het te ver voert hier nu verder op in te gaan.
Samenvattend
Anaal bloedverlies is veel voorkomend verschijnsel en vereist bijna altijd een bezoek aan de (huis)arts om de oorzaak op te sporen. Veel mensen bezoeken de huisarts uit angst voor kanker. Van alle mensen die de huisarts bezoekt heeft echter slechts 3 % een kwaadaardige aandoening.
Anal bleeding Embarrassingsproblem.com (Engels)
Crohn en Colitis Ulcerosa Verenging Nederland
Maag darm en leverziekten; algemene informatie van het Genootschap van Maag Darm en Leverartsen
Maag lever en darmstichting
Literatuur
Diagnostiek van alledaagse klachten 1 Drs. T.O.H. de Jong; Dr. H de Vries; Dr. H.G.L.M. Grundmeijer. BSL Houten.
Chronische buikpijn Van der Horst, HE; Muris, JWM; Pop, P; Bron: Huisarts en Wetenschap, 2003
Rectal bleeding: prevalence and consultation behaviour. Crosland A, Jones R. BMJ. 1995 Aug 19;311(7003):486-8.
Auteur Dhr. M. Fennema, huisarts te Hoogezand-Sappemeer
Snurken is het maken van geluid tijdens de slaap. Het ontstaat uit de bovenste luchtwegen. Klachten ontstaan in het algemeen pas wanneer mensen in de omgeving uit hun slaap gehouden worden.
Voorkomen
Snurken komt veel voor, vaker bij mannen dan bij vrouwen. Uit een onderzoek bleek dat 23% van mannen boven de 35 jaar dagelijks snurkt, bij vrouwen ligt dat percentage lager. Er zijn aanwijzingen dat snurken vaker voorkomt bij mensen die last hebben van hart- en vaatziekten.
Oorzaak
Het snurken ontstaat doordat in de slaap de keelholte verslapt is. Hierdoor is de ruimte waardoor de lucht zich kan bewegen vernauwd, wat tot gevolg heeft dat de lucht in afwijkende circulaties terecht komt (turbulentie). Deze turbulentie veroorzaakt het geluid. De vernauwing ontstaat vooral in rugligging waarbij de tong naar achteren in de keel zakt en gaat trillen tegen het gehemelte en keelholte.
Er zijn een aantal oorzaken die het ontstaan van snurkgeluiden kunnen versterken:
alcohol
geneesmiddelen die spierverslappend werken zoals slaapmiddelen en rustgevende middelen
overgewicht, waardoor ook in de keelholte meer vetophoping plaatsvindt
grote keel- en of neus-amandelen
neusverkoudheid en hooikoorts die kunnen leiden tot afsluiting van de neusholte; dit versterkt de vernauwing van de keelholte, waardoor zelfs mensen die normaliter niet snurken dat wel doen bij verkoudheid.
afwijkingen van de bouw van het gehemelte
zeldzamere afwijkingen zoals een te langzaam werkende schildklier en bepaalde neurologische ziekten (ziekten van het zenuwstelsel)
Klachten
Snurken is niet gevaarlijk. Meestal heeft de omgeving last van snurken en niet de persoon zelf. Het geluid kan erg hard zijn bij sommigen soms tot 50-70 decibel wat overeenkomt met een laag vliegende straaljager. Niet alleen de eigen partner, maar ook buren kunnen last hebben van het gesnurk van een buurman (of –vrouw). En medekampeerders op een camping zullen hun ongenoegen wellicht ook uiten.
Heel vaak heeft de partner meer klachten dan de snurker zelf: slecht slapen en vermoeidheid overdag. Dit kan leiden tot grote spanningen in de relatie.
Snurken kan soms ook leiden tot slaapstoornissen bij de snurker zelf, doordat het problemen geeft bij de ademhaling. Dit wordt slaapapnoe genoemd (a-pnoe betekent ‘geen-ademhaling’). Hierbij ontstaat er korte tijd een ademhalingsstilstand wat vooral voor de partner erg beangstigend en alarmerend is. Verder kan de snurker regelmatig zelf wakker worden van zijn eigen gesnurk, wat tot moeheid en concentratieverlies overdag kan leiden.
Wat kunt u er zelf aan doen
Vermijd rugligging omdat snurken meestal optreedt in deze ligging. Het vastmaken van een tennisbal aan de achterzijde van de pyama is een eenvoudige maar goede manier om te voorkomen dat je op je rug gaat liggen.
Andere manieren liggen voor de hand. Ben je te zwaar, val dan af. Drink niet te veel alcohol, en vermijd zo veel mogelijk gebruik van slaapmiddelen en rustgevende middelen die spierverslappend zijn.
Bij een verstopte neus kunnen xylomethazine neusdruppels helpen (druppelen vlak voor het slapen gaan). Chronisch gebruik is echter slecht en moet worden voorkomen.
Wanneer naar de huisarts
Als het snurken gepaard gaat met klachten van vermoeidheid, slecht kunnen concentreren overdag of wanneer het problemen geeft binnen de relatie of voor de omgeving is het raadzaam de huisarts te bezoeken.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal eerst vragen stellen om te bepalen hoe erg het snurken is en waar precies het grootste probleem ligt: bij de snurker zelf, bij zijn partner of bij de omgeving. Ook zal er gevraagd worden naar kenmerken van de “slaap-apnoe”, zoals perioden met een ademhalingsstilstand. Daarnaast is het geneesmiddelgebruik van belang.
De huisarts zal de mond en keelholte onderzoeken, bijvoorbeeld om te kijken of er vergrote keelamandelen zijn. Ook in de neus zal naar vernauwingen worden gezocht. Soms is aanvullend bloedonderzoek nodig als er gedacht wordt aan - bijvoorbeeld - een langzaam werkende schildklier.
Behandeling
De huisarts zal adviseren rugligging te vermijden.
Een eventuele allergie (zoals hooikoorts) kan worden behandeld met tabletten tegen de allergie of neusdruppels.
Bij overgewicht zult u worden verwezen worden naar de diëtiste - om af te vallen. Geneesmiddelen kunnen aangepast of gestaakt worden.
Bij verdenking aan afwijkingen in de neus en of keelholte kan iemand verwezen worden naar de Keel Neus en Oor (KNO)arts.
Als u wellicht lijdt aan “slaapapnoe” wordt u misschien verwezen worden naar een slaapcentrum, waar men kan onderzoeken of u wel of niet aan deze kwaal lijdt. Mocht dat het geval zijn, dan kunt u wellicht worden behandeld met een apparaatje dat zorgt dat er een positieve druk in de keelholte. In medische termen heet dat een “Continuous Positive Airways Pressure” of CPAP). Hierdoor sluiten de luchtwegen niet meer af tijdens de slaap.
Bij afwijkingen in de bouw van de bovenste luchtwegen kan soms een operatie nodig zijn om het probleem te verhelpen.
Snurken - Embarrassingproblem.com (Engels)
KNO - snurken en het slaap apneu syndroom
Geraadpleegde Literatuur
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
Auteur Dhr. E. Toxopeus, huisarts te Leek
Het weghalen van de baarmoeder is de belangrijkste gynaecologische verrichting in Engeland en de Verenigde Staten. In Nederland zal 32% van de vrouwen tijdens hun leven deze operatie ondergaan.
Veel vrouwen zijn bang dat een baarmoederverwijdering hun seksualiteit zal beïnvloeden. Uit onderzoek blijkt dat het zowel gunstige als ongunstige gevolgen kan hebben. De onderzoeken die hiernaar gedaan zijn spreken elkaar tegen (zie onderaan deze tekst links naar twee recente onderzoeken). En verder bestaan er veel “ideeën”, zowel bij dokters als bij de bevolking. De gevolgen van de operatie (zoals het doorsnijden van zenuwen) en het ontstaan van littekenweefsel zouden negatieve invloed hebben. Ook menen velen dat de baarmoedermond seksueel belangrijk is – en die ben je kwijt na verwijdering van de baarmoeder.
De feiten: het gaat beter na de operatie
Frequentie van seksuele activiteit
Uit een onderzoek in de Verenigde Staten1 met meer dan 1000 geopereerde vrouwen bleek dat men gemiddeld meer seks had dan voor de operatie: drie keer in plaats van twee keer per maand. De toename van seksuele activiteit gold zowel voor vrouwen die veel seks hadden, als die weinig seks hadden. En ook het verlangen naar seks (libido) nam toe na de operatie. Bijna driekwart van de vrouwen die voor de operatie weinig zin in seks hadden, zegt dat dit na de operatie beter is geworden.
Pijn bij de gemeenschap (dyspareunie)
Na de baarmoederverwijdering blijkt er een forse afname te zijn van klachten van pijn tijdens de gemeenschap, van 41% naar 18% gemeten na een jaar.1 Bij een kleine minderheid van de vrouwen neemt de pijn bij geslachtsgemeenschap toe.
Orgasme
Vaak is gedacht dat het orgasme (klaarkomen) vermindert na een baarmoederverwijdering. Dat blijkt niet te kloppen. Gemiddeld krijgen vrouwen minstens even vaak en even sterk een orgasme als voor de operatie, of zelfs vaker en heviger. Voor de operatie kreeg 63% van alle vrouwen wel eens een orgasme, een jaar na de operatie 72%. Ook de intensiteit van het orgasme nam toe.
Van alle vrouwen die voor de operatie nooit een orgasme kregen, blijkt dat 65% dat een jaar na de operatie wel heeft. Mogelijk komt dit doordat ze minder pijn hebben bij de gemeenschap en zich bovendien gezonder voelen dan voor de operatie.
Vaginale droogheid
Ook hebben minder vrouwen na de operatie last van een droge vagina. Voor de operatie heeft 37% geen last van een droge vagina bij het vrijen, na de operatie heeft 47% geen last.
Depressie
Overigens ervaren vrouwen met een depressie veel minder al deze voordelen. Bij hen heeft de operatie nauwelijks invloed op de libido, orgasmen, pijn, droogheid enzovoorts.
Type operatie bij een baarmoederverwijdering
Het soort operatie blijkt niet van invloed te zijn op al deze resultaten. Uit een Nederlands onderzoek2 onder 400 vrouwen blijkt de seksuele activiteit in gelijke mate door de operatie te zijn beïnvloed. De drie soorten operaties zijn:
Volledige verwijdering van de baarmoeder via de vagina (vaginale hysterectomie)
Volledige verwijdering via de buik (abdominale hysterectomie)
Gedeeltelijke verwijdering via de buik waarbij de baarmoedermond blijft zitten (subtotale abdominale hysterectomie).
Er zijn vele mechanismen denkbaar waardoor de verbetering van seksuele activiteit ontstaat. Te denken valt aan wegvallen van de klachten (ziekte) waarvoor een baarmoederverwijdering nodig was. Niet meer zwanger kunnen worden, of geen vaginaal bloedverlies meer hebben kunnen oorzaken zijn. Het zou ook zo kunnen zijn dat vrouwen zich simpelweg beter voelen na een operatie omdat ze zich in een betere gezondheidssituatie bevinden en een betere kwaliteit van leven hebben.
Maar het is niet zo dat een baarmoederverwijdering uitgevoerd moet worden omdat er seksuele problemen zijn. Maar interessant is het wel om te kunnen vaststellen dat vrouwen na een baarmoederoperatie beter seksueel kunnen functioneren.
The Hysterectomy Association Web Site (Engels)
Rutger Nisso groep Geraadpleegde Literatuur
1.Hysterectomy and sexual functioning
Julia C. Rhodes, MS; Kristen H. Kjerulff, PhD; Patricia W. Langenberg, PhD; Gay M. Guzinski, MD JAMA. 1999;282:1934-1941.
2. Hysterectomy and sexual wellbeing: prospective observational study of vaginal hysterectomy, subtotal abdominal hysterectomy, and total abdominal hysterectomy (pdf) Jan-Paul W R Roovers, Johanna G van der Bom, C Huub van der Vaart, A Peter M Heintz.
BMJ 2003;327:774-778 (4 Oktober)
3. Supravaginal uterine amputation vs. hysterectomy. Effects on libido and orgasm.
Kilkku P, Gronroos M, Hirvonen T, Rauramo L. Acta Obstet Gynecol Scand. 1983;62(2):147-52.
Je hebt seks, en de anticonceptie gaat fout: vergeten de pil in te nemen, het condoom laat los of scheurt, of welke andere oorzaak dan ook. De morning after pil (MAP) kan dan uitkomst bieden en alsnog helpen om een zwangerschap te voorkomen (het risico blijft desondanks nog 2%). De MAP moet dan wel binnen 72 uur na het hebben van seks worden ingenomen. Ben je te laat, dan kan een spiraaltje nog helpen, maar dat werkt alleen nog tot 5 dagen na de seks.
Ook gebeurt het vaak genoeg dat men vrijt zonder enige bescherming tegen zwangerschap. Dat kan zijn uit onbezonnenheid, omdat je denkt dat je niet zwanger kunt raken dankzij de “veilige dagen”. Maar bij onbeschermd vrijen rond de periode van de eisprong dat wil zeggen 6 dagen ervoor tot 4 dagen erna, is de kans op zwangerschap gemiddeld genomen toch altijd nog ongeveer 10%. Bij een onregelmatige cyclus wordt het risico nog veel groter.
Wanneer een MAP?
Het maakt verschil of je wel of niet de pil slikt. Als je geen anticonceptie gebruikt: altijd de MAP innemen binnen 72 uur na de seks.
Anders wordt het wanneer je normaliter wel de pil gebruikt, maar het vergeten was. Dan zijn de volgende richtlijnen van toepassing.
Pil vergeten in de eerste week
Het vergeten van de pil in de eerste week van de pilstrip - dus na de stopweek – betekent dat de MAP ingenomen kan worden. Behalve als je andere anticonceptie hebt gebruikt zoals het condoom.
Pil vergeten in de tweede week
Is een pil vergeten in de tweede week dan is geen MAP nodig. Pas bij het vergeten van 4 of meer pillen is een MAP nodig. De vergeten pil moet sowieso worden ingenomen, de pilstrip moet worden afgemaakt ook al wordt er een MAP ingenomen moet je gewoon de pil doorgebruiken.
Pil vergeten in de derde week
Ook als je in de derde week een pil vergeten bent is geen MAP nodig. De pil kan doorgeslikt worden.
Je kan op 2 manieren verder gaan:
Zonder stopweek te nemen direct doorgaan met een nieuwe strip. Of er kan direct een pauzeweek ingelast worden, en nadien wordt begonnen met een nieuwe strip.
In welke gevallen een spiraal
Na 72 uur en binnen 120 uur (5 dagen) bestaat de mogelijkheid om een morning after spiraal te laten plaatsten door de huisarts. Dit zal een koperhoudend en geen hormoonhoudend spiraal zijn.
Na die 5 dagen is er geen methode meer om te voorkomen dat er bevruchting plaatsvindt. De menstruatie zal moeten worden afgewacht.
Hoe groot is de kans op een zwangerschap
Wordt de MAP ingenomen binnen 12 uur dan is de kans op een zwangerschap 0,5%. Gemiddeld genomen is de kans op een zwangerschap bij het gebruik van een MAP binnen 72 uur 2%.
Hoe kom ik aan de MAP of het spiraaltje
De MAP moet nog steeds op recept en dus via een arts verkregen worden. Dit kan de huisarts zijn of een arts van de Rutger Nisso stichting.
Elke arts heeft een beroepsgeheim en zal dus geen mededelingen doen aan bijvoorbeeld ouders ook al is een MAP nodig. Voor een particulier verzekerde schrijft de huisarts een rekening van het consult uit die vaak bij de ouders terecht komt. Er kan verzocht worden geen rekening uit te schrijven. Mocht de huisarts wel betaald willen krijgen, dan kan dat gebeuren via contante betaling.
Overigens kan anticonceptie ook zonder toestemming van de ouders worden voorgeschreven aan meisjes van 12 tot 16 jaar.
Het spiraaltje wordt op recept voorgeschreven en door een (huis)arts ingebracht; bij een vrouw zonder kinderen zal dat vaak bij de gynaecoloog, dus in het ziekenhuis gebeuren
Welke soorten Morning After Pillen zijn er
Levonorgestrol (Norlevo): 2 keer 1 tablet met een tussenpoos van 12-24 uur, of eenmalig 2 tabletten
Microgynon 50/Stederil D: 2 keer 2 tabletten met een tussenpoos van 12 uur.
Deze tabletten moeten vaak betaald worden; de kosten variëren tussen 10 en 15 euro.
Na de MAP
Zowel de MAP als het spiraal beschermen niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Ze beschermen alleen – in zekere mate - tegen zwangerschap. Mochten er klachten ontstaan zoals afscheiding of zweertjes dan is het beter de huisarts te bezoeken. Ook kan je bij taboeziekten meer informatie krijgen over SOA bekijken.
Bij een dreigende ongewenste zwangerschap spelen bezorgdheid en onzekerheid bijna altijd een grote rol. Als je heel jong bent, kun je bovendien bang zijn dat het bekend wordt dat je seks met iemand hebt gehad. Bij seksueel misbruik spelen tal van factoren een rol. Het is heel belangrijk hulp te zoeken. De huisarts is vaak de meest aangewezen deskundige en hij is verplicht om zich te houden aan het beroepsgeheim: hij mag met niemand – letterlijk niemand – praten over wat hij met jou heeft besproken.
Links
Abortus taboeziekten.nl
Global sex survey
Hormonale Anticonceptie NHG Standaard
Rutgerhuizen Adressen
Rutger Nisso groep
Stichting Anticonceptie Nederland
Geraadpleegde Literatuur
Hormonale Anticonceptie Standaard NHG september 2003
KNMG consult Arts en patientenrechten. Utrecht KNMG 2000
The timing of the "fertile window" in the menstrual cycle: day specific estimates from a prospective study. Wilcox AJ, Dunson D, Baird DD. BMJ. 2000 Nov 18; 321(7271): 1259-62
Emergency contraception--clinical and ethical aspects. Int J Gynaecol Obstet. 2003 Sep; 82(3): 297-305 Faundes A, Brache V, Alvarez F
Auteur Dhr J. Bolt, huisarts te Zuidhorn
Hoewel onze maatschappij, door haar gerichtheid op mooi, jong en sexy, een negatieve houding heeft ten opzichte van seksuele gevoelens, gedachten en gedrag bij ouderen blijkt uit onderzoek in de leeftijdscategorie van 50-60 jaar, 84 % van de mannen en 76% van de vrouwen seksueel actief (d.w.z. zowel vrijen als masturbatie).
Ouder worden betekent meestal dat de mens beter in staat is om echte intimiteit tot stand te brengen. Ouderen kennen beter elkaars grenzen en kunnen beter elkaars eigenheid respecteren. Hierbij wordt er een groot appel gedaan op de mate van tolerantie en mate van eigenheid van de partners. Er treedt een verschuiving op van lichamelijke intimiteit naar emotionele intimiteit. Vaak zal er een hernieuwde belangstelling voor seksualiteit ontstaan, waarbij er een balans gezocht wordt tussen seksualiteit en intimiteit.
Leeftijd en seksuele activiteit in percentages
De onderzoeksresultaten van Masters en Johson laten zien dat er, ondanks de fysieke veranderingen bij het ouder worden, geen leeftijdslimiet is voor het uitdrukken van seksuele gevoelens. Zij geven ook aan dat een actief seksleven een grote bijdrage kan leveren aan de fysieke en emotionele gezondheid bij het ouder worden. Zoals zij het uitdrukken: “ If you don’t use it, you lose it.”
In de oudere leeftijdscategorieën vindt men de volgende percentages seksueel actief gedrag:
60-70 jaar: 67% van de mannen en 40% van de vrouwen
70-80 jaar: 43% van de mannen en 7% van de vrouwen
80 jaar en ouder: 16% van de mannen
Het blijkt dat het voortzetten van de seksuele activiteit bij het ouder worden meer afhangt van de gelegenheid die men heeft voor seks en van verschillende psychologische factoren(zoals o.a. relationele factoren), dan van lichamelijke veranderingen. En dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.
Wat verandert er dan wel?-
Bij vrouwen kan er een geleidelijke afname van het seksuele functioneren optreden na de overgang (menopause). Dit hangt samen met een geleidelijke afname van hormonen, oestrogeen- en progesteron. Hierbij is het de afname van de oestrogeenspiegel die leidt tot veranderingen in de weefsels van de geslachtsorganen. Het dunner worden van het vaginaslijmvlies, de droogheid en de verminderde elasticiteit kunnen leiden tot pijn en soms lichte bloedingen bij een coïtus. Ook de huid kan dikker en minder gevoelig worden waardoor sensuele aanrakingen bij het seksspel kunnen veranderen. Daarnaast kan de afname van de progesteronspiegel leiden tot opvliegers, slapeloosheid en emotionele labiliteit.
Symptomen waaronder het vrijen te lijden kan hebben maar die met wederzijds respect, geduld, aandacht en eventueel een goed glijmiddel toch het plezier hebben in seks niet in de weg hoeven te staan.
Goed is hierbij om te bedenken dat plezier hebben in seks niet per definitie betekent dat een coïtus de enige aanvaardbare manier van vrijen is en dus zou moeten plaatsvinden. Voor paren met deze laatste overtuiging kan dit zelfs leiden tot seksuele onthouding.
Hormonen die een direct effect hebben op het seksuele functioneren zijn de androgenen. Deze hormonen zijn niet alleen bij mannen aanwezig maar worden ook bij vrouwen aangemaakt in de ovaria (eierstokken). De productie hiervan blijkt na de menopauze nauwelijks af te nemen.
Aangenomen wordt dat hormoonsuppletie (=aanvullen van het hormoontekort) met oestrogeen ook ingezet kan worden voor de behandeling van seksuele problemen na de menopauze. Het heeft een gunstig effect op de urogenitale weefsels waardoor onder andere de vaginale functies weer normaal worden, dat wil zeggen zoals voor de menopauze. Dit geld bijvoorbeeld voor de pijn bij het vrijen, de vaginale droogheid, bloedingen na het vrijen en urineverlies. Daarnaast heeft het effect op opvliegers, nachtelijk zweten en slapeloosheid. De gebruiksters van hormoonsuppletie zijn tevreden over de frequentie van hun seksuele activiteit en hebben meer seksuele fantasieën. Hun vagina is voldoende vochtig en ze hebben geen last meer van pijn bij het vrijen. Kortom ze hebben meer plezier in seks.
Bij mannen neemt de testosteron(androgeen)productie bij het ouder worden geleidelijk af. Een belangrijke verandering is dat bij het seksspel erecties langzamer verschijnen. Deze verandering is volkomen normaal en moet daarom niet gezien worden als een erectieprobleem of als een gebrek aan interesse. Ook ochtenderecties worden minder frequent. Deze nemen af van gemiddeld 2 per week bij mannen van voor in de dertig tot 0.5 per week bij mannen van rond de 70. Ook de “herstelfase” na een orgasme neemt in lengte toe bij het ouder worden. Voor oudere mannen is het heel gewoon als zij in een periode van 24 uur na een orgasme geen nieuw orgasme kunnen krijgen of meer moeite hebben met het krijgen van een erectie. (NB: Bij vrouwen treedt deze laatste verandering niet op; op de leeftijd van 80 jaar zijn zij nog steeds in staat om meerdere orgasmen te krijgen). Ook het volume van het ejaculaat en de kracht van het ejaculeren neemt af. Het sperma blijft evenwel tot op zeer hoge leeftijd vitaal ondanks dat de testikels iets in omvang kunnen afnemen.
Een voordeel voor het wederzijdse plezier bij het vrijen is dat mannen met het ouder worden, in vergelijking met hun jongere soortgenoten, meer controle krijgen over hun orgasme en dit langer kunnen uitstellen. Als seksuele partners kunnen ze daardoor in waarde stijgen.
Seksuele problemen
Bij het seksueel functioneren spelen verschillende factoren een rol: zowel lichamelijke als psychologische, sociaal-economische en culturele factoren.
Wanneer seksuele problemen zich voordoen zal er gekeken moeten worden op welk gebied of welke gebieden er iets aan de hand is. Uw huisarts kan samen met u onderzoeken of de problemen direct of indirect voortkomen uit lichamelijke oorzaken en deze aansluitend behandelen. Vindt daarmee geen verbetering plaats dan moet er gekeken worden of er andere oorzaken aanwezig zijn voor het verminderde seksuele functioneren. Een verwijzing naar psychologische hulpverlening kan daarbij tot de mogelijkheden behoren.
Links
Belgische Vereniging Seksuologie
Nederlandse Vereniging voor Seksuologie
NVSH
Rutger Nisso groep
Sex and ageing; Embarrassingproblems.com
Geraadpleegde literatuur
Bachmann, prof.dr. Gloria (1995), Influence of menopause on sexuality. International Journal of Fertility and Menopausal Studie ; 40 (suppl 1): 16-22
Hyde, Janet Shibley (1994), Understanding human sexuality, McGraw-Hill, Inc. New York.
Kinsey AC, Pomeroy WB, Martin CE, et al. Sexual behavior in the human female. WB Saunders, Philadelphia 1953
Masters, W.H., Johnson, V.E., & Kolodny, R.C. (1982). Human sexuality. Boston: Little, Brown.
Auteur Dhr. J. Hoevers, psycholoog te Sebaldeburen
SOA staat voor seksueel overdraagbare aandoeningen, dat wil zeggen aandoeningen ofwel ziektes, die via seksueel contact kunnen worden overgedragen. Vroeger sprak men van geslachtsziekten, maar deze term is in feite niet juist omdat deze ziektes zich niet alleen hoeven te beperken tot de geslachtsorganen. Ze kunnen zich ook elders in en op het lichaam openbaren.
Infecties die tot de seksueel overdraagbare aandoeningen worden gerekend zijn: chlamydia, gonorroe, syfilis (= lues), herpes, genitale wratten (condylomata acuminata) , schaamluis, scabies (=schurft), hepatitis B en HIV/AIDS.
Voorkomen
Het grote probleem met SOA is dat er niet altijd klachten hoeven te ontstaan. Je kunt de ziekten onder de leden hebben, maar er niets van merken. Het is bekend dat vrouwen met een SOA in meer dan 50 % van de gevallen geen of nauwelijks klachten hebben. De ellende is dat je vaak wel besmettelijk bent in die situaties; en de ziekte die je hebt maar niet merkt kan wel leiden tot complicaties, zoals eileiderontsteking, onvruchtbaarheid, buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) en/ of chronische buikpijn. Het verloop van een SOA zonder klachten of verschijnselen blijkt bij mannen ook vaker voor te komen dan vroeger werd aangenomen.
Naar schatting ontstaan jaarlijks in Nederland 110.000 nieuwe SOA’s, waarvan meer dan 1/3 bij jongeren tussen 15 en 24 jaar. Chlamydia is de belangrijkste: met ruim 60.000 geschatte infecties per jaar. Het wordt veroorzaakt door een bacterie.
Daarna volgen de SOA, die door een virus veroorzaakt worden. Dat zijn herpes (12.000) en genitale wratten (25.000). Van gonorroe komen ongeveer 6000 nieuwe infecties per jaar voor, van hepatitis B 3000 nieuwe infecties per jaar, van HIV infecties 500 nieuwe gevallen per jaar en van syfilis 750 nieuwe infecties per jaar. Van de overige SOA zoals schurft, schaamluis en enkele andere zeldzame infecties komen ongeveer 3000 nieuwe gevallen per jaar voor.
Vooral besmettingen van gonorroe en syfilis zijn de laatste 3 – 4 jaar aanzienlijk toegenomen, vooral binnen de groep mannen met vele seksuele (anonieme) contacten.
Hoe kan een SOA worden aangetoond
De meeste SOA kunnen door middel van eenvoudig onderzoek worden aangetoond: bloed, urine of een strijkje met een wattenstokje van slijm van de baarmoedermond, de pisbuisopening of de anus. Het onderzoek kan door de huisarts gedaan worden en als men om wat voor reden dan ook niet naar de huisarts wil gaan, dan kan men zich wenden tot de plaatselijke GGD’en.
Behandeling
De meeste SOA zijn goed te behandelen. Chlamydia en gonorroe worden behandeld met antibiotica – vaak een ééndaagse kuur, syfilis met een antibioticum, dat per injectie in de beide billen wordt toegediend.
Enkele SOA kunnen niet afdoende behandeld worden. Hepatitis B is een infectie van de lever, die vanzelf overgaat. Jammer genoeg is 1% van de mensen met hepatitis B ook na de ziekte nog ‘drager’ van het virus, waardoor ze op den duur een leververvetting kunnen krijgen. Voor zogenaamde risicogroepen wordt vaccinatie geadviseerd. In veel plaatsen in Nederland vindt dit plaats via de GGD’en.
HIV/AIDS kan (nog) niet afdoende behandeld worden. Maar de vooruitzichten zijn veel beter dan tien jaar geleden. Overleed men tot midden jaren negentig aan AIDS, tegenwoordig kan men via combinaties van antivirale middelen in leven blijven.
Eenmaal herpes, altijd herpes. Geen bestaand spreekwoord, maar het zou er wel een kunnen zijn…. Herpes van de geslachtsorganen neigt tot steeds terugkomen. De eerste verschijnselen van herpes zijn meestal heftig. Als het terugkomt zijn de verschijnselen meestal milder. Na enige tijd – soms wel jaren – dooft herpes uit. Men kan de duur en de ernst van de infectie verkorten en verlichten door middel van antiherpes middelen.
Genitale wratten neigen ook tot terugkomen. Ze kunnen evenwel behandeld worden met een aanstipvloeistof of vloeibare stikstof.
Schurft en schaamluis kunnen goed met een smeersel of lotion behandeld worden.
Wanneer naar de arts
Het is van belang om bij twijfel of vermoeden van een SOA contact met de huisarts of de GGD op te nemen. Diagnostiek en behandeling kunnen en moeten plaatsvinden, maar veel belangrijker is dat verdere verspreiding van de SOA wordt tegengegaan. Daarom is het belangrijk en noodzakelijk dat partners en/of sekscontacten worden gewaarschuwd. Eventueel kan daarbij de hulp van een verpleegkundige van de GGD worden ingeroepen. Deze partners en/of sekscontacten dienen zich ook te laten onderzoeken op SOA.
Links
SOA.nl
Sensoa.be
GGD Nederland
Geraadpleegde Literatuur
Syfilis in Europa neemt toe; RIVM jaargang 14 nummer 6 2003 (pagina 197 - 199)
Laar MJW van de, Veen MG van. Hoe vaak komt syfilis voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, 5 december 2003
SOA Bulletin. 20 jaar SOA Bestrijding. De stand van zaken. November 1999
Auteur Dhr. Dr. L.J.G. Veehof, huisarts te Groningen
Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) die vaak weinig klachten geeft. Omdat je het niet merkt, geef je de ziekte gemakkelijk door aan anderen, zonder dat je je daar bewust van bent. Even opletten dus….
Voorkomen
Chlamydia is de meest voorkomende geslachtsziekte, oftewel seksueel overdraagbare aandoening.
Deze aandoening lijkt de laatste twintig jaar steeds meer voor te komen, maar de oorzaak daarvan is dat de verbeterde medische onderzoeksmethoden er voor zorgen dat het gemakkelijker is patiënten beter op te sporen. Bij jongeren is chlamydia geslachtsziekte nummer I (met stip).
Ontstaanswijze
Een groot probleem bij besmetting is dat de ziekte zonder klachten of symptomen kan verlopen. 75% van de vrouwen met chlamydia weet niet dat ze de ziekte hebben, en dat geldt ook voor de helft van de mannelijke patiënten. Bij een bevolkingsonderzoek in Amsterdam bleek dat 2 tot 5% van de vrouwen de chlamydia-bacterie bij zich draagt. Het komt het meest voor bij vrouwen van 15 tot 19 jaar. Maar bij bepaalde groepen Surinaamse en Antilliaanse jongeren komt chlamydia soms voor bij één op de vijf (20%).
Iedereen die de ziekte heeft kan deze via seksueel contact doorgeven, en dit betekent dat er heel veel vrouwen en mannen zijn die ongewild een andere kunnen besmetten.
Een chlamydia-infectie wordt veroorzaakt door een bacterie: chlamydia trachomatis. Deze bacterie wordt overgedragen door onveilig vrijen en geeft ontstekingen in de slijmvliezen van de geslachtsdelen. Onveilig vrijen is elke vorm van vrijen waarbij bloed, zaad of vaginaal vocht in het lichaam van de partner komt.
Klachten
Vaak zijn er – zoals gezegd – helemaal geen klachten. Maar zijn ze er wel dan bestaan ze uit tussentijdsbloedverlies, bloedverlies na het vrijen, andere vaginale afscheiding dan normaal, branderig gevoel bij plassen, onderbuikspijnen en bij de man uit pijn in de pisbuis en afscheiding uit de pisbuis.
De gevolgen van een chlamydia-infectie kunnen ernstig zijn. 15-40 % van de vrouwen krijgt een eileiderontsteking; van hen wordt 10 tot 20 % onvruchtbaar en krijgt 18 % klachten van chronische buikpijn. De kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap is ook groter, namelijk 9 %.
Mannen houden geen ernstige klachten aan de infectie over.
Wat kunt u er zelf aan doen
Chlamydia is niet zelf te behandelen. Een bezoek aan de (huisarts- of GGD-) arts is zonder meer nodig. Wel kunt u er zelf veel aan doen om het te voorkomen, bijvoorbeeld door veilig te vrijen.
Wanneer naar de huisarts
Als u klachten zoals hierboven genoemd hebt is een bezoek aan de (huis)arts nodig. Ook bij twijfel is het beter de (huis)arts te bezoeken.
Als bekend is dat een partner met wie seksueel contact is geweest chlamydia heeft is verder onderzoek nodig. Bedenk dat de ziekte vaak zonder klachten verloopt, maar dat u dan zelf wel een ander kunt besmetten.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen stellen over de klachten zijn er, hoelang ze bestaan en of er partners zijn die ook klachten hebben. De huisarts zal vragen of er blaasjes of wratjes zichtbaar zijn die kunnen wijzen op andere geslachtsziekten.
De uiteindelijke diagnose wordt gesteld door middel van onderzoek van de urine of door onderzoek van wat slijmvlies van de baarmoedermond, het uiteinde van de pisbuis of van de anus. De huisarts zal dit afnemen en in een laboratorium laten onderzoeken.
Behandeling
Chlamydia is zeer goed te behandelen met een eenmalige dosis van een antibioticum.
Om verdere verspreiding te beperken wordt aanbevolen om 7 dagen af te zien van geslachtsverkeer (coïtus). Alle seksuele contacten van het laatste halfjaar komen in aanmerking voor onderzoek en/of behandeling. Opnieuw testen na behandeling is niet nodig.
Links
SOA.nl
Sensoa.be
GGD Nederland
Factsheet SOA.nl Chlamydia (doc.)
Literatuur
Diagnostiek van alledaagse klachten 1; drs. T.O.H. de Jongh, dr. H. de Vries en dr. H.G.L. Grundmeijer 2002 Bohn Stafleu Van Loghum
SOA Bulletin. 20 jaar SOA Bestrijding. De stand van zaken. November 1999.
Auteur Dhr. Dr. L.J.G. Veehof, huisarts te Groningen
Syfilis –ook wel lues genoemd of harde sjanker– is een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) die de laatste tijd weer in de belangstelling staat.
Syfilis kwam in het eind van de vijftiende eeuw in Europa door soldaten en zeelieden en zorgde voor een epidemie. Het werd ook wel de lues venera oftewel de gesel van Venus genoemd. De ziekte kon voor de ontdekking van penicilline vaak dodelijk zijn.
Voorkomen
Was het vroeger een seksueel overdraagbare aandoening (geslachtsziekte) die vooral onder zeelui voorkwam, de laatste jaren zien we een duidelijke toename onder vooral mannen met homoseksuele contacten. Ruim driekwart van de gevallen komt voor bij mannen die seks hebben met mannen die veel wisselende seksuele contacten hebben. Meestal komt het voor boven de 35 jaar. Opmerkelijk is verder dat syfilis ook heel veel voorkomt in ontwikkelingslanden en Oost-Europa.
Ontstaanswijze
Syfilis wordt veroorzaakt door een bacterie, de Treponema Pallidum. De gemiddelde incubatietijd – is tijd tussen besmetting en optreden van de eerste verschijnselen – is 21 dagen. Maar bij sommige mensen is het slechts 10 dagen, terwijl het ook drie maanden kan duren voordat de eerste verschijnselen merkbaar worden na besmetting. Als iemand met syfilis seksueel contact heeft met iemand anders is de kans dat hij de ziekte overdraagt heel hoog: ongeveer 30 %.
Klachten
De verschijnselen veranderen naarmate de ziekte voortschrijdt en indien die niet behandelt wordt.
In stadium I ( ‘lues I’ genoemd) is meestal sprake van een pijnloos zweertje aan de geslachtsorganen (vagina, penis en anus), in combinatie met opgezette lymfeklieren in de liezen. Dit laatste is te voelen als knobbeltjes in de liezen. Vaak geneest het zweertje vanzelf binnen één tot twee maanden.
Na enige tijd ( 6 tot 8 weken) kan zich een tweede fase openbaren, ‘lues II’ genaamd. Hierin zijn lichtrode vlekjes aanwezig op de romp, maar ook in de handpalmen en op de voetzolen. Meestal zijn die vlekjes een beetje verheven boven de huid en voelen dan ook aan als hobbeltjes.
In het derde stadium (lues III) zijn de inwendige organen aangetast zoals hart, bloedvaten en zenuwstelsel.
Overigens komt Syfilis ook voor zonder enig verschijnsel. Dokters noemen dat lues latens. In sommige gevallen komt een periode van deze Lues Latens voor tussen de fase 2 en 3 in.
Besmettelijkheid voor anderen bestaat in elke fase van de ziekte.
Wat kunt u er zelf aan doen
Syfilis is niet zelf te behandelen, hiervoor is een bezoek aan de (huisarts- of GGD-) arts nodig. Het kan wel zo veel mogelijk voorkomen worden door veilig vrijen.
Wanneer naar de huisarts
Onstaat er een zweertje aan de geslachtsorganen, dan is altijd een bezoek aan de (huis)arts nodig. Ook bij twijfel is het beter de (huis)arts te bezoeken.
Bedenk dat dit pijnloos zweertje wel over kan gaan, maar de ziekte zal zonder behandeling verder gaan. Ook kunnen partners zo besmet worden.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen stellen over de klachten, hoelang ze bestaan en of er partners zijn die ook klachten hebben.
Daarna zal er een lichamelijk onderzoek plaatsvinden. Bij mannen zal er gekeken worden of er aan de penis een zweer te zien is en of er huidafwijkingen zijn wijzend op syfilis.
Bij vrouwen zal eerst gekeken worden of op de buitenkant van de vagina een zweertje zichtbaar is. Daarna zal een inwendig onderzoek plaatsvinden. Hierbij kan eerst een vaginaal toucher worden gedaan. De uitwendige schaamlippen worden gespreid en met 1 of 2 vingers wordt het binnenste van de vagina en de voorzijde van de baarmoeder onderzocht. Daarna wordt een eendenbek (speculum) ingebracht. Dan wordt er gekeken of er in de vagina of aan de baarmoedermond afwijkingen zijn. Er kunnen dan direct kweken afgenomen worden uit de plasbuis, baarmoedermond of van een afwijking die eventueel gezien wordt. Vaak gebeurd dit door wattenstaafjes, er wordt dan direct onderzoek gedaan naar andere SOA’s zoals chlamydia.
De diagnose syfilis moet gesteld worden via bloedonderzoek. De huisarts zal dit bloedinderzoek aanvragen.
Bij een zwangerschap zal de arts of verloskundige standaard een bloedonderzoek aanvragen omdat syfilis via de moederkoek over kan gaan op het kind en zo schade kan veroorzaken.
Behandeling
Als de diagnose is gesteld is behandeling mogelijk met injecties met penicilline. Doorgaans worden deze injecties toegediend in de billen. Men moet daarna wel enige tijd (ongeveer 2 jaar) onder controle blijven van de arts. Na de behandeling is iemand niet meer besmettelijk voor anderen. Ook verdwijnen de ziekte symptomen.
Links
SOA.nl
Sensoa.be
GGD Nederland
Geraadpleegde Literatuur
Syfilis in Europa neemt toe; RIVM jaargang 14 nummer 6 2003 (pagina 197 - 199)
Laar MJW van de, Veen MG van. Hoe vaak komt syfilis voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, 5 december 2003
SOA Bulletin. 20 jaar SOA Bestrijding. De stand van zaken. November 1999
Auteur Dhr. Dr. L.J.G. Veehof, huisarts te Groningen
Gonorroe (druiper) wordt ook wel de “klassieke geslachtsziekte’ genoemd en wordt veroorzaakt door een bacterie, die luistert naar de naam “Neisseria gonorroea” (verkort heet hij ‘gonokok’). Nadat er vanaf het begin van de jaren tachtig een daling van het aantal gevallen van gonorroe in Nederland was waargenomen, volgde eind jaren negentig weer een geweldige stijging.
Voorkomen
De aandoening komt het meest voor in de leeftijdsgroep van 25 – 34 jaar.
Ontstaanswijze
Gonorroe wordt overgedragen door onveilig vrijen: het is dan ook een echte ‘Sexueel Overdraagbare Aandoening’ (SOA). De geslachtsorganen kunnen geïnfecteerd raken maar ook het slijmvlies van de mond of de endeldarm (het laatste deel van de darm, dat uitmondt in de anus). Tijdens de geboorte kunnen baby’s besmet raken als de moeder gonorroe heeft.
Klachten
Gonorroe heeft een incubatietijd van 2 tot 3 dagen. Het duurt dus zo kort tussen het oplopen van de besmetting, en het feitelijk krijgen van de ziekte. In die periode ben je wel besmettelijk voor anderen, maar heb je in het algemeen geen klachten (symptomen).
Als bij de vrouw klachten optreden gaat het meestal om een toegenomen hoeveelheid vaginale fluor (afscheiding), maar bij 30 tot 60% van de vrouwen kan de infectie ook na de incubatietijd zonder symptomen verlopen (“asymptomatisch verloop”). Het asymptomatische is de oorzaak van het vaak niet of (te) laat behandelen, waardoor complicaties kunnen optreden, zoals een bartolinitis (ontsteking van kliertjes in binnenkant van de schaamlippen) of een salpingitis (eileiderontsteking). Een eileiderontsteking kan uiteindelijk onvruchtbaarheid of buitenbaarmoederlijke zwangerschap veroorzaken.
Mannen hebben last van een pijnlijk en branderig gevoel bij het plassen, waarbij vaak ook pussige afscheiding bestaat. Gonorroe verloopt bij 10% van de mannen zonder symptomen. Als gevolg van gonorroe kunnen bij mannen bijbalontsteking of prostaatontsteking optreden.
Bij baby’s is een besmetting onder meer te zien aan ontstoken ogen (blennoroe).
Wat kunt u er zelf aan doen
Gonorroe is niet zelf te behandelen; een bezoek aan de huisarts of GGD arts is nodig. Het kan zo veel mogelijk voorkomen worden door veilig te vrijen, preventie is daarom erg belangrijk. Dat betekent dat – vooral bij sexueel contact met meerdere partners – het gebruik van een condoom gewenst is. Gonorroe wordt niet voorkomen door andere anticonceptie middelen, zoals de pil!
Wanneer naar de huisarts
Als je klachten hebt zoals hierboven genoemd, is een bezoek aan de (huis)arts nodig. Ook bij twijfel is het beter de (huis)arts te bezoeken.
Als bekend is dat een partner met wie je seksueel contact hebt gehad gonorroe heeft, is zo’n bezoek zeker nodig, ook als je zelf (nog) geen klachten hebt. Bedenk dat de ziekte ook zonder klachten gepaard kan gaan. Verder geldt: hoe eerder je “erbij bent” hoe minder de schade is.
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst vragen stellen over de klachten: hoe lang ze bestaan en of je seksueel contact hebt gehad met mensen die ook klachten hebben.
Om de diagnose gonorroe te stellen moeten er bij de vrouw ‘uitstrijkjes’ van de baarmoedermond en de plasbuis en zo nodig van de keel en van de anus worden gemaakt. Bij de man is de plaats van afname de plasbuis en zo nodig van de anus en van de keel.
Behandeling
Gonorroe is goed te behandelen, doorgaans met een ééndaagse kuur. Een probleem is echter dat de gonokokken (dat zijn de bacteriën die gonorroe veroorzaken) ongevoelig kunnen worden tegen antibiotica (resistentie). In dat geval zal na een eerste kuur eventueel nog een tweede of derde kuur gedaan moeten worden.
Bij de behandeling is de intramusculaire injectie met cefotaxim in opmars als behandeling van eerste keus gezien de toenemende resistentie van de gonokok voor ciproxin, in Amsterdam zelfs 5 %.
Ook komt het naar verhouding veel voor dat iemand met gonorroe ook besmet is met een andere SOA, bijvoorbeeld chlamydia. In dat geval moeten beide infecties tegelijkertijd worden bestreden.
Links SOA.nl Sensoa.be GGD Nederland Geraadpleegde Literatuur
Diagnostiek van alledaagse klachten 1; drs. T.O.H. de Jongh, dr. H. de Vries en dr. H.G.L. Grundmeijer 2002 Bohn Stafleu Van Loghum
SOA Bulletin. 20 jaar SOA Bestrijding. De stand van zaken. November 1999.
Auteur Dhr. Dr. L.J.G. Veehof, huisarts te Groningen
Plasklachten bij mannen ontstaan vaak op wat oudere leeftijd. Meestal treden de eerste verschijnselen van vaker plassen, wat minder krachtige straal, nadruppelen en toegenomen aandrang op rond het 50e jaar. Als je vaak je bed uit moet om te plassen, wordt je nachtrust erg verstoord. Ook je partner kan daar heel veel last van ondervinden.
Het is niet goed bekend waarom de ene man méér last heeft van plasklachten dan de ander. Soms kunnen onderliggende ziekten plasklachten geven. Suikerziekte is daar een voorbeeld van, waarbij door toegenomen dorst men meer gaat drinken en er dus méér en vaker geplast moet worden. Ook ziekten van het zenuwstelsel kunnen plasklachten opleveren, bijvoorbeeld omdat de blaasspier geprikkeld wordt waardoor het voelt of de blaas vol is.
Verder kan medicijngebruik invloed hebben op het plassen. Een bekend voorbeeld is het medicijn furosemide dat gebruikt wordt bij behandeling van hoge bloeddruk en hartfalen. De belangrijkste werking is om te zorgen dat vocht het lichaam verlaat, zodat de bloeddruk vermindert en je minder last krijgt van hartproblemen. Furosemide doet dit door er voor te zorgen dat de nieren meer vocht produceren. Dat vocht komt - als urine - in de blaas terecht. De blaas is voller en je krijgt de aandrang om te plassen. Furosemide wordt daarom ook wel een “plastablet” genoemd.
Waar zit de prostaat en welke functie heeft de prostaat eigenlijk?
De prostaat zit in het mannelijk lichaam even onder de blaas en is ongeveer kastanjegroot. Dóór de prostaat loopt de urineleider die vanaf de blaas naar onderen loopt en in de penis uitmondt. Aan de achterkant wordt de prostaat begrensd door het slijmvlies van de endeldarm. Via díe weg kan de arts met zijn of haar vinger de prostaat voelen. Naast de prostaat liggen aan weerszijden zaadblaasjes. Vanuit de zaadballen (testes) gaat het zaad de zaadleiders in. Die monden uiteindelijk uit in de beide zaadblaasjes, waaruit het zaad bij een zaadlozing (ejaculatie) gemengd wordt met vocht uit de prostaat en dan via de penis het lichaam verlaat.
De prostaat maakt met zijn kliersysteem dus vocht aan, dat gebruikt wordt om na het klaarkomen het zaad door de schede te transporteren en een bevruchting via de baarmoedermond mogelijk te maken. De ouderwetse benaming ‘voorstanderklier’ geeft de functie van de prostaat misschien wel het duidelijkst aan.
Hoe ontstaan plasklachten?
Vroeger dacht men dat de prostaat als enige orgaan verantwoordelijk was voor het krijgen van plasklachten en werd daarom aangeduid als de boosdoener. Plasklachten bij mannen worden daarom nog al eens ‘prostatisme-klachten’ genoemd.
De prostaat, die groeit onder invloed van het testosteron - (mannelijk) - hormoon, gaat in de loop van jaren in omvang toenemen.
De urineleider die dóór de prostaat loopt wordt dan afgekneld en de blaas moet meer krachtsinspanning leveren. Soms blijft er urine achter in de blaas waardoor er een gevoel kan ontstaan dat er niet goed leeg geplast kan worden. De straal wordt wat minder sterk en nadruppelen kan optreden.
Meestal ontstaan deze klachten geleidelijk en geven ze niet veel hinder of last. Maar sommige mannen hebber er echt last van en kan het hinder opleveren bij het werk of de beoefening van een hobby.
Soms treden er acuut klachten op, bijvoorbeeld wanneer het plassen ineens helemaal niet meer lukt. Men spreekt dan van een “acute retentie“. Dan moet direct ingegrepen worden om de blaaslediging weer op gang te brengen!
De laatste tijd duidt men plasklachten bij mannen ook wel aan als “lagere urinewegklachten”. De prostaat kan daarin een rol spelen, maar ook vermindering van spierkracht van de blaas of verhoogde prikkelbaarheid van de blaasspier. Soms speelt een combinatie hiervan een rol.
Wanneer naar de huisarts met plasklachten?
Zoals hierboven is beschreven zijn plasklachten in het algemeen het gevolg van goedaardige prostaatgroei en/of verandering van prikkelbaarheid van de blaas en blaaskracht. Meestal treden de veranderingen gematigd op en geven ze weinig hinder.
Vaak ook treedt er naar verloop van tijd een nieuw evenwicht op en nemen de klachten niet meer toe.
In een kleine minderheid van de gevallen is prostaatkanker de oorzaak. Deze ernstige ziekte geeft in het begin weinig of geen klachten.De kankergroei begint meestal aan de buitenkant, waardoor de zwelling die ontstaat niet merkbaar is in de plasbuis. Pas na verloop van tijd wordt dit wel merkbaar in de vorm van het verminderen van de plaskracht. Prostaatkanker is in de eerste fase niet pijnlijk.
Behalve angst voor kanker zijn er nog andere redenen om bij plasproblemen de huisarts te bezoeken. Vooral gebrek aan nachtrust, pijn bij plassen of heel vaak moeten plassen zijn erg hinderlijk.
Zoals ook met andere kwalen zal de één zich eerder op het spreekuur melden dan de ander en redt de één zich weer makkelijker dan de ander met de verandering van het plassen.
Bij de volgende verschijnselen moet je echt even naar de huisarts toe gaan:
Pijnklachten bij het plassen
Niet meer kunnen plassen
Bloed bij de urine
Wat doet de huisarts
Samen met u zet de huisarts eerst uw klachten op een rij. U bespreekt de aard van uw klachten, uw eventuele ongerustheid en welke reden u had om het spreekuur te bezoeken.
Afhankelijk van de werkwijze van uw huisarts, kan hij/zij daarbij gebruik maken van een vragenlijst die de mate van ernst en hinder van uw plasklachten in beeld brengt.
De vragen hebben betrekking op de manier waarop het plassen veranderd is en of de klachten uw kwaliteit van leven hebben beïnvloed.(zie de IPSS bijlage).
Vervolgens doet de huisarts lichamelijk onderzoek, waarbij onder meer de prostaat wordt gevoeld via de anus. Door middel van urineonderzoek wordt een eventuele ontsteking van de urinewegen opgespoord.
Ook kunnen eventuele problemen van de prostaat worden opgespoord met bloedonderzoek. De zogenaamde “ P.S.A. waarde” in het bloed zegt iets over de werking van de prostaat.
Als alle gegevens bekend zijn kan het goed zijn dat er geen alarmerende ziekten bestaan die de plasproblemen veroorzaken. De huisarts kan dat toelichten, en u daarmee geruststellen.
Soms blijven de klachten daarna gelijk of verminderen zelfs iets. Maar soms verergert de situatie en kunt u beter opnieuw naar de huisarts gaan.
Behalve geruststellen kan de huisarts besluiten om medicijnen voor te schrijven. Er zijn twee groepen medicijnen die kunnen helpen bij plasklachten. Eén groep wordt gebruikt om spanning uit de prostaat te halen waardoor er een vermindering van uw klachten kan optreden door vermindering van druk binnen de prostaat; de andere groep maakt het volume van de prostaat kleiner waardoor de urinebuis minder wordt afgekneld.
Soms is een verwijzing nodig naar de specialist-uroloog om verder onderzoek te laten doen. De reden hiervoor kan zijn dat de klachten met medicijnen niet kunnen worden verholpen en dat misschien aan een operatieve ingreep moet worden gedacht. Het kan ook zijn dat de huisarts advies van de uroloog wil vragen welke de beste behandeling is van uw klachten waarna de huisarts weer de behandeling kan voortzetten. Tenslotte kunnen de onderzoeksgegevens van de huisarts een aanwijzing geven dat er sprake zou kunnen zijn van een kwaadaardigheid van prostaat of blaas.
Bijlage IPSS score*
De International Prostate Symptoms Score (IPSS), is een vragenlijst waarbij de patiënt aan de hand van een 6-puntenschaal de ernst van de symptomen en het effect op de levenskwaliteit kan aangeven. Een lage score sluit afwijkingen niet uit.
Men hanteert een internationale 3 puntsschaal voor de ernst van plasklachten:
0 - 7 = géén - lichte klachten
8 - 19 = matige - milde klachten
20 - 35 = ernstige klachten
Geraadpleegde Literatuur
Urologie / onder redactie van H.J. de Voogt en T.A. Boon.- Utrecht: Bunge.
Wymenga LFA, Mensink HJA. Prostaatspecifiek antigeen als tumormerkstof voor prostaatcarcinooom.NTVG 1999;143:1733-8
Auteur Dhr. W.K. v.d. Heide, huisarts te Roden.
Bij beschadiging van de huid ontstaat er altijd een litteken. Een dergelijk litteken kan zeer klein zijn en na enige tijd niet meer opvallen maar kan ook erg dik worden (hypertrofie) en zelfs gaan groeien buiten de oorspronkelijke begrenzing (keloïd).
Hoe het litteken er gaat uitzien na een huidbeschadiging, is moeilijk te voorspellen. Tal van factoren hebben daar invloed op. Zo zal een scherpe verwonding van de huid, zoals een snijwond, een mooier litteken geven dan een rafelige wond. Infectie van een wond zal ook vaker resulteren in een litteken dat er lelijker uitziet.
Is er bij een wond een hoge huidspanning, zoals op de rug, dan kan het litteken breed worden doordat het uitrekt. Een litteken dwars op de huidplooien valt vaak meer op dan een litteken evenwijdig aan de huidplooien. Leeftijd speelt ook een rol bij littekenvorming; bij jongere mensen en kinderen is er meer huidspanning dan bij ouderen, zodat de kans op het breed worden van een litteken bij jongere mensen en kinderen groter is.
Brandwonden laten soms forse littekens zien, die kunnen gaan samentrekken en zo de beweeglijkheid van een gewricht beperken (contractuur).
Doel van een littekencorrectie
Bij een litteken correctie wordt geprobeerd de vorm en het uiterlijk van het litteken te verbeteren. Hierbij wordt vaak het oude litteken verwijderd en een nieuw wond gemaakt. Dat gebeurt zodanig, dat het litteken van die nieuwe wond er beter uit zal zien, en minder opvalt, dan het oude litteken. Het oude litteken wordt dus vervangen door een nieuw litteken (dat minder lelijk is).
Wanneer kan een littekencorrectie worden uitgevoerd?
Littekens maken een hele ontwikkeling door. In de eerste maanden zijn ze vaak rood en stug. Een littekencorrectie in deze periode geeft opnieuw rode en harde littekens en heeft daarom dan nog geen zin. De periode van roodheid en stugheid van littekens kan worden verkort door siliconen-gel en siliconenpleisters op het litteken aan te brengen gedurende 10-16 weken.
Wanneer het litteken is uitgewerkt, licht van kleur is en weinig opvalt, heeft littekencorrectie geen zin; veel verbetering is er dan niet te bereiken.
Een littekencorrectie kan nodig zijn om medische redenen. Hierbij kun je denken aan brandwonden, aan littekens in het gezicht of aan littekens in gewrichten die leiden tot een ongewenste stand in het gewricht (contractuur, oftewel dwangstand). Ook kun je om andere redenen graag willen dat een litteken minder lelijk wordt.
Wat doet de plastisch chirurg?
Wanneer u vragen heeft over een litteken kunt u hiervoor een afspraak maken bij de plastisch chirurg. Hij zal het litteken onderzoeken, zal vragen naar uw medische voorgeschiedenis, geneesmiddelen gebruik en zal u vragen wat de verwachtingen zijn van een littekencorrectie
Voor elk type litteken zal met u besproken worden wat u kunt verwachten na een littekencorrectie. Soms kan het verstandig zijn geen littekencorrectie uit te voeren omdat weinig tot geen verbetering is te verwachten. Zo kan bijvoorbeeld bij een slechte doorbloeding van de huid door een vaatziekte het niet erg verstandig zijn opnieuw een wond te maken.
Wanneer besloten wordt tot een littekencorrectie, zal de plastisch chirurg uitleggen welke behandeling en/of operatie het beste uitgevoerd kan worden en wat u kunt verwachten als eindresultaat.
Littekens in het gelaat
Littekens in het gelaat worden vaker als storend ervaren omdat ze duidelijk worden gezien. Dit kan ertoe leiden dat je je niet meer graag onder de mensen begeeft.
De meest eenvoudige methode van behandeling van een litteken in het gelaat is camouflage. Ook kan men een dergelijk litteken snel minder opvallend krijgen door het te behandelen met siliconengel. Soms kan men het litteken verbeteren door het lelijke litteken chirurgisch te verwijderen en opnieuw te hechten met dunne hechtingen, om zodoende een nieuw litteken te maken dat minder zal opvallen. Ook kan het mogelijk zijn om het uiterlijk van het litteken te verbeteren met behulp van dermabrasie (afschaven van het litteken) of door middel van een laserbehandeling.
Hypertrofisch litteken
Een hypertrofisch litteken is een verdikt rood litteken, dat zich niet uitbreidt buiten het oorspronkelijke wondgebied; het jeukt vaak en prikt. Meestal worden hypertrofische littekens in de loop der jaren dunner en minder dik. Het afplakken van dergelijke littekens met siliconenpleister of siliconen-gel maakt de littekens sneller minder dik en rood. Ook kan het inspuiten met corticosteroïden daarbij helpen.
Mochten de genoemde behandelingsmethoden onvoldoende helpen dan kan besloten worden tot chirurgische verwijdering van het hypertrofisch litteken, om zodoende een nieuwe wond en daarna litteken te laten ontstaan, dat een nieuwe kans heeft op ongecompliceerde wondgenezing; toepassing van siliconengel en siliconenpleister, eventueel aangevuld met corticosteroïden is dan zeker ook aangewezen.
Keloïd
Keloïd littekens zijn verdikte littekens die buiten het oorspronkelijke wondgebied gaan groeien. Ze worden dik en rood en kunnen flink jeuken en prikken.
Keloïd kan overal voorkomen maar meestal op het borstbeen, schouders of oorlel. Ze komen vaker voor bij mensen met een donkere huidskleur dan bij mensen met een blanke huid.
De behandeling zal eerst bestaan uit het toedienen van injecties met corticosteroïden om het keloïd litteken te doen slinken gecombineerd met het aanbrengen van siliconen-gel of siliconenpleister. Als dit onvoldoende succes heeft, kan besloten worden tot chirurgische verwijdering van het keloïd litteken, aangevuld met corticosteroïden injecties en aanbrengen van siliconengel. Ook kan eventueel de behandeling worden gecombineerd met bestraling van het litteken. Keloïd litteken kan echter terug komen en de behandeling kan daarom teleurstellend zijn.
Contracturen
Littekens die over een groot gebied lopen en/of over een gewricht lopen, zoals littekens ontstaan ten gevolge van brandwonden, kunnen zodanig samentrekken dat ze veel hinder geven. Zeker over een gewricht kan dit aanleiding geven tot minder beweeglijkheid, waarbij ook spieren en pezen kunnen samentrekken.
Er zijn diverse methoden om deze vorm van littekens te behandelen. Zo kan het litteken verwijderd worden, verlengd worden door middel van een zogenaamde Z-plastiek en er een extra stuk getransplanteerde huid worden aangebracht. Vaak is ook aanvullend fysiotherapie nodig om het gewricht weer de volledige functie te geven.
Dhr. Dr. B. van der Lei, plastisch chirurg, verbonden aan Medisch Centrum Leeuwarden en privé-kliniek Heerenveen
Vrouwen kunnen last hebben van te grote borsten. Zware of slappe borsten kunnen zowel lichamelijk als psychisch een zware belasting zijn. Door het gewicht van de borsten kan pijn in de schouders, de rug en de hals ontstaan en snoeren BH-bandjes diep in de huid van de schouder. De borsten kunnen gevoelig of zelfs pijnlijk zijn. Zware borsten zitten bovendien in de weg bij een groot aantal sporten en veel vrouwen hebben problemen bij het vinden van passende kleding. Traditioneel denkt men vaak nog steeds dat het hebben van grote borsten een puur lichamelijk probleem is, maar uit verschillende studies blijkt dat dit niet terecht is. Ook het zelfbeeld is fors negatief. Borstverkleining verbetert het psychisch welbevinden. (‘mammareductie’ heet het in medische termen,: ‘mamma’ is borst, ‘reductie’ is verkleining).
Is er veel vraag naar borstverkleining?
In Nederland worden jaarlijks meer dan 4000 borstverkleinende operaties uitgevoerd en de vraag neemt toe. In ieder ziekenhuis in Nederland waar deze ingrepen worden uitgevoerd door plastisch chirurgen bestaan relatief lange wachttijden, variërend van enkele maanden tot meer dan twee jaar.
Oorzaken van grote borsten
De grootte en vorm van de borsten is sterk erfelijk bepaald. Maar de grootte van borsten neemt ook toe door het ouder worden, door zwaarder worden of door zwangerschap.
Wanneer wordt een borstverkleining uitgevoerd?
Het verkleinen van borsten gebeurt meestal op medische gronden. Door de lichamelijk en psychische klachten kan het noodzakelijk zijn het gewicht van de borsten door middel van een operatie te verminderen. Deze ingreep zal dan ook meestal worden vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Ook kunnen er louter cosmetische redenen zijn om de borsten te laten verkleinen. In dat geval wordt de operatie meestal niet vergoed; de kosten variëren van circa 4000 tot 6000 euro.
Wat als u een borstverkleining overweegt.
Wanneer u een borstvergroting overweegt kunt u hierover vrijblijvend een gesprek aanvragen met een plastisch chirurg. Dat kan een arts zijn die werkzaam is in een ziekenhuis of privé-kliniek bij u in de buurt, of over wie goede ervaringen heeft gehoord via kennissen. De plastisch chirurg zal uw overweging goed in kaart brengen. Hij zal vragen naar de reden waarom u een borstverkleining overweegt en wat uw verwachtingen zijn van een dergelijke ingreep. Ook zal hij u lichamelijk onderzoeken, om te bepalen hoe groot uw borsten zijn, of ze slap zijn en/of hangen, en hoeveel eigen borstweefsel u hebt. Daarnaast zal hij vragen naar uw medische voorgeschiedenis en geneesmiddelengebruik. Afhankelijk van al deze zaken zal de plastisch chirurg u aangeven wat verantwoord mogelijk is. Er zal dan uitvoerig gepraat worden over de voor- en nadelen van de voorgestelde wijze van borstverkleining.
De borstverkleinende operatie
Vóór de ingreep zal de chirurg het operatiepatroon op de borsten tekenen.
Een borstverkleining duurt gemiddeld één tot drie uur en vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose). Er bestaan diverse operatietechnieken voor een borstverkleining. Uw plastisch chirurg zal u vóór de operatie informeren over de techniek van zijn keuze. Bij de meest gebruikte techniek wordt de borst verkleind door aan de onderkant huid en klierweefsel te verwijderen. Zo ontstaat het eerste litteken. Om een natuurlijke borstvorm te krijgen wordt een 'figuurnaad' aangelegd, van de tepel recht naar beneden. Dit wordt een tweede litteken. Vervolgens wordt de tepel verplaatst en soms wordt de tepelhof verkleind. Uiteindelijk ontstaat een litteken dat de vorm heeft van een anker. Na de operatie blijven vaak slangetjes achter (drains) om het wondvocht af te voeren. Als er geen vocht meer wordt geproduceerd, worden deze verwijderd.
Na de operatie
Na de operatie zullen de borsten steviger zijn en kleiner. De littekens zullen aanvankelijk rood en hard worden, maar worden in de loop van de maanden lichter van kleur en daardoor minder zichtbaar. Er kan altijd enige asymmetrie ontstaan; het is niet altijd mogelijk de operatie zo uit te voeren dat beide borsten exact dezelfde grootte hebben.
Complicaties van een borstverkleining; Wat kan er misgaan
Een borstverkleinende operatie heeft dezelfde risico's als elke andere operatie. Een wond kan nabloeden of er kan een infectie optreden. In zeldzame gevallen is de bloedcirculatie in de wondranden onvoldoende en kan een deel van het borstweefsel afsterven. Na de operatie kan het gevoel in de tepels verminderd zijn of zelfs geheel verdwenen zijn. Vaak komt het gevoel weer terug, maar niet altijd volledig.
De resultaten van een borstverkleining stemmen meestal tot tevredenheid. Er kunnen echter geen garanties worden gegeven voor een goed resultaat of voor een absolute symmetrie van de borsten. Bovendien duurt het zeker zes maanden voor de borsten hun definitieve vorm hebben.
Het uiteindelijke resultaat kan soms wat tegenvallen door ongelijkheid van de borsten of door verminderde gevoeligheid van de tepels. Ook de littekens kunnen minder fraai worden, meestal ten gevolge van een gestoorde wondgenezing. Incidenteel is een tweede operatie nodig om een optimaal resultaat te bereiken. Door pilgebruik, zwangerschap of gewichtstoename kunnen de borsten weer groter worden. De borsten kunnen ook weer verslappen, bijvoorbeeld door vermagering
Voor vele vrouwen bestaat de wens naar grotere of steviger borsten. De borsten kunnen al sinds de puberteit klein of onderontwikkeld zijn, soms is het volume van de borsten afgenomen na een zwangerschap of zijn de borsten slapper en kleiner geworden na een vermageringsdieet. De wens tot borstvergroting is sterk gebonden aan de ideale vorm van de borst op dat moment en is vaak een persoonlijke wens. In verschillende culturen is de ideale vorm van de borst verschillend.
Vroeger werd vaak gedacht dat vrouwen met een wens tot een borstvergroting emotionele problemen zou hebben. Het tegendeel is waar. Vrouwen met de wens tot een borstvergroting blijken psychologisch gezien net zo stabiel te zijn als andere vrouwen; ze verschillen echter alleen door een negatieve blik op hun eigen borsten. Deze negatieve blik hangt weer nauw samen met factoren als de bewustheid ervan in kleding, gevoelens van je niet voldoende vrouw voelen, remming in seksuele activiteiten etc.
Is er veel vraag naar een borstvergroting?
In Nederland worden jaarlijks steeds meer borstvergrotende operaties uitgevoerd, op dit moment betreft het meer dan 6000 operaties per jaar. Omdat de drempel naar plastische chirurgie tegenwoordig lager is geworden nemen steeds meer vrouwen de stap hun te kleine of minder stevige borsten te laten vergroten. Het effect van een borstvergrotende operatie op het zelfbeeld van de vrouw is vaak indrukwekkend; een enorme opleving van het zelfbeeld. Dit uit zich onder meer in het zichzelf weer volledig kunnen presenteren in allerlei sociale omstandigheden.
Oorzaken van achterblijvende borstontwikkeling of afname van borstvolume
De grootte en vorm van de borsten is sterk erfelijk bepaald. Ook bepaalde ziekten (zoals hormoonafwijkingen en anorexia nervosa) kunnen aanleiding geven tot achterblijvende borstontwikkeling. Borsten kunnen ook kleiner worden door het gebruik van anabole steroïden – wat in de sport nogal eens gebeurt.
Na zwangerschap komt het vaak voor dat de borsten in volume en stevigheid afnemen.
Enig verschil in de grootte van de beide borsten komt veel voor. Soms is er meer dan een cupmaat verschil.
Wanneer wordt een borstvergroting uitgevoerd?
De ontwikkeling van de borsten begint rond het tiende jaar. Deze ontwikkeling is klaar zo rond het zestiende levensjaar. Als op die leeftijd borsten niet meer groeien gedurende een half jaar is dat hun uiteindelijke omvang. Het eindstadium is dan bereikt.
Er zijn geen duidelijke leeftijdsgrenzen voor een borstvergrotende operatie, maar de ingreep zal niet snel worden uitgevoerd voor het achttiende levensjaar. Een borstvergroting wordt zelden gezien als een medisch noodzakelijke ingreep, behalve als er in aanleg er in het geheel geen borsten zijn (aplasie), of als er meer dan een cupmaat verschil is tussen de borsten. Alleen dan is de ziektekostenverzekeraar bereidt de ingreep te vergoeden.
Meestal wordt een borstvergroting dus in het geheel niet vergoed. De kosten variëren van de 3500 tot 6000 euro.
Wanneer u een borstvergroting overweegt
Wanneer u een borstvergroting overweegt kunt u hierover vrijblijvend een gesprek aanvragen met een plastisch chirurg. Dat kan een arts zijn die werkzaam is in een ziekenhuis of privé-kliniek bij u in de buurt, of over wie goede ervaringen heeft gehoord via kennissen. De plastisch chirurg zal uw overweging goed in kaart brengen. Hij zal vragen naar de reden waarom u een borstvergroting overweegt en wat uw verwachtingen zijn van een dergelijke ingreep. Ook zal hij u lichamelijk onderzoeken, om te bepalen hoe groot uw borsten zijn, of ze slap zijn en/of hangen, en hoeveel eigen borstweefsel u hebt. Daarnaast zal hij vragen naar uw medische voorgeschiedenis en geneesmiddelengebruik. Afhankelijk van al deze zaken zal de plastisch chirurg u aangeven wat verantwoord mogelijk is. Er zal dan uitvoerig gepraat worden over de voor- en nadelen van de voorgestelde wijze van borstvergroting.
De borstvergrotende operatie
Prothese
De meest eenvoudige, effectieve en duurzame mogelijkheid om borsten te vergroten, is met behulp van kunststofprothesen. De prothesen bestaan uit een zakje van siliconenrubber, gevuld met siliconengel of een ander vulmiddel (bijvoorbeeld fysiologisch water). Over het gebruik van siliconen bestaan veel misverstanden. Wetenschappelijk onderzoek heeft nooit aangetoond dat siliconen een schadelijk effect hebben op de gezondheid. De Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie, waarvan vrijwel alle plastisch chirurgen in Nederland lid zijn, is van mening dat een borstvergroting met siliconen een verantwoorde medische ingreep is. De levensduur van een prothese kan verschillend zijn.
Operatie
De borstvergrotende operatie vindt onder narcose plaats en duurt ongeveer een uur. De borstprothese wordt onder het klierweefsel van de borst of onder de grote borstspier geplaatst. Na de operatie blijven vaak slangetjes achter (drains) om het wondvocht af te voeren. Na 24 uur, als er niet veel meer vocht wordt geproduceerd, worden de drains verwijderd.
Na de operatie
De eerste 2 dagen na de operatie kunnen de borsten strak en gespannen aanvoelen en pijnlijk zijn, daarna verdwijnt dit gevoel geleidelijk. Er wordt geadviseerd 3 tot 6 weken een naadloze sportbeha te dragen zonder beugels en baleinen. Hevige inspanning wordt gedurende de eerste 6 weken ontraden.
Het kan zijn dat na de ingreep uw tepels minder gevoelig zijn of juist gevoeliger. Dit herstelt vaak binnen een aantal maanden, maar kan in sommige gevallen ook blijvend zijn. Het litteken van de borstvergroting kan aanvankelijk wat dik en rood worden, maar zal in de loop van de maanden dunner worden. Toepassing van siliconen-gel of -pleister kan dit herstel versnellen.
Complicaties van een borstvergroting: Wat kan er misgaan
Een borstvergroting is een veilige en betrouwbare medische ingreep. Toch kunnen, zoals bij elke medische ingreep, complicaties optreden. Er bestaat een kans op een nabloeding of er kan een infectie optreden, al komt dit niet vaak voor. Ook is het mogelijk dat de het litteken niet fraai geneest, waardoor er later nog een littekencorrectie nodig is.
Het lichaam vormt om elke ingebrachte prothese een bindweefsellaagje. Dit bindweefsel wordt ook wel kapsel genoemd. Soms trekt het kapsel zich samen waardoor de borsten hard en onnatuurlijk rond worden. Het is onmogelijk te voorspellen bij wie dit gebeurt. Het komt ook wel voor dat er een verschil in kapselvorming is tussen twee borsten van dezelfde persoon. Deze complicatie wordt veel onderzocht, maar er is nog geen goede oplossing voor gevonden. Wel wordt steeds meer gebruik gemaakt van protheses met een ruwe buitenkant, waarbij overmatige kapselvorming minder voor lijkt te komen.
In zeldzame gevallen gaat een prothese kapot. Soms is dit te merken omdat er iets 'knapt' en omdat de borst anders aanvoelt of van vorm is veranderd. Een kapotte prothese moet altijd vervangen worden.
Er kan bloed voorkomen in het sperma, het sperma wordt dan roze of rood. Het wordt ook wel hematospermie genoemd.
Voorkomen
Het kan bij mannen op elke leeftijd voorkomen. Onbekend is hoe vaak het voorkomt, maar het is geen zeldzame klacht. Bij 15% van de mannen die het heeft, is het een eenmalige klacht.
Oorzaak
Meestal is de oorzaak onbekend, maar soms kunnen ontstekingen aan de prostaat (prostatitis), of aan de plasbuis deze klachten geven. Ook kan kanker aan de prostaat leiden tot bloed in het sperma.
Klachten
40% van de mannen heeft naast het zien van het bloed geen andere klachten. De andere 60% heeft echter wel andere klachten, zoals pijn bij het plassen, pijn bij orgasme en plasklachten zoals nadruppelen en het hebben van een slappe straal.
Wanneer naar de huisarts
Bloed in sperma is altijd een reden om de huisarts te bezoeken.
Veel mannen zijn ongerust en vooral bang voor kanker. Angst is dan vaak voor veel mannen ook een reden om het spreekuur te bezoeken
Wat doet de huisarts
De huisarts zal allereerst een aantal vragen stellen over de aard van de klachten, zoals wat is er precies te zien of te voelen, pijn bij orgasme, plasklachten, ontlastingproblemen en of u merkt dat u vermagert. Als u andere klachten heeft moet u die zeker ook vertellen.
De huisarts zal ook een zogenaamd 'rectaal toucher' verrichten. Hierbij onderzoekt hij inwendig met een vinger de anus en een stukje van de endeldarm. Meestal gebeurt dit in zijligging met opgetrokken knieën.
Daarnaast wordt vaak een bloedonderzoek gedaan. Dit gebeurt onder meer om te zoeken naar een stof die wijst op afwijkingen aan de prostaat. Die stof heet PSA en komt verhoogd voor bij prostaatkanker. De urine wordt nagekeken en eventueel op kweek gezet om te kijken of er bacteriën in zitten. Het sperma kan ook nagekeken worden op ontstekingscellen en op bloed.
Behandeling
De behandeling is gericht op de oorzaak.
Wordt geen oorzaak gevonden dan kan worden afgewacht. Meestal gaat het hebben van bloed in sperma vanzelf over, zeker als het eenmalig gebeurd is.
Als de klachten blijven terugkomen kan bij jonge mannen een antibiotica kuur worden voorgeschreven, zodat eventuele ongewenste bacteriën worden gedood en de klachten verdwijnen. De kans op prostaatkanker bij mannen tot 40 jaar is overigens bijzonder klein.
Als niet een duidelijke oorzaak wordt gevonden, het komt vaker terug, en bij mannen boven de 40 jaar, dan wordt u mogelijk wel doorverwezen naar een uroloog. Die gaat verder onderzoek doen middels cystoscopie, een onderzoek waar door middel van een kijkbuis via de penis wordt gekeken in de blaas.
Ook wordt er dan prostaatonderzoek gedaan. Door een echografie, dit is een onderzoek met ultrageluidsgolven, wordt de prostaat onderzocht. Door een staafje, zo dik als een vinger, die via de anus ingebracht wordt de prostaat bekeken. De echografie op zich is pijnloos, het inbrengen van het staafje via de anus is niet erg pijnlijk.
De buitenzijde van de vagina (de vulva), bestaat uit uitwendige (labia major) en inwendige schaamlippen (labia minor). De uitwendige schaamlippen zijn behaard. De kleine schaamlippen komen boven uit in de clitoris en aan de onderzijde in de vaginaopening.
De vorm en de omvang van de schaamlippen kunnen zeer verschillend zijn. De binnenste schaamlippen zijn meestal dunner. De buitenste schaamlippen kunnen tegen elkaar aanliggen zodat aan de buitenkant de binnenste schaamlippen niet zichtbaar zijn. Ook kunnen de binnenste schaamlippen groter zijn dan de buitenste schaamlippen en naar buiten steken. Bij seksuele opwinding worden ze vaak dikker.
Te grote inwendige schaamlippen
Klachten
Vooral het cosmetisch aspect kan klachten geven bij vrouwen. Schaamlippen kunnen doordat ze groot zijn ook klachten geven bij sport zoals paardrijden.
Behandeling
De inwendige schaamlippen kunnen door een operatie kleiner gemaakt worden. De overtollige huid wordt dan weggehaald. Vaak gebeurt dit niet rechtlijnig maar in een zigzag vorm omdat anders door littekenweefsel klachten kunnen geven.
De behandeling wordt meestal niet vergoed door de zorgverzekeraar en kan plaatsvinden in een privékliniek.
Verkleefde schaamlippen (labia adhesie)
Verklevingen van de schaamlippen komen bij 2 procent van de meisjes voor, dit percentage is gemeten tot 6 jaar. Vaak komt dit door een laag gehalte aan het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen.
Het is vaak onschuldig. Maar, hoewel dat weinig voorkomt, kan de plasbuis ook afgesloten zijn en dat is natuurlijk wel een ernstige situatie. Als de urine geen uitweg vindt kunnen urineweginfecties ontstaan. Als dit het geval is moet direct worden behandeld: ga naar de dokter.
De behandeling bij verkleefde schaamlippen bestaat uit het aanbrengen van een zalf met oestrogenen, die er voor zorgt dat de schaamlippen weer open gaan.
Maar in de meeste gevallen is geen enkele behandeling nodig omdat er geen andere problemen zijn ontstaan. Dan kun je gerust afwachten tot de puberteit. Omdat zich dan vanzelf meer hormoon vormt, zullen de schaamlippen vanzelf open gaan.
Spataderen en schaamlippen
Door de schaamlippen lopen bloedvaten. Tijdens een zwangerschap kunnen die door stuwing gaan opzetten. Er komen dan spataderen in de schaamlippen. Ze zwellen op en zijn dan pijnlijk en voelen zwaar aan. De klachten verdwijnen vaak na de zwangerschap. Het is beter niet te lang te staan, het dragen van een strakke slip kan helpen.
Als de klachten aan de schaamlippen ook enkele maanden na de zwangerschap blijven bestaan kan eventueel een spatader-behandeling nodig zijn.
Zwellingen aan de schaamlippen
Door meerdere oorzaken kan een zwelling voorkomen aan een schaamlip:
Contact Eczeem
Contacteczeem wordt veroorzaakt door irritatie. Meestal zijn de schaamlippen rood, opgezet en bestaat er roodheid en/of jeuk. Het kan ontstaan door bijvoorbeeld geparfumeerd toiletpapier, ondergoed of badkleding, zepen, intiemsprays, inlegkruisjes, zaaddodende pasta en condooms.
Indien je duidelijk weet waar het van komt zoals bijvoorbeeld zeep was dan alleen met water zonder zeep.
De huisarts kan een corticosteroïd crème voorschrijven. Belangrijk echter is wel dat de oorzaak gevonden wordt anders komt het steeds terug.
Infecties
Schimmelinfectie
De meeste voorkomende infectie is een schimmelinfectie. De oorzaak is meestal de schimmel Candida. Vaak is dan ook de vagina ontstoken. Bij zwangerschap, suikerziekte of na een antibiotica kuur is er meer kans op deze infectie. De schaamlippen zijn rood, opgezet en kunnen jeuken. Het kan behandeld worden door miconazol crème. Als de infectie meer uitgebreid is kunnen vaginaal zetpillen of tabletten nodig zijn.
Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's)
De meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziekten) van de schaamlippen worden veroorzaakt door virussen. Het kan voorkomen worden door condooms te gebruiken.
Genitale wratten (condylomata)
Genitale wratten worden veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV). De wratten zijn vaak wit en spits en kunnen alle afmetingen hebben. Ze kunnen op de schaamlippen zitten maar ook daarbuiten zoals bij de anus en in de vagina. Ze kunnen pijnlijk zijn jeuk of afscheiding geven. Deze wratten zijn erg besmettelijk en bij mannen ook klachten geven.
De wratten kunnen op verschillende manieren worden behandeld, zoals met podofylline een vloeistof die u zelf of de huisarts kan aanbrengen. De wratten kunnen worden bevroren of weggebrand worden. Zijn er veel wratten dan kunnen ze via een laserbehandeling behandeld worden. Na de behandeling komen in 50% van de gevallen de wratten weer terug.
Herpes simplex
Herpes wordt veroorzaakt door het herpes-simplexvirus (HSV). Eerst ontstaan er kleine heldere blaasjes, deze gaan na enkele dagen stuk en dan ontstaan er kleine zweertjes. Zijn er blaasjes dan is het op dat moment erg besmettelijk. gebruik condooms bij de gemeenschap. Herpes kan regelmatig terugkomen. Door gebruik van zalf of tabletten (aciclovir) kunnen de klachten worden verminderd.
Knobbeltjes
Knobbeltjes in schaamlippen kunnen meerdere oorzaken hebben.
Meest zijn het cysten. Dit zijn kleine bolletjes die als een knikkertje aanvoelen en gevuld zijn met bijvoorbeeld talg. Ze zijn niet pijnlijk kunnen echter wel steeds groter worden. Ze kunnen door de huisarts of gynaecoloog verwijderd worden.
Knobbeltjes kunnen ook komen door kanker. Ze voelen dan hard aan en kunnen gaan zweren. Deze afwijking komt vaker op oudere leeftijd voor.
In het algemeen geldt dat als je een knobbeltje voelt in een schaamlip het raadzaam is de huisarts te bezoeken.
Vaginale afscheiding Candida NHG Patiëntenbrief
Vaginale afscheiding NHG Patiëntenfolder
Vulvarhealth (Engels)
Heineman M.J. et al. Obstetrie en gynaecologie: de voortplanting van demens. Maarssen: Elsevier/ Bunge, derde herziene druk 1999
De eikel is het voorste verdikte gedeelte van de penis, ook wel glans penis genoemd. Bij een ontsteking van de eikel (balanitis) is de voorhuid (het preputium) ook vaak aangedaan.
Een eikelontsteking komt ongeveer bij 1 op de duizend mannen voor.
Bij jongetjes komt een ontsteking aan de eikel voor doordat zich smeer (smegma) ophoopt onder de voorhuid. De opening van de voorhuid is vaak slurfvormig en zo kan het binnenste van de voorhuid moeilijk schoon te maken zijn.
Op oudere leeftijd komt het voor bij vernauwing van de voorhuid (phimosis).
Daarnaast kan een infectie door een huidschimmel, de zogenaamde ‘candida albicans’, een rol spelen. Die huidschimmel kan ook een voorbode zijn van suikerziekte, vooral bij ouderen. Suikerziekte zorgt er namelijk voor dat die schimmel makkelijker kan groeien.
Een ontsteking kan ook ontstaan bij een Sexueel Overdraagbare Aandoening (SOA).
De eikel gaat pijn doen, de voorhuid zwelt op en wordt rood. Er kan pus komen uit de opening van de voorhuid, dit ruikt vies en ziet er gelig uit. De zwelling kan erg groot zijn in vergelijking met de rest van de penis.
De voorhuid is vaak rood en gezwollen. De eikel ziet er rood uit, jeukt en heeft een branderig gevoel. Ook kan er pus uit de opening van de voorhuid komen.
Schuif de voorhuid voorzichtig af en spoel daarna goed met lauw water of onder de douche of in een bad.
Aanbevolen wordt driemaal daags een zitbad met een enzymhoudend voorwas- of inweekmiddel te nemen gedurende 5 minuten. Daarna goed afspoelen of met een spuitje met lauw water de ruimte tussen de voorhuid en de eikel voorzichtig schoonspoelen.
Condooms gebruiken Een ontsteking van de eikel kan het gevolg zijn van een SOA. Dit wordt in elk geval voorkomen door het gebruik van condooms.
Voorzichtig gebruik bij seks
De voorhuid kan iets te nauw zijn. Bij een erectie en wanneer de voorhuid over de eikel schuift kunnen kleine scheurtjes in de voorhuid ontstaan. Die kleine scheurtjes, vaak nauwelijks zichtbaar, kun leiden tot een infectie, waardoor een ontsteking ontstaat. Het terugschuiven van de voorhuid bij masturberen of gemeenschap moet in die gevallen voorzichtig gebeuren, zodat het niet pijnlijk is. Is bij het vrijen de vagina droog, dan kunnen er ook scheurtjes ontstaan in de voorhuid. Gebruik in dat geval een glijmiddel of vaseline.
Als u al last hebt van een ontstoken eikel dan is het verstandig niet te vrijen. Als u toch gemeenschap wilt hebben, is het verstandig om een condoom te gebruiken.
De ontsteking kan vanzelf weer over gaan, echter als het lang blijft doorgaan of steeds weer terug keert ga dan naar de huisarts. Bezoek zeker de huisarts als er sprake kan zijn van een SOA. Bij kleine jongetjes is het altijd raadzaam de huisarts te bezoeken.
De huisarts zal eerst vragen welke klachten er zijn en informeren naar de hygiëne; hoe vaak en op welke wijze reinigt u de eikel?
Ook vraagt de huisarts naar seksuele gewoonten en stelt vragen betreffende SOA. Aan de orde komt ook of uw partner klachten heeft, en of u vaak wisselende seksuele relaties hebt. Er zal een onderzoek plaatsvinden van de eikel en de voorhuid. Bij het onderzoek zal de voorhuid voorzichtig teruggeschoven worden. Doet het te pijn dan gebeurt dit niet.
Komt er ook afscheiding uit de plasbuis dan kan dit gekweekt worden. Daarbij wordt in zo’n ‘kweek’ gekeken of er bacteriën zijn die wijzen op een SOA, zoals gonorroe. Er kan bloedonderzoek gedaan worden naar suikerziekte en naar andere SOA’s.
Zitbaden Miconazol crème kan twee keer per dag op de eikel en voorhuid gesmeerd worden gedurende ten minste een week. Miconazol crème is vrij verkrijgbaar bij apotheker en drogist.
Is er sprake van een vernauwde voorhuid dan kunt u verwezen worden naar de chirurg, zie verder het hoofdstuk vernauwde voorhuid.
SOA
Is er sprake van een SOA dan moet die behandeld worden, zie daarvoor de hoofdstukken over SOA.
Urolog
Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Eekhof J.A.H., Knuistingh Neven A., Verheij Th.J.M. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2002
>